Prejudiciële vraag over verkort gemotiveerde uitspraken in vreemdelingenzaken

Gepubliceerd op 13 december 2023

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een verwijzingsuitspraak van vandaag (13 december 2023) een zogenoemde prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Zij wil van het Europees Hof weten of zij haar uitspraken verkort mag motiveren als een vreemdeling in een rechtszaak de Afdeling bestuursrechtspraak verzoekt om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof over uitleg van Unierecht. Voldoen verkort gemotiveerde uitspraken in zo’n geval aan de motiveringseisen die het Unierecht stelt?

Belang van transparantie en risico van onjuiste uitleg

Volgens de vreemdeling in deze rechtszaak is een verkort gemotiveerde uitspraak in strijd met het Unierecht, omdat de Afdeling bestuursrechtspraak inhoudelijk zou moeten motiveren waarom zij niet verplicht is om prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof. Hij wijst daarbij op het belang van transparantie over de juridische argumentatie om dit niet te doen en op het risico van een onjuiste uitleg van Unierecht dat groter wordt door een ontoereikende motivering.

Drie uitzonderingen

Als er vragen spelen over de uitleg van Unierecht, dan is de Afdeling bestuursrechtspraak als hoogste algemene rechter in beginsel verplicht dit voor te leggen aan het Hof in Luxemburg door middel van een prejudiciële verwijzing. Zij hoeft dit niet te doen als het Hof de uitleg al in zijn rechtspraak heeft verduidelijkt, de uitleg al op voorhand duidelijk genoeg is, en als de vraag overbodig is voor de oplossing van het geschil. De vreemdeling is van mening dat de Afdeling bestuursrechtspraak in zo’n geval in haar uitspraak moet motiveren welke van deze drie uitzonderingen geldt.

Verkort gemotiveerde uitspraak

De wetgever heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de bevoegdheid gegeven in voorkomende gevallen verkort te motiveren. Die bevoegdheid staat in artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Met dit artikel kan de Afdeling bestuursrechtspraak volstaan met het oordeel dat een hoger beroep ongegrond is en is zij niet verplicht dit nader te motiveren. Zulke uitspraken worden ook wel ‘91,2-uitspraken’ genoemd. Deze wettelijke bevoegdheid is uitdrukkelijk aan de Afdeling bestuursrechtspraak toegekend, omdat anders door de hoeveelheid vreemdelingenzaken de werklast te groot en de duur van de procedures te lang zou worden. Als de Afdeling bestuursrechtspraak een verkort gemotiveerde uitspraak doet, ligt daarin naar haar oordeel impliciet besloten dat één van de drie uitzonderingen op haar verwijzingsplicht zich voordoet.

Motiveringsvereisten vanuit het Unierecht

Een hoogste rechter moet in de regel motiveren waarom hij niet verplicht is een vraag over de uitleg van Unierecht voor te leggen aan het Hof van Justitie. De Afdeling bestuursrechtspraak meent dat haar praktijk van de verkort gemotiveerde uitspraken voldoet aan de Unierechtelijke motiveringsvereisten. Wel “ziet zij ruimte voor twijfel” door een eerder arrest van het Europese Hof van oktober 2021. Dat arrest zou kunnen worden uitgelegd dat de Afdeling bestuursrechtspraak expliciet kenbaar moet maken welke van de drie uitzonderingen zich voordoet.

Prejudiciële vraag

De Afdeling bestuursrechtspraak wil zeker weten van het Hof van Justitie dat, als een vreemdeling in een rechtszaak verzoekt om prejudiciële vragen te stellen, een verkort gemotiveerde uitspraak geen schending oplevert van het Unierecht en van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Daarom stelt ze deze prejudiciële vraag in de verwijzingsuitspraak van vandaag.

Schorsing van de behandeling

De Afdeling bestuursrechtspraak schorst de verdere behandeling van deze zaak in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie in Luxemburg. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van de zaak voortzetten en uiteindelijk een definitieve uitspraak doen in deze zaak.


Lees hier de hele verwijzingsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.