Uitspraak 201209836/2/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:3247
- Datum uitspraak
- 7 juni 2013
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 27 augustus 2012 heeft het college op basis van het provinciale inpassingsplan "Inpassingsplan Agro & Food Cluster West-Brabant" het wijzigingsplan "Windpark Zuid-Dintel" vastgesteld.
- Voorlopige voorziening
- Inpassingsplan
Toon inhoud
201209836/2/R3.
Datum uitspraak: 7 juni 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker] en anderen, allen wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 27 augustus 2012 heeft het college op basis van het provinciale inpassingsplan "Inpassingsplan Agro & Food Cluster West-Brabant" het wijzigingsplan "Windpark Zuid-Dintel" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. [verzoeker] en anderen hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.
2. [verzoeker] en anderen hebben de voorzitter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het wijzigingsplan te schorsen. Zij voeren aan dat het plan, dat voorziet in de bouw van zeven windturbines, na het verstrijken van de beroepstermijn in werking is getreden en dat een omgevingsvergunning voor de windturbines kan worden verleend voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure.
3. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen. De voorzitter betrekt daarbij dat de Afdeling bij brief van 3 mei 2013 partijen te kennen heeft gegeven dat in ieder geval niet eerder dan 20 juni 2013 zal worden beslist op het beroep van [verzoeker] en anderen in de procedure met zaak nr. 201209836/1/R3. Voorts is van belang dat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor drie windturbines is ingediend en dat een ontwerp van een besluit tot het verlenen van die vergunning tot 14 mei 2013 ter inzage heeft gelegen. De vergunning zal op basis van het wijzingsplan kunnen worden verleend voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Ten einde onomkeerbare gevolgen te voorkomen, ziet de voorzitter daarom aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
4. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 27 augustus 2012, kenmerk C2045614/3100594;
II. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [verzoeker] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 156,00 (zegge: honderdzesenvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van Helvoort
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2013
361.