Prejudiciële vragen over overgangsrecht van Asiel- en Migratiebeheerverordening en rechterlijke toetsing van overdrachtsbesluiten
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een verwijzingsuitspraak van vandaag (7 oktober 2026) zogenoemde prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Zij wil van het Europese Hof weten of de omvang van het beroep tegen overdrachtsbesluiten met de inwerkingtreding van het Europese Asiel- en Migratiepact vanaf 12 juni 2026 wordt beperkt als de minister van Asiel en Migratie op basis van de Dublinverordening de verantwoordelijke EU-lidstaat heeft bepaald.
Nieuwe regelgeving en overgangsrecht
Op 12 juni 2026 is als onderdeel van het Europees Asiel- en Migratiepact de Asiel- en Migratiebeheerverordening inwerking getreden. Deze verordening vervangt de Dublinverordening. In de nieuwe verordening staat dat asielaanvragen die vóór 12 juni 2026 zijn ingediend, moeten worden beoordeeld aan de criteria van de (oude) Dublinverordening.
Achtergrond
In deze zaak heeft de minister de asielaanvraag van een man niet in behandeling genomen, omdat Zweden hiervoor verantwoordelijk is. De minister heeft dat beoordeeld aan de hand van de (oude) Dublinverordening, zoals het overgangsrecht dat regelt. De man is het er niet mee eens dat Zweden zijn asielaanvraag beoordeelt en is tegen het besluit van de minister in beroep gegaan bij de rechtbank in Utrecht. De rechtbank heeft zijn beroepsgronden over de verantwoordelijkheid van Zweden niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de rechterlijke toetsing sinds 12 juni 2026 volgens de nieuwe Asiel- en Migratiebeheerverordening is beperkt en deze beroepsgronden daar niet onder vallen. De man is het hier niet mee eens. Hij vindt dat hij hierdoor geen gelijke behandeling krijgt met anderen die ongeveer tegelijk met hem Nederland zijn ingereisd, maar ten aanzien van wie de minister vóór 12 juni 2026 een besluit had genomen. De rechtbank behandelt in die gevallen wel alle beroepsgronden, ook over de verantwoordelijkheid van een andere lidstaat.
Prejudiciële vragen
De Afdeling bestuursrechtspraak wil van het Hof van Justitie in Luxemburg weten hoe het overgangsrecht precies moet worden uitgelegd en of de rechter in beroep na 12 juni 2026 de manier mag toetsen waarop een lidstaat de verantwoordelijkheid heeft bepaald als dat nog onder de oude Dublinverordening is gebeurd. Zij wil daarbij ook weten hoe het overgangsrecht zich verhoudt met het recht op effectieve rechtsbescherming.
Schorsing behandeling
De Afdeling bestuursrechtspraak schorst de verdere behandeling van deze zaak in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie in Luxemburg. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van deze zaak voortzetten en uiteindelijk in deze zaak definitief uitspraak doen.

Lees hier de hele uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.