Advies wetsvoorstel ter voorkoming en bestrijding witwassen en financiering terrorisme
Het wetsvoorstel geeft uitwerking aan de nieuwe Europese regels ter voorkoming en bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme (het AML-pakket). Een belangrijke verandering is dat een aantal van deze regels rechtstreeks in Nederland gaan gelden en daarmee wetgeving dus centraal vanuit Europa komt. Er is daarnaast een Europese autoriteit in het leven geroepen, de AMLA, die optreedt als toezichthouder en nadere regels en adviezen opstelt. Ook komen er uitgebreide mogelijkheden en verplichtingen tot het verwerken en delen van vertrouwelijke zakelijke en persoonsgegevens.
De Afdeling advisering onderkent dat Nederland door deze centralisatie aanmerkelijk minder ruimte heeft om zelf regels te stellen. Toch mag van de regering ten aanzien van de toepassing van het AML-pakket een actieve houding worden verwacht om te zorgen voor een goed werkend systeem in Nederland. De Afdeling advisering benadrukt dat de regering in het bijzonder de vinger aan de pols moet houden bij de uitwerking van de risico-gebaseerde benadering, het voorkomen van discriminatie en uitsluiting en de bescherming van persoonsgegevens, omdat deze aspecten in de huidige praktijk kwetsbaar zijn gebleken.
Risico-gebaseerde benadering
Om de preventie van witwassen of financiering van terrorisme zo effectief mogelijk te maken, moet de aanpak zich concentreren op de grootste risico’s. Deze risico-gebaseerde aanpak is een kernelement van de Europese voorschriften die aan het wetsvoorstel ten grondslag liggen. Op dit moment is nog onzeker hoe deze aanpak er uit zal komen te zien, terwijl wel vaststaat dat de aanpak en in het bijzonder de grootschalige gegevensdeling tussen tal van publieke en private partijen, grote gevolgen zal hebben voor burgers, bedrijven en instellingen.
De Afdeling advisering memoreert dat de huidige wetgeving al een risico-gebaseerde aanpak voorschrijft, maar dat deze in de praktijk nog onvoldoende van de grond is gekomen. Het is niet aannemelijk dat de nieuwe regelgeving als vanzelf tot een betere uitvoering zal leiden. Zij adviseert de regering om in de toelichting van het wetsvoorstel in te gaan op de vraag welke randvoorwaarden zij van belang acht om de risico-gebaseerde aanpak in de praktijk te borgen, en hoe deze zich verhouden tot de sanctiemogelijkheden. Mede in verband daarmee adviseert zij om de uitvoeringspraktijk te monitoren en een evaluatiebepaling op te nemen in het wetsvoorstel.
Voorkomen van discriminatie en uitsluiting
De Afdeling adviseert om het voorkomen en bestrijden van discriminatie uitdrukkelijk te betrekken bij de hiervoor bedoelde monitoring en evaluatie. Uit onderzoek is gebleken dat burgers soms worden gediscrimineerd in hun interactie met financiële instellingen. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben: als een betaalrekening wordt geweigerd kan iemand niet volwaardig deelnemen aan de maatschappij. Hoewel in de nieuwe regels specifiek is opgenomen dat discriminatie is verboden, is op dit moment onduidelijk hoe dit concreet in de praktijk zal worden gerealiseerd en wie hier toezicht op moet houden.
De Afdeling adviseert de regering om in de toelichting van het wetsvoorstel in te gaan op de wijze waarop de toezichthouders in staat worden gesteld om effectief toezicht te houden op de naleving hiervan door zogenoemde meldingsplichtige entiteiten, zoals banken en notarissen. Daarbij is het wenselijk dat de regering ook ingaat op de rol van toezichthouders die niet worden aangewezen als directe toezichthouder maar toch zijn betrokken, zoals de Autoriteit Persoonsgegevens en het College voor de Rechten van de Mens.
Bescherming persoonsgegevens
De nieuwe Europese regels voorzien in de grootschalige deling en verwerking van persoonsgegevens, waaronder ook bijzondere categorieën persoonsgegevens. De Afdeling advisering waarschuwt voor het risico dat op een zeker moment het overzicht verloren gaat waar zich welke (vertrouwelijke) gegevens bevinden, voor wie deze toegankelijk zijn en met welk doel deze nog mogen worden gebruikt. Dit gebrek aan overzicht kan er toe leiden dat gegevens die volgens de richtlijn en verordening mogen worden verwerkt, worden verwerkt op een wijze die in strijd is met de daarvoor geldende Europese en nationale regels. Bijvoorbeeld omdat zij niet op tijd worden verwijderd of worden verwerkt voor doelen waarvoor zij niet gebruikt mogen worden. De Afdeling adviseert daarom om de rechtmatigheid en proportionaliteit van de gegevensverwerking ook expliciet bij de monitoring en evaluatie te betrekken.
De Afdeling advisering maakt daarnaast twee meer specifieke opmerkingen over de verwerking van persoonsgegevens. Zo is onduidelijk welk wettelijk regime voor gegevensverwerking van toepassing is voor de Financiële inlichtingeneenheid (FIU-Nederland). Verder ontbreekt een uitdrukkelijke grondslag in het wetsvoorstel voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens en van gegevens van strafrechtelijke aard. Op deze punten moet het voorstel worden aangepast.
Andere opmerkingen
Tot slot maakt de Afdeling advisering opmerkingen over de zogenoemde delegatiegrondslag ter uitvoering van verordeningen, het informeren van de uiteindelijk belanghebbende bij raadpleging van het UBO-register van de Kamer van Koophandel en de toepassing van de anti-witwasregelgeving in Caribisch Nederland.
Conclusie
De Afdeling advisering heeft een aantal opmerkingen bij het wetsvoorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het bij de Tweede Kamer wordt ingediend.

Lees hier het hele advies van de Afdeling advisering.