Uitspraak 201208980/1/A4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:360
- Datum uitspraak
- 17 september 2012
- Inhoudsindicatie
- Het verzoek richt zich tegen het besluit van het college van 6 augustus 2012, waarbij een ontbrandingstoestemming als bedoeld in het Vuurwerkbesluit is verleend voor het tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk op 19 september 2012 op het perceel aan de Peelbaan 15 te Rijen, gelegen nabij het bedrijfsgebouw van PyromaX.
- Voorlopige voorziening
- Milieu - Overige
Toon inhoud
201208980/1/A4.
Datum uitspraak: 17 september 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], wonend te [woonplaats], gemeente Gilze en Rijen,
verzoekster,
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 17 september 2012 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. Th.C. van Sloten voorzitter (vz.)
ambtenaar van staat: mr. R. van Heusden
Verschenen:
[verzoekster], in persoon;
Het college, vertegenwoordigd door mr. M. van Ginhoven en F.Y. Tenlima-Sellier, beiden werkzaam bij de provincie;
PyromaX, vertegenwoordigd door [directeur], en [gemachtigde].
Het verzoek richt zich tegen het besluit van het college van 6 augustus 2012, waarbij een ontbrandingstoestemming als bedoeld in het Vuurwerkbesluit is verleend voor het tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk op 19 september 2012 op het perceel aan de Peelbaan 15 te Rijen, gelegen nabij het bedrijfsgebouw van PyromaX.
De voorzitter
wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt hij het volgende.
De ontbrandingstoestemming maakt het mogelijk dat PyromaX een demonstratie van consumentenvuurwerk kan houden om haar (potentiële) klanten te informeren over consumentenvuurwerk.
De voorzitter gaat ervan uit dat [verzoekster], anders dan het college ter zitting heeft gesteld, belanghebbend is bij het besluit. Haar woning ligt op een afstand van ongeveer 550 meter tot het perceel waar het consumentenvuurwerk tot ontbranding zal worden gebracht. De gevolgen voor het milieu van de ontbranding van het consumentenvuurwerk kunnen zodanig zijn dat zij daar hinder van ondervindt.
[verzoekster] beoogt met haar verzoek te voorkomen dat PyromaX gebruik kan maken van de verleende ontbrandingstoestemming. Zij stelt door het vuurwerk ernstig geluidhinder met name voor huisdieren, vee en kinderen te vrezen.
De voorzitter stelt vast dat de ontbrandingstoestemming zogenoemd CE-gekeurd consumentenvuurwerk betreft. Dergelijk vuurwerk voldoet aan Europese normen en veiligheidseisen voor vuurwerk.
PyromaX heeft ter zitting onweersproken gesteld dat zij, overeenkomstig het aan de ontbrandingstoestemming verbonden voorschrift 1.12, een advertentie in een huis-aan-huisblad heeft geplaatst en omwonenden via een kennisgeving op de hoogte heeft gesteld van de demonstratie. Daarbij heeft PyromaX opgemerkt dat zij deze kennisgeving zelfs ruimer heeft verspreid dan is voorgeschreven in het voorschrift. Voor omwonenden kan gezien de kennisgeving kenbaar zijn waar en wanneer de vuurwerkdemonstratie plaats zal vinden en hoe lang deze duurt.
PyromaX heeft toestemming gevraagd voor het tot ontbranding mogen brengen van vuurwerk tot 23.59 uur. Om geluidhinder te beperken heeft het college echter aan de ontbrandingstoestemming voorschrift 1.13 verbonden, waarin is bepaald dat het vuurwerk uiterlijk om 22.30 uur beëindigd dient te zijn. Ter zitting heeft PyromaX te kennen gegeven dat zij zal aanvangen met het tot ontbranding brengen van het vuurwerk als het buiten donker is en dat de vuurwerkdemonstratie niet meer dan ongeveer één uur zal duren. Met voorschrift 1.13 wordt geluidhinder naar het oordeel van de voorzitter in enige mate beperkt.
Gezien de beperkte duur van de geluidhinder voor omwonenden enerzijds en de belangen van PyromaX bij het houden van de vuurwerkdemonstratie en de daarvoor reeds door het bedrijf getroffen voorbereidingen anderzijds, is de voorzitter van oordeel dat bij afweging van de betrokken belangen geen aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen.
w.g. Van Sloten w.g. Van Heusden
Voorzitter ambtenaar van staat
163-738.