Uitspraak 201202665/1/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:BY9208
- Datum uitspraak
- 23 januari 2013
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 16 augustus 2011 heeft de staatssecretaris de aanvraag om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) van wijlen [appellant] ten behoeve van de afgifte van een chauffeurspas afgewezen.
- Hoger beroep
- Verklaring omtrent gedrag
Toon inhoud
201202665/1/A3.
Datum uitspraak: 23 januari 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
wijlen [appellant], voorheen wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 31 januari 2012 in zaak nr. 11/9451 in het geding tussen:
wijlen [appellant]
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 16 augustus 2011 heeft de staatssecretaris de aanvraag om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) van wijlen [appellant] ten behoeve van de afgifte van een chauffeurspas afgewezen.
Bij besluit van 24 november 2011 heeft de staatssecretaris het door wijlen [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 31 januari 2012 heeft de voorzieningenrechter het door wijlen [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft wijlen [appellant] hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2012, waar wijlen [appellant], vertegenwoordigd door mr. R. Müller, advocaat te Alphen aan den Rijn, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door F.E.I.H. Muijtjens, LLM, werkzaam bij het ministerie van Veiligheid en Justitie, zijn verschenen.
Overwegingen
1. In geding is de weigering van de afgifte van een VOG aan wijlen [appellant]. Het belang van wijlen [appellant] bij het door hem ingestelde hoger beroep is met zijn overlijden komen te ontvallen. Gelet op het persoonsgebonden karakter van deze VOG en de daarmee samenhangende belangen hebben eventuele erfgenamen geen belang bij rechtsopvolging in rechte als appellant in de door wijlen [appellant] ingestelde procedure in hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.
w.g. Vlasblom w.g. Neuwahl
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2013
280-773.