Uitspraak 201401776/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2014:4797
- Datum uitspraak
- 17 september 2014
- Inhoudsindicatie
- Bij onderscheiden besluiten van 13 juli 2011 heeft het dagelijks bestuur drie aanvragen van A1 Internet om subsidie in het kader van de Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit 2010 (hierna: NIOF 2010) afgewezen.
- Hoger beroep
- Geld
Toon inhoud
201401776/1/A2.
Datum uitspraak: 17 september 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A1 Internet B.V., gevestigd te Heerenveen,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 17 januari 2014 in zaken nrs. 12/605, 12/741 en 12/742 in het geding tussen:
A1 Internet
en
het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 13 juli 2011 heeft het dagelijks bestuur drie aanvragen van A1 Internet om subsidie in het kader van de Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit 2010 (hierna: NIOF 2010) afgewezen.
Bij onderscheiden besluiten van 3 mei 2012 heeft het dagelijks bestuur de door A1 Internet daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 17 januari 2014 heeft de rechtbank de door A1 Internet daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft A1 Internet hoger beroep ingesteld.
Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 juli 2014, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. D.G.I. Bos en G. Rausch, werkzaam aldaar, is verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder d, van de NIOF 2010 wordt in deze regeling verstaan onder prototype een model dat aan productie of dienstverlening vooraf gaat, zoals proef- en demonstratieopstellingen, maar niet wordt gebruikt voor (industriële) toepassing en commerciële exploitatie.
Ingevolge artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, worden als subsidiabele kosten in aanmerking genomen voor wat betreft een ontwikkelingsproject:
1) kosten van het inschakelen van een deskundige voor een advies en voor het (laten) bouwen van een prototype. Overige uitvoerende werkzaamheden door de onafhankelijke deskundige zijn niet subsidiabel;
2) de materiaalkosten voor het bouwen van een prototype.
2. A1 Internet heeft bij het dagelijks bestuur aanvragen om een innovatiesubsidie ingediend voor drie projecten, te weten de ontwikkeling van een hosted telefoniedienst, een proprietary protocol voor draadloos internet en een hosted werkplekomgeving. Uit de projectbegrotingen volgt dat de aanvragen hoofdzakelijk zien op kosten van aangeschafte hardware, waaronder servers en netwerkapparatuur.
3. Aan de besluiten van 13 juli 2011, gehandhaafd bij die van 3 mei 2012, heeft het dagelijks bestuur ten grondslag gelegd dat de kosten waarvoor de subsidies zijn aangevraagd, betrekking hebben op hardware ten behoeve van een test- dan wel proefopstelling voor de voor evengenoemde projecten te ontwikkelen software en dat voor die hardware geen subsidie kan worden verstrekt, omdat slechts de materiaalkosten voor het bouwen van een prototype subsidiabel zijn. Niet de hardware, maar de te ontwikkelen software is volgens het dagelijks bestuur het prototype.
4. A1 Internet betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de kosten, waarop de subsidieaanvragen zien, niet subsidiabel zijn. De aanvraag voldoet bij elk van de drie projecten aan de eisen die daarvoor gelden en de rechtbank heeft ten onrechte de aanvullende voorwaarden gesteld dat de aangeschafte hardware om voor subsidie in aanmerking te komen specifiek moet zijn afgestemd op de te ontwikkelen software, de hardware niet voor andere projecten kan worden ingezet en deze niet mag behoren tot de normale bedrijfsuitrusting, aldus A1 Internet.
4.1. Het dagelijks bestuur heeft het begrip prototype, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d, van de NIOF 2010 beleidsmatig ingevuld voor projecten die niet op de ontwikkeling van een fysiek prototype, maar op die van software zien. Volgens het dagelijks bestuur dient in geval van de ontwikkeling van software onder prototype te worden verstaan de zogenaamde proof-of-concept software, die dient om de technische functionaliteit ervan aan te tonen, maar nog niet zover is doorontwikkeld dat deze commercieel inzetbaar is. De Afdeling acht deze invulling niet onjuist.
Ter zitting heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat de projecten waarop de drie aanvragen van A1 Internet zien de ontwikkeling van stand-alone software betreffen, die niet wordt ontwikkeld voor gebruik in combinatie met specifieke hardware. Daaruit volgt dat, hoewel voor het testen van de werking van de software enige hardware is vereist, dit niet specifiek de door A1 Internet aangeschafte hardware hoeft te zijn. Het is niet noodzakelijk dat de hardware een eigen, op de te ontwikkelen software afgestemd karakter heeft en de aangeschafte hardware mist die ook. De rechtbank komt in overweging 8.5 van de aangevallen uitspraak terecht tot hetzelfde oordeel. Dat de rechtbank bij de beantwoording van de vraag of hard- en software specifiek met elkaar verbonden zijn tevens de in overweging 4 vermelde andere aspecten heeft betrokken, betekent, anders dan A1 Internet betoogt, niet dat zij aanvullende voorwaarden heeft gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen.
Het betoog faalt.
5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Van Altena w.g. Dallinga
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2014
18-799.