Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201204731/1/A2

Uitspraak 201204731/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:BZ7615
Datum uitspraak
3 april 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 april 2011 heeft het college een verzoek van de vennootschap om nadeelcompensatie afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201204731/1/A2.
Datum uitspraak: 3 april 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te Roosendaal, waarvan de vennoten zijn [vennoot a en b], beiden wonend te Roosendaal,

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 2 april 2012 in zaak nr. 11/6164 in het geding tussen:

de vennootschap

en

het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal.

Procesverloop

Bij besluit van 18 april 2011 heeft het college een verzoek van de vennootschap om nadeelcompensatie afgewezen.

Bij besluit van 21 oktober 2011 heeft het het door de vennootschap daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk ongegrond verklaard en voor het overige niet-ontvankelijk.

Bij uitspraak van 2 april 2012 heeft de rechtbank het door de vennootschap daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vennootschap hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 februari 2013, waar de vennootschap, vertegenwoordigd door [vennoot a], bijgestaan door ing. J.A.L. van Engelen, juridisch adviseur te Prinsenbeek, en het college, vertegenwoordigd door mr. B.P.M. van Ravels, advocaat te Breda, en mr. C.M.W.P. Bartels, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het project Nieuwe Markt in de binnenstad van Roosendaal omvat de aanleg van een parkeergarage in twee lagen onder het plein van de Nieuwe Markt met daarboven een paviljoen en de bouw van een winkel op de hoek van de Nieuwe Markt en Tussen de Markten met daarboven appartementen. Voor de werkzaamheden die in de periode van augustus 2005 tot en met september 2008 ter hoogte van de Nieuwe Markt hebben plaatsgevonden heeft het college onder vrijstelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan bouwvergunning verleend.

Bij verkeersbesluit van 28 mei 2006 heeft het maatregelen genomen om het verkeer gedurende die werkzaamheden veilig over de Nieuwe Markt en de omliggende straten te leiden. Bij verkeersbesluit van 29 oktober 2006 heeft het de Nieuwe Markt tussen de Van Dregtstraat en de Nispensestraat voor de duur van de werkzaamheden aan de parkeergarage van vrijdag 18.00 uur tot zaterdag 18.00 uur en op koopzondagen van 11.00 uur tot 18.00 uur voor gemotoriseerd verkeer afgesloten.

2. Bij brief van 9 november 2009 heeft de vennootschap, die sinds 1 mei 2003 een bakkerij in het pand aan de [locatie] exploiteert, het college verzocht om vergoeding van de schade, geleden als gevolg van de uitvoering van het project. Daartoe heeft zij aangevoerd dat, voor zover thans van belang, in verband met dit project besluiten zijn genomen die ertoe hebben geleid dat het passantenverkeer is afgenomen, waardoor de omzet van de bakkerij is verminderd.

3. Aan het besluit van 18 april 2011 heeft het college ten grondslag gelegd dat er geen oorzakelijk verband is tussen de verkeersbesluiten van 28 mei en 29 oktober 2006 en de door de vennootschap gestelde schade, die schade voorts niet buiten het normale maatschappelijke risico valt en de uitvoering van het project op 1 mei 2003 voorzienbaar was, zodat de vennootschap het risico van het nadeel heeft aanvaard en dit nadeel daarom voor haar rekening dient te blijven.

4. De vennootschap betoogt dat de rechtbank, door ter zitting geen gebruik te maken van een goede plattegrond van de Nieuwe Markt, de aangevallen uitspraak onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid.

4.1. Dit betoog heeft naast de hierna te bespreken hogerberoepsgronden geen zelfstandige betekenis. Het kan op zichzelf niet tot gegrondbevinding van het hoger beroep en vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden.

5. De vennootschap betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat voor de voorbereidende werkzaamheden vanaf mei 2005 en het opheffen van parkeerplaatsen ter hoogte van de Nieuwe Markt vanaf augustus 2005 geen verkeersbesluiten benodigd waren, heeft miskend dat artikel 37 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer voorschrijft dat het college zodanige verkeersbesluiten zou nemen, omdat de voorbereidende werkzaamheden langer dan vier maanden hebben geduurd en ter hoogte van de Nieuwe Markt verkeerstekens zijn geplaatst en fysieke maatregelen zijn getroffen.

5.1. Dat betoog kan niet leiden tot het ermee beoogde resultaat. Voor zover verkeersbesluiten al waren vereist, laat dat onverlet dat die niet zijn genomen, zodat de voorbereidende werkzaamheden en het opheffen van parkeerplaatsen, waarvan gesteld wordt dat zij de schade hebben veroorzaakt, niet ter uitvoering van zulke besluiten hebben plaatsgevonden.

6. De vennootschap betoogt voorts dat de rechtbank, door niet aannemelijk gemaakt te achten dat zij als gevolg van de verkeersbesluiten van 28 mei en 29 oktober 2006 onevenredige schade heeft geleden, heeft miskend dat die besluiten tot een drastische omzetdaling hebben geleid die buiten het normale maatschappelijke risico valt en er geen andere oorzaak voor die omzetdaling is aan te wijzen.

6.1. Omdat de vennootschap in beroep had erkend dat een oorzakelijk verband tussen die verkeersbesluiten en de gestelde schade ontbreekt, heeft de rechtbank met die overweging de vennootschap in elk geval niet te kort gedaan, zodat het betoog reeds hierom niet tot het ermee beoogde resultaat kan leiden.

7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. N.S.J. Koeman en mr. P.A. Koppen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Hazen
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2013

452.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon