Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit buitengerechtelijke kosten in verband met de nadere normering van de regels inzake buitengerechtelijke kosten bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.17.0070/II
- Datum advies
- 20 april 2017
- Vindplaats
- Staatscourant 2017, nr. 62773
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit buitengerechtelijke kosten in verband met de nadere normering van de regels inzake buitengerechtelijke kosten bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 10 maart 2017, no.2017000405, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit buitengerechtelijke kosten in verband met de nadere normering van de regels inzake buitengerechtelijke kosten bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft nadere regels over de maximumbedragen voor buitengerechtelijke kosten die bij de tenuitvoerlegging van dwangbevelen door een bestuursorgaan in rekening kunnen worden gebracht aan de schuldenaar. Daartoe wordt het Besluit buitengerechtelijke kosten gewijzigd.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het besluit vast te stellen, maar acht een nadere toelichting en een aanpassing van het ontwerpbesluit aangewezen, zodat dubbele compensatie van de omzetbelasting bij het bestuursorgaan wordt voorkomen.
Het ontwerpbesluit regelt onder meer dat de buitengerechtelijke kosten worden verhoogd met de omzetbelasting, indien het bestuursorgaan gebruik maakt van de diensten van een derde, (zie noot 1) en het bestuursorgaan de door het incassobureau in rekening gebrachte omzetbelasting niet kan verrekenen op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968. (zie noot 2) In die situatie wordt de omzetbelasting doorberekend aan de schuldenaar.
De Afdeling merkt op dat bij deze verhoging van de buitengerechtelijke kosten met de omzetbelasting geen acht is geslagen op de compensatie van de omzetbelasting die bepaalde bestuursorganen (zie noot 3) uit hoofde van het BTW-compensatiefonds toekomt. (zie noot 4) De voorgestelde regeling kan er aldus toe leiden dat de omzetbelasting op de schuldenaar wordt verhaald, terwijl het bestuursorgaan daarnaast recht heeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit zodanig aan te passen dat een verhoging van de buitengerechtelijke kosten met omzetbelasting wordt uitgesloten indien het bestuursorgaan recht heeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 23 oktober 2017
De Afdeling is van oordeel dat het voorstel aanpassing behoeft, zodat dubbele compensatie van de omzetbelasting bij het bestuursorgaan wordt voorkomen. Met het oog hierop zijn artikel 1, tweede lid, van het voorstel en de nota van toelichting aangepast.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Veiligheid en Justitie
(1) Zoals een incassobureau.
(2) Voorgesteld artikel 1, tweede lid, van het Besluit buitengerechtelijke kosten.
(3) Het gaat om provincies en gemeenten of een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c en d, van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
(4) Op grond van de artikelen 3 en 5 van de Wet op het BTW-compensatiefonds hebben vorenbedoelde bestuursorganen recht op een bijdrage uit het fonds ter financiering van de omzetbelasting die door een ondernemer aan hen in rekening is gebracht voor de aan hen verleende diensten, voorzover zij niet als ondernemer handelen.