Voorlichting aan de Eerste Kamer over een ‘digitaal quorum’ voor niet-reguliere vergaderdagen
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 23 september 2026 de voorlichting vastgesteld over een ‘digitaal quorum’ voor niet-reguliere vergaderdagen. De voorlichting is op 28 september 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Inhoud voorlichtingsverzoek
De Eerste Kamer heeft de Afdeling advisering om voorlichting gevraagd over het invoeren van een ‘digitaal quorum’ voor andere dagen dan de reguliere vergaderdinsdag. De Eerste Kamer vraagt of het plenair vergaderen op deze andere dagen kan worden aangemerkt als een ‘bijzondere omstandigheid’ zoals omschreven in de voorlichting van de Afdeling advisering van 16 april 2020 en dus of het digitaal ‘intekenen’ in overeenstemming is met de Grondwet.
Het quorum
Het quorumvereiste staat in de Grondwet en houdt in dat de Eerste Kamer alleen kan vergaderen als meer dan de helft van de (zitting hebbende) leden op de vergadering aanwezig is. Het voorlichtingsverzoek gaat om de vraag of het grondwettelijk is toegestaan dat Eerste Kamerleden zich vanuit huis of een andere locatie digitaal laten registreren als aanwezig zonder dat zij voor deze registratie naar het gebouw van de Eerste Kamer hoeven te komen. Het voorlichtingsverzoek gaat niet over een mogelijkheid voor digitaal vergaderen.
Legitimatie van parlementaire beraadslaging en besluitvorming
Het quorum kent diepe wortels in het Nederlandse parlementaire stelsel. Het belang ervan ligt in het legitimeren van de parlementaire beraadslaging en besluitvorming. Het ‘ter vergadering aanwezig’ zijn garandeert dat volksvertegenwoordigers in persoon deel kunnen nemen aan de plenaire vergadering. Het op afstand, buiten het Kamergebouw, registreren van aanwezigheid ondergraaft deze grondgedachte die aan het quorumvereiste ten grondslag ligt. Fysieke registratie is grondwettelijk gezien daarom onverminderd het uitgangspunt.
Bijzondere omstandigheden
Zoals de Afdeling advisering in haar voorlichting van 2020 heeft aangegeven, kan slechts in bijzondere omstandigheden van dit uitgangspunt worden afgeweken, namelijk als fysiek vergaderen niet mogelijk is. De lat voor de toepassing van dit begrip ligt daarom zeer hoog. Van bijzondere omstandigheden is pas sprake als de fysieke continuering van de democratische besluitvorming niet gewaarborgd kan worden. Pas dan kan worden overgegaan tot digitale mogelijkheden voor het intekenen. Er moet daarom zeer terughoudend worden omgegaan met afwijking van de reguliere werkwijze zoals die in de Grondwet staat.
Conclusie
De Afdeling advisering concludeert dat plenair vergaderen op een andere dag dan de reguliere vergaderdinsdag niet een ‘bijzondere omstandigheid’ in deze zin is. Het vaststellen van een quorum door op afstand ‘ter vergadering aanwezig’ te zijn, raakt dan te ver verwijderd van de grondgedachte van een quorum, zoals dit in de Grondwet is verankerd. Daarmee zou het voldoen aan het quorum slechts beperkt blijven tot een kleine technische handeling op afstand, waarmee het quorumvereiste feitelijk van zijn betekenis wordt ontdaan. Het vaststellen van het quorum op deze wijze is in dat geval daarom niet in overeenstemming met de Grondwet.

Lees hier de hele voorlichting van de Afdeling advisering.