Advies over initiatiefwetsvoorstel voor verbod religieuze uitingen voor geüniformeerde boa’s
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 14 oktober 2026 het advies vastgesteld over het initiatiefwetsvoorstel van Tweede Kamerlid Martens-America (VVD) om de Politiewet 2012 t wijzigen. Zij wil een verbod instellen op het dragen van zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging voor geüniformeerde buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). Het advies is op 19 oktober 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Inhoud van het wetsvoorstel
Het wetsvoorstel bepaalt dat boa’s geen zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging mogen dragen wanneer zij een uniform of bedrijfskleding dragen en bij hun taakuitoefening in contact komen met het publiek. De initiatiefnemer motiveert dit verbod door erop te wijzen dat boa’s een bijzondere overheidstaak hebben, waarbij zij onder voorwaarden geweld mogen inzetten. De burger heeft er volgens haar recht op dat boa’s hierbij een neutrale houding en uitstraling hebben.
Noodzakelijkheid en proportionaliteit
De Afdeling advisering stelt vast dat de initiatiefnemer voor het regelen van het uniform van boa’s uitgaat van een strikte scheiding tussen religie en staat. Van andere wetten waarin zo’n strikte scheiding is doorgevoerd, heeft zij geen voorbeelden genoemd. De toelichting bij het voorstel onderbouwt niet waarom die strikte vorm hier noodzakelijk zou zijn. Ook wordt niet onderbouwd dat het dragen van zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging door boa's in de praktijk tot problemen leidt en waarom minder verstrekkende alternatieven niet zou volstaan, zoals meer diversiteit van de uniformen.
Inbreuk
Daarnaast wijst de Afdeling advisering erop dat er een grote variëteit aan soorten boa’s is, met veel verschillende werkgevers. Niet alle boa’s behoren tot de ‘sterke arm’. Het initiatiefwetsvoorstel en de bijbehorende toelichting gaan hieraan voorbij. Daardoor wordt niet inzichtelijk waarom het noodzakelijk zou zijn op landelijk niveau het verbod te introduceren voor alle typen boa’s, ongeacht hun specifieke taken en bevoegdheden en ongeacht de verschillen tussen de contexten waarin boa’s werken. Dit inzicht moet wel worden gegeven nu het wetsvoorstel een inbreuk maakt op de godsdienstvrijheid en het recht op gelijke behandeling.
Conclusie
De Afdeling adviseert om de toelichting bij het voorstel op deze punten aan te vullen om het algemene en verstrekkende verbod dragend te motiveren. Als dit niet mogelijk blijkt te zijn, is het advies om het wetsvoorstel aan te passen of ervan af te zien.

Lees hier het hele advies van de Afdeling advisering.