Ontwerpbesluit houdende aanpassing van de minimumjeugdloonregeling en enkele andere wijzigingen.
- Kenmerk
- W12.17.0063/III
- Datum advies
- 26 april 2017
- Vindplaats
- Staatcourant 2017, nr. 35478
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende aanpassing van de minimumjeugdloonregeling en enkele andere wijzigingen.
Bij Kabinetsmissive van 7 maart 2017, no.2017000384, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende aanpassing van de minimumjeugdloonregeling en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Afdeling geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 juni 2017
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Wel is van de gelegenheid gebruik gemaakt om het besluit op enkele punten te wijzigen. Ten eerste heeft het UWV onderzocht of het mogelijk is om het dagloon voor bbl-werknemers te verhogen naar het niveau van het wettelijk minimum(jeugd)loon bij instroom in de uitkering of daarna bij het bereiken van de volwassenleeftijd.
Werknemers met een leerwerkplek in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) zijn namelijk uitgezonderd van de verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon indien zij 18, 19 of 20 jaar oud zijn. Dit is in paragraaf 1 van het algemeen deel van de nota van toelichting toegelicht.
Bij beide staffels van de jeugdlonen geldt dat bij verjaring naar de volwassenleeftijd, het dagloon op het niveau van het WML wordt gebracht. Het UWV kan echter maar één staffel hanteren: de minimumjeugdloonstaffel. Dit betekent dat indien een (voormalige) bbl-werknemer recht krijgt op een ZW-, WW- of WIA-uitkering en bij aanvang van de referteperiode voor het dagloon 18, 19 of 20 jaar was, het dagloon lager kan zijn dan het WML bij het bereiken van de volwassenleeftijd. Dit ondanks de correctie bij verjaring conform artikel 24 van het Dagloonbesluit.
Het UWV heeft onderzocht of het mogelijk is om het dagloon voor bbl-werknemers verder te verhogen. Voor bbl-werknemers met een WW- of ZW-uitkering is dit niet per 1 juli 2017 mogelijk, omdat daar systeemaanpassingen voor nodig zijn om bbl-werknemers te kunnen herkennen. Daar komt bij dat voor deze bbl-werknemers een verhoging van het dagloon niet nodig wordt geacht, omdat zij daar doorgaans kortdurend recht op hebben.
Het recht op een WIA-uitkering kan daarentegen langdurig van karakter zijn. Desalniettemin zal ook hun dagloon niet worden verhoogd naar het niveau van het wettelijk minimum(jeugd)loon. Ten eerste is de omvang van deze groep erg klein. Jaarlijks zullen ongeveer 25 bbl-werknemers de WIA instromen met een leeftijd van 18, 19 of 20 jaar bij aanvang van de referteperiode voor het dagloon. In ongeveer tweederde van de gevallen wordt het dagloon echter al verhoogd naar het niveau van het wettelijk minimum(jeugd)loon door toepassing van artikel 24 van het Dagloonbesluit. Dat brengt mee dat een aparte regeling slechts nodig zou zijn voor hooguit 10 personen. Ten tweede kan een (onbekend) aantal van deze 10 personen een beroep doen op de Toeslagenwet. Zo ontvangen alleenstaande bbl-werknemers met een WIA-uitkering een aanvulling tot 70% van het wettelijk minimum(jeugd)loon. Zij hebben zodoende een uitkering die (vrijwel) gelijk is aan de uitkering die zij zouden hebben ontvangen als zij het wettelijk minimum(jeugd)loon tijdens werken zouden hebben verdiend. Om deze redenen is ervoor gekozen om geen aparte regeling te treffen voor deze werknemers.
Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om twee kleine wijzigingen door te voeren. Ten eerste is van de gelegenheid gebruik gemaakt om mogelijk te maken dat bij arbeidsbeperkten ook de premie van de aanvullende zorgverzekering van de werknemer zelf en de premie zorgverzekering (basis, aanvullend en herverzekering eigen risico) van meeverzekerde gezinsleden op het minimumloon kan worden ingehouden. Hiertoe is het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag gewijzigd. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3 van het algemeen deel van de nota van toelichting van het ontwerpbesluit.
Ten tweede is besloten het Besluit van 24 oktober 2016 tot wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met starters, stakingsdagen en 104 weken wachttijd Wet WIA (Stb. 2016, 390) zo te wijzigen dat een wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen die in strijd is met een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, niet in werking treedt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid