Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W15.15.0030/IV

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit houders van dieren houdende een verbod op het gebruik van pluimvee voor productie waarop ingrepen zijn toegepast die niet zijn toegestaan, met nota van toelichting.

Kenmerk
W15.15.0030/IV
Datum advies
12 maart 2015
Vindplaats
Staatscourant 2015, nr. 34903
  • Economische Zaken en Klimaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit houders van dieren houdende een verbod op het gebruik van pluimvee voor productie waarop ingrepen zijn toegepast die niet zijn toegestaan, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 13 februari 2015, no.2015000249, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit houders van dieren houdende een verbod op het gebruik van pluimvee voor productie waarop ingrepen zijn toegepast die niet zijn toegestaan, met nota van toelichting.

De Wet dieren kent een systeem waarbij lichamelijke ingrepen bij dieren niet of alleen onder voorwaarden zijn toegestaan. Als bij een dier een verboden lichamelijke ingreep is verricht mag het dier niet worden verkocht; de eigenaar of houder mag het dier evenmin laten meedoen aan wedstrijden, tentoonstellingen of keuringen. (zie noot 1) In het ontwerpbesluit wordt het bovendien verboden om pluimvee waarbij verboden ingrepen zijn verricht te "gebruiken met het oog op de productie van dierlijke producten". (zie noot 2)

De bepalingen over de verboden ingrepen zijn nog niet allemaal in werking. Het is met ingang van 1 januari 2015 verboden bij hanen een deel van de sporen en de kammen te verwijderen. Voorts zal met ingang van 1 september 2018 het verkorten van snavels bij kippen en kalkoenen niet langer zijn toegestaan. Met ingang van 1 september 2021 wordt het ook verboden bij hanen een deel van de achterste tenen te verwijderen. (zie noot 3)

De Afdeling advisering van de Raad van State is van oordeel dat het gewenst is het verbod op het gebruik van dieren waarop ingrepen zijn verricht in de wet op te nemen. Verder vraagt zij om een dragende motivering van het overgangsrecht bij het verbod, nu er al is voorzien in een gewenningsperiode.

1. Niveau van regelgeving
Het nu voorgestelde verbod leidt tot een onevenwichtige situatie. Het (geclausuleerde) verbod om lichamelijke ingrepen op dieren te verrichten is in de Wet dieren opgenomen. (zie noot 4) De uitwerking van dat verbod door secundaire verboden is tot nu toe ook in die wet opgenomen: het gaat dan om het verbod om zo’n dier te verkopen en het verbod om het mee te laten doen aan wedstrijden, tentoonstellingen of keuringen. (zie noot 5) Nu wordt een volgend secundair verbod niet geregeld in de wet maar op het niveau van de algemene maatregel van bestuur. Uit oogpunt van een logische en heldere indeling ligt dat niveau niet het meest voor de hand; uit oogpunt van toegankelijkheid van regelgeving evenmin.

De Wet dieren biedt op zichzelf een grondslag om dit verbod te regelen in het Besluit houders van dieren, maar verplicht daar niet toe. De Afdeling adviseert dragend te motiveren waarom dit verbod niet op het niveau van de wet wordt geregeld.

2. Overgangsrecht na uitgestelde inwerkingtreding
Het ontwerpbesluit bevat een overgangsregeling, die van belang wordt, telkens wanneer een lichamelijke ingreep verboden wordt. Het verbod om een dier te gebruiken met het oog op productie geldt dan niet:
- voor ingrepen die zijn verricht op een moment dat zij nog waren toegestaan, en
- voor dieren die een houder hield op het tijdstip waarop het verbod in werking trad. (zie noot 6)
De tweede uitzondering houdt in dat het gebruik van deze dieren met het oog op productie nog is toegestaan, mits de handelingen zijn uitgevoerd op dieren die de houder al hield op het tijdstip waarop het verbod inging.

Uitgangspunt van een nieuwe regeling is dat zij niet alleen van toepassing is op hetgeen na haar inwerkingtreding voorvalt, maar ook op hetgeen bij haar inwerkingtreding bestaat, zoals bestaande rechtsposities en verhoudingen (onmiddellijke werking). Er kan aanleiding zijn de oude regeling blijvend of tijdelijk van toepassing te laten zijn op bestaande verhoudingen. (zie noot 7) Deze zogeheten eerbiedigende of uitgestelde werking zou in dit geval van belang kunnen zijn om de houders van pluimvee de tijd te geven hun bedrijf aan te passen aan de nieuwe eisen.

De Afdeling merkt op dat de houders van pluimvee al ruim de tijd krijgen om hun bedrijf aan te passen. In het Besluit diergeneeskundigen zijn de hiervoor genoemde ingrepen verboden, maar deze verboden gaan pas in in 2018 respectievelijk 2021, terwijl de regeling al is vastgesteld op 1 juli 2014. Door deze uitgestelde inwerkingtreding wordt al voorzien in een overgangsperiode, waarin pluimveehouders zich op het verbod kunnen voorbereiden. De toelichting gaat niet in op de vraag waarom niettemin behoefte bestaat aan een overgangsregeling in aanvulling op de uitgestelde inwerkingtreding.

De Afdeling adviseert het voorgestelde overgangsrecht dragend te motiveren en het ontwerpbesluit zo nodig aan te passen.

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.15.0030/IV

- In de aanhef artikel 2.3 van de Wet dieren als grondslag opnemen.
- Artikel 2.1 in zijn geheel vervangen door de volgende tekst: "Het verbod, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op de diersoorten en diercategorieën die worden genoemd in bijlage II bij dit besluit, met dien verstande dat het verbod wel van toepassing is op pluimvee waarbij lichamelijke ingrepen zijn verricht die krachtens de wet niet zijn toegestaan."
- Het opschrift van artikel 6.10 wijzigen in: Overgangsrecht gebruik van pluimvee voor productie.
- De toelichting aanpassen aan het gegeven dat het ontwerpbesluit aanhangig is gemaakt na 1 januari 2015.


Nader rapport (reactie op het advies) van 24 september 2015

1. De nota van toelichting is aangevuld met een motivering waarom het verbod op het gebruik voor productie van pluimvee waarbij een verboden ingreep is verricht in een algemene maatregel van bestuur is opgenomen en niet in de Wet dieren.

2. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling heb ik ervoor gekozen het voorgestelde overgangsrecht te schrappen en het besluit op 1 januari 2017 in werking te laten treden. De reden daarvoor is dat reeds een aantal ingrepen bij hanen verboden is. De datum van 1 januari 2017 biedt een houder van de betreffende hanen voldoende mogelijkheden zich in te stellen op een gebruiksverbod en zijn bedrijfsvoering aan te passen. Andere ingrepen zullen pas in de toekomst verboden worden, per 2018 en 2021. Daarom is voor andere ingrepen geen overgangsrecht nodig.

3. De redactionele opmerkingen zijn overgenomen, met uitzondering van de voorgestelde formulering van artikel 2.1 van het Besluit houders van dieren. Ik heb de opmerking van de Afdeling gecombineerd met de huidige formulering van artikel 2.1.

4. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt de nota van toelichting te actualiseren ten aanzien van de stand van zaken in andere lidstaten over de ingrepen die daar verboden zijn of worden.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Economische Zaken


(1) Artikelen 2.7, derde lid, 2.15, vijfde en zesde lid, en 2.16, derde en vierde lid, van de Wet dieren.
(2) Artikel 2.3 van de Wet dieren in combinatie met het voorgestelde artikel 2.1, tweede lid, van het ontwerpbesluit.
(3) Artikelen 2.2 en 7.1 van het Besluit diergeneeskundigen.
(4) Artikel 2.8 van de Wet dieren.
(5) Artikelen 2.7, derde lid, 2.15, vijfde en zesde lid, en 2.16, derde en vierde lid, van de Wet dieren.
(6) Voorgesteld artikel 6.10.
(7) Aanwijzingen 166 en 169 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 106 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon