Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201205289/2/A3

Uitspraak 201205289/2/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2012:BX2532
Datum uitspraak
17 juli 2012
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 januari 2012 heeft het CBR het rijbewijs van [verzoeker] ongeldig verklaard.
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201205289/2/A3.
Datum uitspraak: 17 juli 2012

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te Leeuwarden,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden van 17 april 2012 in zaken nrs. 12/603 en 12/860 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 januari 2012 heeft het CBR het rijbewijs van [verzoeker] ongeldig verklaard.

Bij uitspraak van 17 april 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 mei 2012, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 juli 2012, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. C. Grondsma, advocaat te Leeuwarden, en het CBR, vertegenwoordigd door mr. L.H. Krajenbrink, juridisch medewerker bij het CBR, en W. van Os, arts bij het CBR, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het besluit van 11 januari 2012, inhoudende de ongeldigverklaring van het rijbewijs, wordt geschorst in afwachting van de uitspraak op het ingestelde hoger beroep.

2.3. De voorzitter gaat voorbij aan het verzoek om toepassing te geven aan artikel 8:86 van de Awb, omdat hij niet de overtuiging heeft, dat nader onderzoek en behandeling door een meervoudige kamer van de Afdeling niet kan bijdragen aan de beoordeling van het hoger beroep.

2.4. Naar het oordeel van de voorzitter vergen de ingenomen standpunten een inhoudelijke beoordeling waarvoor de bodemprocedure zich beter leent, maar staat niet op voorhand vast dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Daarbij wordt het bij verzoeker geconstateerde zeer hoge ademalcoholgehalte op 25 september 2011 in aanmerking genomen in combinatie met de door het CBR voor de diagnose 'alcoholmisbruik' aannemelijk geachte ondersteunende gegevens.

2.5. In het kader van de afweging van de betrokken belangen overweegt de voorzitter voorts dat het belang van [verzoeker] bij het kunnen beschikken over een rijbewijs om zijn beroep als huisarts uit te oefenen evident is. Daartegenover staat echter het belang van de verkeersveiligheid, dat in dit geval naar het oordeel van de voorzitter zwaarder dient te wegen. Daarbij is betrokken dat [verzoeker] zelf heeft bijgedragen aan de onderhavige situatie door op 25 september 2011 met een zeer hoog ademalcoholgehalte zijn auto te hebben bestuurd, hoe zeer daarbij persoonlijke omstandigheden ook een rol hebben gespeeld. De voorzitter zal evenwel bevorderen, dat aan het belang van [verzoeker] in zoverre wordt tegemoetgekomen, dat een behandeling ter zitting van de bodemprocedure in oktober 2012 zal plaatsvinden.

2.6. Gelet op het voorgaande, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van staat.

w.g. Polak w.g. Sparreboom
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2012

280-697.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon