Advies over de implementatie van de Europese Confiscatierichtlijn
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 19 augustus 2026 het advies vastgesteld over het wetsvoorstel om het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering te wijzigen in verband met de implementatie van de Confiscatierichtlijn. Het advies is op 24 augustus 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.
Inhoud wetsvoorstel
Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan de Europese Richtlijn over de ontneming en confiscatie van vermogensbestanddelen door deze richtlijn om te zetten naar Nederlandse wetgeving. In deze zogenoemde Confiscatierichtlijn is het rechtskader aangescherpt om criminele winsten te ontnemen en te confisqueren. Daarmee wordt beoogd het ontnemen en confisqueren van vermogensbestanddelen in de hele Europese Unie te vergemakkelijken en doeltreffender te maken. Als gevolg van de implementatie worden in de Nederlandse strafwetgeving onder meer twee nieuwe maatregelen opgenomen: de vervallenverklaring aan de staat en de maatregel van confiscatie.
Verhouding van de nationale koppen tot het recht op eigendom
De regering heeft in het wetsvoorstel gekozen om het toepassingsbereik van de twee nieuwe maatregelen uit te breiden ten opzichte van de Confiscatierichtlijn (twee ‘nationale koppen’). In de toelichting bij het wetsvoorstel heeft de regering deze uitbreiding echter niet afdoende getoetst aan de voorwaarden die de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt aan een inbreuk op het recht op eigendom. Daarbij vraagt de Afdeling advisering in het bijzonder aandacht voor de mate waarin de voorgestelde uitbreiding van het toepassingsbereik zich verhoudt tot de proportionaliteitstoets.
Nevenschikking confiscatie en strafvervolging
De Afdeling advisering maakt daarnaast een opmerking over de keuze van de wetgever om de nieuwe maatregel van confiscatie nevenschikkend te maken aan de strafvervolging. De officier van justitie kan daardoor kiezen of hij overgaat tot strafvervolging, of dat hij een voorwerp confisqueert, of voor allebei. In de toelichting bij het wetsvoorstel heeft de regering niet gemotiveerd waarom deze keuze is gemaakt. Daarnaast heeft de regering in het wetsvoorstel onvoldoende kaders opgenomen waarbinnen de officier van justitie de keuze tussen de verschillende opties kan maken. Het advies aan de regering is dan ook om de kaders en de toelichting alsnog te geven.
Ontbreken hoger beroep
Verder maakt het wetsvoorstel het niet mogelijk om in hoger beroep te gaan tegen een uitspraak van de rechtbank over de nieuwe maatregelen. Een belanghebbende kan hierdoor alleen in cassatie gaan bij de Hoge Raad. De Afdeling adviseert de regering te motiveren waarom een feitelijke beroepsinstantie wordt overgeslagen en het wetsvoorstel zo nodig op dit punt aan te passen.
Gegevensdeling
Het voorstel wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Door deze wijziging ontstaat de mogelijkheid om gegevens te delen die zijn verzameld over de tenuitvoerlegging van beslissingen die gaan over de nieuwe maatregelen, bijvoorbeeld met de reclassering of gemeenten. In het voorstel legt de regering niet uit waarom dit nodig is. Daarom adviseert de Afdeling de regering om deze toelichting alsnog te geven of anders deze mogelijkheid uit te sluiten.
Conclusie
De Afdeling advisering adviseert de regering om het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het is aangepast.

Lees hier het hele advies van de Afdeling advisering.