Staatssecretaris moet een land van terugkeer noemen in een terugkeerbesluit

Gepubliceerd op 8 mei 2024

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid moet in een zogenoemd terugkeerbesluit altijd een land noemen waarnaar een vreemdeling moet terugkeren. Dat moet hij ook doen als hij de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling niet gelooft. In zo’n geval kan de staatssecretaris het land noemen waarvan een vreemdeling zegt vandaan te komen of waarvan een vreemdeling zegt de nationaliteit te hebben. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van vandaag (8 mei 2024).

Achtergrond

De uitspraak gaat over een man die in Nederland om asiel heeft gevraagd. Hij stelt dat hij Amerikaan is en op tweejarige leeftijd naar Nigeria is gegaan, waar hij verbleef tot aan zijn vertrek naar Europa. Maar de staatssecretaris gelooft niet dat de man is wie hij zegt dat hij is en gelooft ook niet dat hij Amerikaan is. Daarom heeft de staatssecretaris de man geen asielvergunning verleend en een zogenoemd terugkeerbesluit genomen, waarin hij de man opdraagt de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. In het terugkeerbesluit heeft de staatssecretaris geen land genoemd waar de man naartoe terug moet.

Staatssecretaris moet altijd een land noemen in terugkeerbesluit

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris altijd een land moet noemen als hij een terugkeerbesluit neemt. Uit rechtspraak van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg volgt dat daar geen uitzondering op kan worden gemaakt. De reden hiervoor is dat een vreemdeling zich beter kan verweren en zijn belangen beter naar voren kan brengen als hij weet naar welk land de staatssecretaris hem wil terugsturen. Een vreemdeling kan dan specifieke argumenten aanvoeren tegen dat land en waarom hij daar niet veilig zou zijn.

Staatssecretaris hoeft nog geen nader onderzoek te doen naar eventuele gevaren

Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak mag de staatssecretaris een land noemen, waarvan de vreemdeling zegt dat hij daarvandaan komt of zegt van dat land de nationaliteit te hebben terwijl de staatssecretaris zelf dit niet gelooft. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat de vreemdeling met zijn verklaringen en eventuele documenten verwarring heeft gezaaid. Het noemen van een land is gerechtvaardigd als een vreemdeling zelf onvoldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn land van herkomst. In die gevallen hoeft de staatssecretaris nog geen nader onderzoek te doen naar eventuele gevaren die een vreemdeling kan lopen in het land waar hij volgens de staatssecretaris naar terug moet. Als later in de zogenoemde terugkeerprocedure duidelijker wordt waar een vreemdeling naartoe moet en blijkt dat hij daar niet veilig is, kan op dat moment alsnog asiel worden verleend of het land van terugkeer worden gewijzigd.

Gevolg van de uitspraak

De staatssecretaris moet in dit geval een nieuw terugkeerbesluit nemen en een land van terugkeer in zijn besluit noemen.


Hamer rechtspraak

Lees hier de hele uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummer 202201422/1/V2.