Uitspraak 201300224/2/R6
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:3381
- Datum uitspraak
- 22 april 2013
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 29 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Valkenburg Dorp" vastgesteld.
- Voorlopige voorziening
- RO - Zuid-Holland
Toon inhoud
201300224/2/R6.
Datum uitspraak: 22 april 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekers], (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Rijnsburg, gemeente Katwijk,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Katwijk,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 29 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Valkenburg Dorp" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. [verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 april 2013, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. drs. H. van Wieringen, en de raad, vertegenwoordigd door ir. J.C. van der Laken, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het plan voorziet in een actuele bestemmingsregeling voor Valkenburg.
3. [verzoeker] kan zich niet verenigen met de bestemming die aan het perceel [locatie] te Valkenburg is toegekend, voor zover geen detailhandel voor een kadowinkel en een vuurwerkwinkel is toegestaan.
4. Het gebruik van het pand op het perceel als kadowinkel mag op grond van het overgangsrecht van het plan worden voortgezet.
Het pand wordt niet gebruikt voor een vuurwerkwinkel. Voor het gebruik voor een vuurwerkwinkel is een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Katwijk vereist. Die vergunning is niet verleend.
Gelet op het voorgaande en op de omstandigheid dat de bodemzaak op 16 mei 2013 ter zitting wordt behandeld, is naar het oordeel van de voorzitter met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek dient te worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van staat.
w.g. Koeman w.g. Duursma
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2013
378.