Europees Hof beantwoordt prejudiciële vragen over terugkeerbesluiten voor vreemdelingen in detentie
Het Hof van Justitie in Luxemburg heeft in een arrest van 13 mei 2026 antwoord gegeven op prejudiciële vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde in een verwijzingsuitspraak in december 2024. De Afdeling bestuursrechtspraak wilde van het Europese Hof weten of de minister van Asiel en Migratie terugkeerbesluiten kan uitvaardigen tegen vreemdelingen die hier illegaal verblijven, maar door een levenslange of langdurige gevangenisstraf Nederland niet kunnen verlaten en dus niet kunnen worden uitgezet.
Achtergrond
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde de prejudiciële vragen in twee rechtszaken. De ene zaak gaat om een Azerbeidjaanse man die is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en de andere zaak over een Afghaanse man die is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 jaar. De minister heeft tegen beiden een terugkeerbesluit uitgevaardigd, omdat zij illegaal in Nederland verblijven. In de besluiten staat dat zij de Europese Unie moeten verlaten. Als zij dat niet doen, dan is de minister verplicht om hen uit te zetten. Beide mannen vinden dat de minister tegen hen geen terugkeerbesluit mag uitvaardigen, omdat de minister door hun detentie de besluiten vervolgens niet kan uitvoeren.
Prejudiciële vragen
Volgens de Europese Terugkeerrichtlijn moet een lidstaat van de Europese Unie terugkeerbesluiten uitvaardigen tegen vreemdelingen die illegaal in de lidstaat verblijven. Als een lidstaat een terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd, dan moet die lidstaat volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg de vreemdeling zo spoedig mogelijk uitzetten als hij niet vrijwillig vertrekt. De Afdeling bestuursrechtspraak vraagt zich af hoe dit zich verhoudt tot de situatie van beide vreemdelingen die voor een (levens)lange periode vastzitten.
Arrest Hof van Justitie
Naar het oordeel van het Hof van Justitie staat de Terugkeerrichtlijn niet in de weg aan het uitvaardigen van een terugkeerbesluit tegen illegale vreemdelingen die een langdurige of levenslange gevangenisstraf uitzitten en daardoor het land niet kunnen verlaten. Wel moet de vreemdeling het terugkeerbesluit van de minister kunnen betwisten en moet de minister bij zijn terugkeerbesluit en bij de uiteindelijke uitzetting rekening houden met onder meer de grondrechten en het evenredigheidsbeginsel. De Terugkeerrichtlijn verplicht de minister niet om een verblijfsvergunning te verlenen aan een illegale vreemdeling die een langdurige of levenslange gevangenisstraf uitzit.
Voortzetting behandeling
Met dit arrest van het Hof van Justitie is nog geen einde gekomen aan de procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij had de behandeling van de zaken met zaaknummers 202201153/1 en 202400407/1 geschorst in afwachting van de antwoorden van het Hof in Luxemburg. Nu het Europese Hof de prejudiciële vragen heeft beantwoord, zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van deze zaken voortzetten en later definitieve uitspraak doen.

Lees hier het arrest van het Hof van Justitie.