Uitspraak 201302666/2/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:CA2001
- Datum uitspraak
- 30 mei 2013
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 5 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Woonwagencentrum Broekweg" vastgesteld.
- Voorlopige voorziening
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
201302666/2/R3.
Datum uitspraak: 30 mei 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker] en anderen, allen wonend te Waalre,
en
de raad van de gemeente Waalre,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Woonwagencentrum Broekweg" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. [verzoeker] en anderen hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 mei 2013, waar [verzoeker] en anderen, bijgestaan door mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven, en de raad, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, mr. S.G. Beekman, A.P.M. Sluijter en ing. H.J.M. Dings, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het plan voorziet in een planologische regeling voor de bestaande woonwagenstandplaatsen aan de Broekweg ten noorden van de kern Waalre.
3. [verzoeker] en anderen betogen dat de raad ten onrechte het plan heeft vastgesteld, voor zover hierin geen bouwmogelijkheden zijn opgenomen voor bedrijfsloodsen. Zij verzoeken om schorsing van het bestreden besluit en beogen met het verzoek te voorkomen dat het college van burgemeester en wethouders van Waalre handhavend zal optreden tegen de reeds opgerichte loodsen in het plangebied.
4. Niet in geschil is dat de vorige bestemmingsplannen "Natuurgebieden" en "Woonwagenstandplaatsen" die betrekking hebben op de gronden in het plangebied, niet voorzien in de mogelijkheid van oprichting van bedrijfsloodsen. De voorzitter overweegt dat [verzoeker] en anderen niet gebaat zijn bij schorsing van het bestreden besluit, omdat met een schorsing de vorige planologische regelingen voor deze gronden van toepassing blijven. Voor zover [verzoeker] en anderen hebben verzocht een voorlopige voorziening te treffen die in bouwmogelijkheden voor bedrijfsloodsen voorziet, terwijl het bestreden bestemmingsplan daarin niet voorziet, acht de voorzitter een dergelijke voorlopige voorziening te verstrekkend. Ook de uitspraak van de Afdeling zal, gelet op de aard van de toetsing in de bodemprocedure, doorgaans immers niet strekken tot het zelfvoorziend vaststellen van een bestemmingsplan met de door [verzoeker] en anderen gewenste bouwmogelijkheden. Van uitzonderlijke omstandigheden welke nopen tot een andere conclusie is niet gebleken.
5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Kooijman
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2013
177-629.