Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak ​201302415/2/A4

Uitspraak ​201302415/2/A4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:3379
Datum uitspraak
22 april 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het college een verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden ten aanzien van de kinderboerderij van De Loi aan de Schaak 4 te Wellerlooi afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

​201302415/2/A4.
Datum uitspraak: 22 april 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting Stichting Kinderboerderij "De Loi" (hierna: De Loi), gevestigd te Wellerlooi, gemeente Bergen (L),
verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Bergen,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het college een verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden ten aanzien van de kinderboerderij van De Loi aan de Schaak 4 te Wellerlooi afgewezen.

Bij besluit van 14 februari 2013 heeft het college alsnog een last onder dwangsom opgelegd aan De Loi.

Tegen dit besluit heeft De Loi beroep ingesteld.
De Loi heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 april 2013, waar De Loi, vertegenwoordigd door [voorzitter van De Loi], en het college, vertegenwoordigd door ing. J.Y.IJ. Wattjes, werkzaam bij de gemeente Bergen, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. D. Pool, gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. De Loi en het college hebben de voorzitter verzocht om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. Nu [verzoeker] hiervoor geen toestemming heeft gegeven wordt dit verzoek gelet op het bepaalde in artikel 8:86, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, afgewezen.

3. Het college heeft voor het nemen van het bestreden besluit bij besluit van 8 november 2011 beslist op het door [verzoeker] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 29 juni 2010 en zijn verzoek om handhavend optreden nogmaals afgewezen. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 24 oktober 2012 in zaak nr. 201108630/1/A4 het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van 8 november 2011 gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Het college heeft naar aanleiding van deze uitspraak bij besluit van 14 februari 2013 De Loi gelast vóór 30 maart 2013 haar bedrijfsvoering aan te passen dan wel maatregelen te nemen zodat wordt voldaan aan de geldende geluidvoorschriften. Aan deze last ligt ten grondslag dat tijdens een geluidmeting op 25 september 2011 is vastgesteld dat niet op ieder punt buiten de kinderboerderij werd voldaan aan de geluidgrenswaarde van voorschrift 7.1.2 van de voor de kinderboerderij bij besluit van 27 maart 2007 verleende vergunning.

4. De Loi voert aan dat het college er ten onrechte van uitgaat dat zij in strijd met voorschrift 7.1.2 heeft gehandeld. Volgens haar geldt de geluidgrenswaarde van dit voorschrift niet op ieder punt buiten de inrichting maar alleen op de gevel van voor geluid gevoelige objecten. De Loi stelt hiertoe dat de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 (hierna: de Handreiking) als algemeen uitgangspunt noemt dat in vergunningen opgenomen geluidgrenswaarden dienen te gelden op gevels van geluidgevoelige objecten. In voorschrift 7.1.1 van de vergunning van 27 maart 2007 is bepaald dat het meten en berekenen van de geluidniveaus moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten rekenen industrielawaai 1999 (hierna: de Handleiding). De Handleiding is volgens De Loi een verlengstuk van de Handreiking, zodat uit het bepaalde in voorschrift 7.1.1 volgt dat bij het hiervoor genoemde uitgangspunt van de Handreiking moet worden aangesloten. Volgens De Loi ligt het ook voor de hand om bij dit uitgangspunt aan te sluiten nu in voorschrift 7.1.2 niets anders is bepaald. Daarnaast blijkt volgens De Loi uit hetgeen is opgemerkt in de considerans van het besluit van 27 maart 2007, dat de geluidgrenswaarde van voorschrift 7.1.2 alleen geldt op de gevels van woningen van derden of andere geluidgevoelige bestemmingen en niet op ieder punt buiten de inrichting.

5. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 24 oktober 2012, waarbij het ingestelde beroep tegen de afwijzing van het verzoek om handhavend op te treden is behandeld, overwogen dat de geluidgrenswaarde van voorschrift 7.1.2 niet is gekoppeld aan woningen, geluidgevoelige objecten of andere beoordelingspunten, zodat zij op ieder punt buiten de inrichting geldt. De voorzitter verwacht niet dat hetgeen De Loi aanvoert ertoe leidt dat de Afdeling in de hoofdzaak tot een ander oordeel komt en zal concluderen dat het college er ten onrechte van is uitgegaan dat De Loi in strijd met voorschrift 7.1.2 heeft gehandeld. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.H. Schoppers, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Schoppers
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2013

578.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon