Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201205939/2/V1

Uitspraak 201205939/2/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2012:6
Datum uitspraak
8 augustus 2012
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 juni 2010 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201205939/2/V1.
Datum uitspraak: 8 augustus 2012

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de minister van Buitenlandse Zaken,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 25 mei 2012 in zaak nr. 11/28191 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (lees: de minister van Buitenlandse Zaken; hierna: de minister).

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 juni 2010 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen.

Bij besluit van 16 augustus 2011 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 mei 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen drie weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft de minister bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 21 juni 2012, hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de minister van Immigratie, Integratie en Asiel de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Hierin heeft ook zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel is geen partij in de hoofdzaak, zodat het door hem ingediende verzoek, gelet op artikel 8:81, tweede lid, van de Awb, niet-ontvankelijk is.

2.2. Het verzoek van de vreemdeling strekt ertoe dat de minister van Buitenlandse Zaken wordt gelast haar te behandelen als ware zij in het bezit van een machtiging tot voorlopig verblijf.

2.2.1. Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter valt niet op voorhand uit te sluiten dat de uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven. Onder die omstandigheden ziet de voorzitter thans geen aanleiding om de gevraagde, verstrekkende, voorziening te treffen.

Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

2.3. De minister dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het verzoek van de minister Immigratie, Integratie en Asiel niet-ontvankelijk;

II. veroordeelt de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

III. wijst het verzoek van [de vreemdeling] af.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Groenendijk
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2012

164-740.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon