Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 201203272/1/R4

Uitspraak 201203272/1/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2012:BW9524
Datum uitspraak
21 juni 2012
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 maart 2012 heeft het college het verzoek van [verzoeker] om verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem bij besluit van 3 augustus 1990 verleende ontgrondingsvergunning, afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Ontgrondingen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

201203272/1/R4.
Datum uitspraak: 21 juni 2012

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Sterksel, gemeente Heeze-Leende,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant
(hierna: het college),
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2012 heeft het college het verzoek van [verzoeker] om verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem bij besluit van 3 augustus 1990 verleende ontgrondingsvergunning, afgewezen.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 maart 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoeker] en het college hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 juni 2012, waar [verzoeker], in persoon, bijgestaan door mr. ir. J.L. Mieras, en het college, vertegenwoordigd door J.J.A.M. Bertens en J.I.M. van Osch, beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.
Voorts zijn ter zitting het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende, vertegenwoordigd door ing. M.L. Hendrikx, werkzaam bij de gemeente, en het college van burgemeester en wethouders van Someren, vertegenwoordigd door mr. J. van de Kolk, werkzaam bij de gemeente, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] verzoekt in verband met expiratie van de vergunning op 1 april 2012 een zodanige voorlopige voorziening te treffen dat de vergunning niet expireert zolang niet onherroepelijk op het verzoek om verlenging is beslist.

2.3. Het college stelt dat [verzoeker] geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn bezwaar, gelet op het feit dat de ontgrondingsvergunning op 1 april 2012 is geëxpireerd en verlenging van de vergunning derhalve niet meer mogelijk is. Volgens het college schorst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening de expiratiedatum van de ontgrondingsvergunning niet op.

2.3.1. Bij besluit van 3 augustus 1990 heeft het college aan [verzoeker] een ontgrondingsvergunning verleend voor het project "waterbergingsvijver in combinatie met zandwinning ten behoeve van de realisatie van een forellenkwekerij". Ingevolge de aan deze vergunning verbonden voorwaarde 17e, zoals deze laatstelijk is gewijzigd op 31 januari 2008, loopt de geldigheidsduur van de vergunning af op 1 april 2012.

Nu bij het nemen van het besluit op bezwaar in aanmerking zal moeten worden genomen dat de ontgrondingsvergunning van rechtswege is geëxpireerd, is verlenging van de geldigheidsduur van deze vergunning niet meer mogelijk. Op grond hiervan heeft [verzoeker] naar het oordeel van de voorzitter geen procesbelang bij de beoordeling van zijn bezwaar.

2.4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding voor de verwachting dat het bezwaar niet-ontvankelijk zal worden verklaard

2.5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Kuipers
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2012

271-650.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon