Niet bestuursrechter, maar burgerlijke rechter bevoegd bij verzoek om evacuatie uit Gaza
Een beslissing op een verzoek om mensen consulaire bijstand te geven om Gaza te verlaten, is geen besluit dat kan worden aangevochten bij de bestuursrechter. Dit betekent dat niet de bestuursrechter, maar de burgerlijke rechter bevoegd is om in rechtszaken hierover te oordelen. Dat blijkt uit twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (9 september 2026).
Achtergrond
Het gaat in deze zaken om twee studenten die zijn toegelaten tot een masteropleiding aan een Nederlandse universiteit. De minister van Asiel en Migratie had hen al eerder laten weten dat hij geen bezwaar heeft tegen afgifte van een zogenoemde machtiging tot voorlopig verblijf. Dat is een speciaal visum waarmee zij naar Nederland kunnen reizen. Zij moesten dit visum ophalen bij de Nederlandse ambassade in Amman in Jordanië. Maar volgens de twee studenten was het voor hen niet mogelijk om zonder hulp van de minister van Buitenlandse Zaken de grens van Gaza over te steken om het visum op te halen. Zij hebben daarom de minister van Buitenlandse Zaken gevraagd om consulaire bijstand te geven om ervoor te zorgen dat zij de grens van Gaza over mogen. De minister van Buitenlandse Zaken heeft dit geweigerd.
Oordeel Afdeling bestuursrechtspraak
Partijen zijn het erover eens dat de wet de minister geen bevoegdheid toekent om consulaire bijstand te verlenen. Een beslissing van de minister zonder wettelijke grondslag levert alleen in uitzonderlijke gevallen een formeel besluit op waartegen bij de bestuursrechter geprocedeerd kan worden. Zo’n uitzonderlijk geval doet zich hier naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet voor. De minister heeft namelijk nooit ondubbelzinnig laten weten dat hij de publieke taak aan zich heeft getrokken om personen consulaire bijstand te verlenen die een machtiging tot voorlopig verblijf mogen ophalen om naar Nederland te reizen en hier te studeren of wetenschappelijk onderzoek te doen. Dat de bestuursrechter niet bevoegd is om te oordelen over een beslissing op een verzoek om consulaire bijstand, maakt niet dat er geen rechtsbescherming is voor de studenten. Zij kunnen naar de burgerlijke rechter om de rechtmatigheid van de weigering te laten toetsen.
Gevolg van de uitspraken
Omdat de weigering van de minister om consulaire bijstand te verlenen geen besluit is, is de bestuursrechter niet bevoegd om dit soort zaken te behandelen. Dat betekent dat de Afdeling bestuursrechtspraak in deze zaken geen inhoudelijk oordeel geeft over de weigering van de minister om de studenten te helpen om de grens van Gaza over te steken.
Gevolg van de uitspraken voor deze studenten
Voor deze studenten maakt de uitkomst van de uitspraken niet uit. Zij zijn al in Nederland als gevolg van twee voorlopige uitspraken van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van maart 2026. In die spoeduitspraken werd alleen op basis van een belangenafweging geoordeeld dat de minister zich moest inspannen om te zorgen dat de studenten Gaza konden verlaten om de visa op te halen.

Lees hier de twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummers 202600650/1 en 202600651/1.