Advies over wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven

Gepubliceerd op 22 april 2024

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 17 april 2024 het advies vastgesteld over het wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven. Het advies is op 22 april 2024 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Inhoud van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel creëert een wettelijke grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers in de Gemeentewet. Daarmee kunnen gemeenten bepaalde gegevens verwerken en de voorwaarden daarvoor in een gemeentelijke verordening verder uitwerken. Op dit moment ontbreekt zo’n grondslag. Het gevolg hiervan is dat gemeenten op dit moment geen effectief seksbeleid kunnen voeren.

Gemeenten hebben de mogelijkheid al om regels te stellen omtrent de exploitatie van seksbedrijven. Daaronder vallen ook verplichtingen voor de exploitant over de sekswerkers die bij hem werkzaam zijn. Daarvoor dient de exploitant persoonsgegevens van sekswerkers te verwerken. Om de naleving van die verplichtingen te kunnen controleren en handhaven, moeten ook gemeenten persoonsgegevens van sekswerkers kunnen verwerken. Gelet op de gevoelige aard van die gegevens vereist de Algemene verordening gegevensverwerking (AVG) daarvoor een wettelijke grondslag.

Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

Tegen deze achtergrond begrijpt de Afdeling advisering de wens voor en noodzaak van een wettelijke grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens. Tegelijkertijd benadrukt de Afdeling advisering dat de verwerking van persoonsgegevens een beperking vormt van het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. De Grondwet en de AVG stellen daaraan voorwaarden.

Passende en specifieke waarborgen

Zo vereist de AVG dat voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens passende en specifieke maatregelen worden getroffen om de grondrechten en de fundamentele belangen van betrokkenen te beschermen. Het wetsvoorstel verplicht gemeenten daarom in ieder geval te voorzien in een autorisatiemechanisme en het loggen van de toegang tot de bijzondere persoonsgegevens. Daarnaast laat het ruimte voor eventuele aanvullende maatregelen door gemeenten. Het wetsvoorstel specificeert niet welke passende en specifieke maatregelen van exploitanten worden verwacht.

De Afdeling advisering wijst erop dat zulke waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer zoveel mogelijk in de wet moeten worden vastgesteld. Dat geldt ook voor de maatregelen die exploitanten moeten treffen. Dit is van belang vanwege de gevoelige aard van de bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers en het feit dat deze gegevens ook door private actoren (exploitanten) zullen worden verwerkt. Ook moet het voor alle betrokkenen duidelijk zijn wat op dit vlak van gemeenten en van exploitanten mag worden verwacht.

Bewaartermijn

Het wetsvoorstel bepaalt dat de verwerkte persoonsgegevens niet langer mogen worden bewaard dan noodzakelijk is en moeten worden vernietigd binnen een door de gemeentelijke verordening bepaalde termijn. Dat moet volgens het wetsvoorstel in ieder geval uiterlijk vijf jaar na de laatste verwerking zijn. De Afdeling advisering wijst erop dat deze constructie het risico met zich meebrengt dat bijzondere persoonsgegevens van gevoelige aard aanmerkelijk langer dan de beoogde maximale termijn van vijf jaar worden bewaard. Om te voorkomen dat de lengte van de termijn in de praktijk teveel afhankelijk wordt van het handelen van de gemeente of een exploitant, moet de wet een objectief vast te stellen bewaartermijn bevatten.


sekswerk

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering