Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201204684/1/A3

Uitspraak 201204684/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:BZ0759
Datum uitspraak
6 februari 2013
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 maart 2011 heeft het college de leden mr. R. Bonis, mr. M.C.J. Fleur, mr. B.R. van Leeuwen, mr. J.M. van Noord-Markesteijn, mr. P. van Namen en mr. H. Steenhouwer herbenoemd voor de gemeentelijke kamer van de bezwarencommissie Zederik tot maart 2014.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201204684/1/A3.
Datum uitspraak: 6 februari 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Lexmond, gemeente Zederik,

tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 30 maart 2012 in
zaak nr. 11/1290 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zederik.

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2011 heeft het college de leden mr. R. Bonis, mr. M.C.J. Fleur, mr. B.R. van Leeuwen, mr. J.M. van Noord-Markesteijn, mr. P. van Namen en mr. H. Steenhouwer herbenoemd voor de gemeentelijke kamer van de bezwarencommissie Zederik tot maart 2014.

Bij besluit van 25 augustus 2011 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 30 maart 2012 heeft de rechtbank het door
[appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 januari 2013, waar [appellante], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door
mr. L. de Keijzer-Krens, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken.

Ingevolge artikel 8:4, aanhef en onder d, kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit tot benoeming of aanstelling, tenzij beroep wordt ingesteld door een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet dienstplicht als zodanig, hun nagelaten betrekkingen of hun rechtverkrijgenden.

2. Het college heeft het bezwaar van [appellante] niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belanghebbende is bij het besluit tot herbenoeming. Zij heeft geen rechtstreeks betrokken belang bij het besluit tot herbenoeming, nu dit volgens het college niet direct tot haar is gericht.

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij belanghebbende is bij het besluit tot herbenoeming. Daartoe voert zij aan dat zij een direct belang heeft bij een onafhankelijke en onpartijdige bezwarencommissie. Verder is zij niet gehoord in de bezwaarfase en heeft het college de termijn voor het nemen van een besluit op het door haar gemaakte bezwaar overschreden, aldus [appellante].

4. Gelet op artikel 8:4, aanhef en onder d, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit tot benoeming of aanstelling, behoudens de in dat artikel genoemde uitzonderingen. Tegen het besluit van 25 maart 2011 stond daarom voor [appellante] op grond van dit artikel, in samenhang gelezen met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb geen bezwaar open. De rechtbank heeft met juistheid, maar op andere gronden, geoordeeld dat het college het door [appellante] gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Het betoog faalt.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.

w.g. Borman w.g. Klein
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2013

317-697.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon