Advies wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders

Gepubliceerd op 1 juli 2024

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 26 juni 2024 het advies vastgesteld over het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders. Het advies is op 1 juli 2024 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Doel wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is erop gericht de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg- en jeugdhulp te bevorderen. De regering vindt publiekrechtelijk toezicht op de integere bedrijfsvoering door zorgaanbieders nodig, Zij wil de Nederlandse Zorgautoriteit en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd als externe toezichthouders handvatten geven om zorgaanbieders daarop te kunnen aanspreken. Bij twijfels over tegenstrijdige belangen of excessieve winstuitkeringen door zorgaanbieders moet het externe toezicht sneller en voortvarender kunnen optreden. De regering komt daarom met nadere regelgeving, als aanvulling op het al bestaande wettelijke kader.

Probleemanalyse ontbreekt

De Afdeling advisering begrijpt de wens van de regering om te voorkomen dat financiële middelen die bedoeld zijn voor het verlenen van goede zorg en jeugdhulp, daar niet voor worden ingezet door niet-integer handelen van zorgaanbieders. Zij zet echter vraagtekens bij de wijze waarop de regering dit wil realiseren.

De toelichting bij het wetsvoorstel mist een duidelijke probleemanalyse. Er worden nu al wettelijke eisen gesteld aan de manier waarop zorg- en jeugdhulpaanbieders hun zorg- en jeugdhulpverlening inrichten. De toelichting maakt onvoldoende duidelijk waarom deze wettelijke eisen, aangevuld door zelfregulering via governancecodes, ontoereikend zijn om toezicht te kunnen houden, en zo nodig handhavend op te treden tegen niet‑integere bedrijfsvoering door zorg- en jeugdhulpaanbieders.

De toelichting maakt verder niet inzichtelijk welke vormen van niet‑integer gedrag zich voordoen, bij welke categorieën zorgaanbieders dit het geval is en in welke mate dit voorkomt. Dat is wel nodig om te kunnen beoordelen of de regeling nodig en proportioneel is, en of alternatieven denkbaar zijn. De Afdeling adviseert de regering daarom om dat in de toelichting bij het wetsvoorstel uiteen te zetten. Zij adviseert daarbij in te gaan op mogelijke verschillen tussen de verschillende categorieën zorg- en jeugdhulpaanbieders.

Ook adviseert zij om dragend te motiveren waarom de regeling die nu wordt voorgesteld, in aanvulling op de bestaande wettelijke eisen en zelfregulering via governancecodes, nodig is om toezicht te houden op integere bedrijfsvoering door zorg- en jeugdhulpaanbieders. Als die motivering niet kan worden gegeven, dan adviseert zij de regering om van de af te zien.

Alternatief voor de gestelde normering

Als rechtstreeks publiekrechtelijk toezicht op naleving van de governancecodes in de (jeugd)zorg toch noodzakelijk wordt geacht, kan ook worden volstaan met een regeling die voorziet in aanwijzing van de governancecodes die zorg- en jeugdhulpaanbieders moeten naleven.

Voorwaarden aan winstuitkering

De regering stelt voor om voorwaarden te stellen aan winstuitkeringen. De regering wil dit doen door middel van een algemene maatregel van bestuur. De Afdeling advisering wijst erop dat investeerders in de zorg er belang bij hebben om voorafgaand aan het doen van investeringen te kunnen beoordelen of die investeringen rendement kunnen opleveren. Ook wijst zij op het uitgangspunt dat de hoofdelementen van een regeling op het niveau van de wet geregeld dienen te worden. De Afdeling adviseert om in het wetsvoorstel duidelijk te maken welke keuzes er met betrekking tot het stellen van voorwaarden aan winstuitkeringen worden gemaakt.

Weren van niet-integere personen in het bestuur of als interne toezichthouder

Ten slotte maakt de Afdeling advisering een opmerking over de proportionaliteit van de voorgestelde bevoegdheid voor de minister om de vergunning van een bestuurder of interne toezichthouder te weigeren of in te trekken. Dit moet volgens de regering mogelijk zijn als hij of zij in de afgelopen vijf jaar in die hoedanigheid werkte bij een zorgaanbieder die in deze periode niet heeft voldaan aan de wettelijke gestelde vereisten. Die bevoegdheid is erop gericht niet‑integere personen in het bestuur of als interne toezichthouder bij zorgaanbieders te weren of te stoppen. Volgens de Afdeling advisering ligt het meer voor de hand regeling in te voeren die daarop toegespitst is.


Lees hier het hele advies van de Afdeling advisering.