Ontwerpbesluit tot vaststelling van nieuwe regels inzake het luchtverkeer ter uitvoering van verordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels (Besluit luchtverkeer 2014), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W14.14.0359/IV
- Datum advies
- 28 november 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2015, nr. 527
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot vaststelling van nieuwe regels inzake het luchtverkeer ter uitvoering van verordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels (Besluit luchtverkeer 2014), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 9 oktober 2014, no.2014001944, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot vaststelling van nieuwe regels inzake het luchtverkeer ter uitvoering van verordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels (Besluit luchtverkeer 2014), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft uitvoering aan verordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedure en tot wijziging van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (hierna: de verordening). De verordening wordt over het algemeen aangeduid als de verordening inzake de "Standardized European Rules of the Air (SERA)" en is gebaseerd op verordening (EG) nr. 551/2004, de luchtruimverordening van het Single European Sky pakket, en op Verordening (EG) nr. 216/2008, de basisverordening van het Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA). De verordening betreft de uitvoering binnen de Europese Unie van onderdelen van twee annexen bij het Verdrag van Chicago inzake de burgerluchtvaart van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie: Annex 2 inzake "Rules of the Air" en Annex 11 inzake "Air Traffic Services". (zie noot 1) Het ontwerpbesluit heeft als doel voor al het luchtverkeer in Nederland luchtverkeersregels te stellen.
De Afdeling advisering van de Raad van State merkt op dat de uitvoering van de verordening op onderdelen onvoldoende nauwkeurig heeft plaatsgevonden in het ontwerpbesluit. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Implementatie van de verordening
Een verordening werkt rechtstreeks en lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht om alle maatregelen te nemen die nodig zijn voor de volledige verwezenlijking van een verordening. Gelet op het rechtstreekse karakter, maakt een verordening automatisch deel uit van de nationale rechtsorde en is het verboden om bepalingen ervan in het nationale recht over te nemen. (zie noot 2) Onder het ‘overschrijfverbod’ vallen het letterlijk overnemen van bepalingen van een verordening in nationale wetgeving en het parafraseren er van. Voorkomen moet worden dat de nationale regeling opnieuw datgene bepaalt dat reeds in een rechtstreeks toepasselijke verordening wordt bepaald. Daartoe moeten de met de desbetreffende verordening strijdige bepalingen uit het nationale recht als ook de bepalingen uit de nationale regeling die hetzelfde regelen als de verordening worden geschrapt. (zie noot 3) Wel kan het voor de operationalisering van een verordening nodig zijn om bepalingen met betrekking tot handhaving, rechtsbescherming en aanwijzing van uitvoeringsorganen op te nemen in nationale regelgeving.
De verordening kent in de bijlage een groot aantal gedetailleerde, veelal uitputtende voorschriften inzake het luchtverkeer. Op onderdelen is ruimte gelaten voor aanvulling of afwijking in de nationale regelgeving.
Het ontwerpbesluit voorziet in een aanvullende regeling van het luchtverkeer alsmede in een ruime bevoegdheidstoedeling aan de minister om regels te stellen bij ministeriële regeling. De toelichting vermeldt dat alleen daar waar de verordening ruimte heeft gelaten om nationaal aanvullende of afwijkende bepalingen te stellen, bepalingen in het ontwerpbesluit zijn opgenomen. De bestaande nationale regelingen in het Luchtverkeersreglement, dat in het ontwerpbesluit wordt ingetrokken, zijn volgens de toelichting dan ook alleen in het ontwerpbesluit gehandhaafd voor zover dit is toegestaan onder de verordening.
De Afdeling is van oordeel dat het ontwerpbesluit op een aantal punten niet voldoet aan bovenstaande uitgangspunten. Zij maakt hierover de volgende opmerkingen.
a. Overschrijfverbod
Een aantal bepalingen is vrijwel letterlijk overgenomen uit de verordening. Het betreft onder meer begripsomschrijvingen in het voorgestelde artikel 1, zoals de begrippen alarmering, IFR-vlucht, kunstvlucht, luchtvaartgids, omschakelpunt, VFR-vlucht, vliegtuig, vliegniveau en vluchtinformatieverstrekking. (zie noot 4) Voorts is een aantal begripsomschrijvingen geparafraseerd, zoals de begrippen algemeen luchtverkeersleidingsgebied en zweeftoestel.
Gelet op het rechtstreeks werkende karakter van de verordening, zou volstaan moeten worden met een verwijzing - waar nodig - naar de omschrijving van de desbetreffende begrippen in de verordening.
Voorts bepaalt artikel 16, eerste lid, van het ontwerpbesluit dat in aanvulling op deel 4 van de bijlage bij de verordening een vliegplan wordt ingediend voor aanvang van nader bepaalde vluchten. Dit artikellid betreft echter de letterlijke tekst van onderdeel 4001, onderdeel b, onder 3) en 4), van de bijlage van de verordening. Van een aanvulling is daarmee geen sprake; de verordening staat aanvulling op dit punt daarnaast ook niet toe. De voorgestelde bepaling moet worden beperkt tot het toekennen van de bevoegdheid aan de minister om bij ministeriële regeling vluchten of routes aan te wijzen, als bedoeld in deel 4 van de bijlage van de verordening.
De Afdeling adviseert het voorstel op deze punten aan te passen.
b. Te ruime afwijking
Artikel 4 van het ontwerpbesluit bepaalt dat bij regeling van de minister regels kunnen worden gesteld over de deelname aan het luchtverkeer van luchtvaartuigen die naar hun aard niet kunnen voldoen aan de bepalingen van de verordening.
De toelichting vermeldt dat op grond van artikel 14 van verordening (EG) nr. 216/2008 (hierna: de basisverordening) lidstaten kunnen afwijken van bepalingen van de verordening. (zie noot 5) Zoals de toelichting voorts terecht vermeldt, gaat het hier ten eerste om de mogelijkheid voor dringende, onvoorziene gevallen tijdelijk ontheffing te verlenen. (zie noot 6) Daarnaast kunnen lidstaten goedkeuring verlenen aan "andere middelen waarmee een beschermingsniveau kan worden bereikt dat gelijkwaardig is aan het niveau dat door de toepassing van de uitvoeringsvoorschriften bij deze verordening kan worden bereikt". (zie noot 7) De afwijkingsmogelijkheden in de basisverordening zijn daarmee beperkt. (zie noot 8) Deze beperking komt niet tot uitdrukking in de tekst van artikel 4 van het ontwerpbesluit, zodat de voorgestelde bepaling meer afwijkingsruimte biedt dan waarin artikel 14 van de basisverordening voorziet.
De Afdeling adviseert het voorgestelde artikel 4 te beperken tot de mogelijkheden genoemd in artikel 14 van de basisverordening, bijvoorbeeld door verwijzing.
c. Te ruime aanvullingen
Een aantal voorgestelde bepalingen voorziet in de mogelijkheid om bij ministeriële regeling regels te stellen in aanvulling op de verordening, waar deze geen ruimte voor biedt. Het betreft de artikelen 6, 16, tweede lid, voor zover het betreft het sluiten van een vliegplan, 17 en 18 van het ontwerpbesluit.
i. Artikel 6 - Uitvoering verlenen luchtverkeersdiensten
Artikel 6 van het ontwerpbesluit voorziet in een algemene bevoegdheidstoekenning aan de minister om regels te stellen over de uitvoering van het verlenen van luchtverkeersdiensten. In een aantal delen van de bijlage van de verordening wordt dit onderwerp echter in detail geregeld. (zie noot 9) De toelichting geeft geen inzicht in welke onderdelen van de bijlage een nationale invulling mogelijk maken. Aldus is niet op voorhand duidelijk of de algemene bevoegdheidstoekenning in het voorgestelde artikel 6 van het ontwerpbesluit noodzakelijk is.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
ii. Artikel 16, tweede lid - Sluiten van een vliegplan
Artikel 16, tweede lid, van het ontwerpbesluit bepaalt dat bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld over de inhoud, het sluiten en de naleving van het vliegplan, bedoeld in deel 4 van de bijlage bij de verordening. In dit deel en deel 8 van de bijlage van de verordening wordt een regeling gegeven betreffende de inhoud, het sluiten en de naleving van het vliegplan. (zie noot 10) Wat het sluiten van het vliegplan betreft, geeft onderdeel 4020 van de bijlage van de verordening een gedetailleerde en sluitende regeling. Daarbij is niet voorzien in de mogelijkheid van aanvullende nationale invulling. De overeenstemming van de voorgestelde mogelijkheid voor de minister om regels te stellen over het sluiten van een vliegplan met de verordening is daarmee op voorhand, zonder nadere toelichting, niet gegeven.
De Afdeling adviseert in het licht hiervan de toelichting aan te vullen en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
iii. Artikel 17 - VFR bij lagere zichtwaarde
Artikel 17 van het ontwerpbesluit bepaalt dat bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld over het uitvoeren van VFR-vluchten bij een lagere zichtwaarde dan de waarde bedoeld in deel 5 van de bijlage van de verordening. De Afdeling wijst erop dat, zoals ook in de toelichting wordt opgemerkt, de bevoegde autoriteit alleen van bepaalde minimale zichtwaarden voor VFR-verkeer van deel 5 van de verordening kan afwijken. (zie noot 11) De voorgestelde regeling bevat deze beperking echter niet en is daardoor te ruim geformuleerd.
De Afdeling adviseert in het licht hiervan het voorgestelde artikel 17 aan te passen door naar de voorwaarden van bovengenoemd onderdeel van de bijlage van de verordening te verwijzen.
iv. Artikel 18 - VFR buiten daglichtperiode
Artikel 18 van het ontwerpbesluit kent een verbod tot het uitvoeren van een VFR-vlucht buiten de daglichtperiode, met de mogelijkheid van vrijstelling of ontheffing. Deze mogelijkheid is echter niet beperkt tot de voorwaarden van onderdeel 5005, onder c, van de bijlage van de verordening en is daardoor te ruim.
De Afdeling adviseert in het voorgestelde artikel 18 naar de voorwaarden van bovengenoemd onderdeel van de bijlage van de verordening te verwijzen.
2. Nationale invulling
Bij of krachtens het ontwerpbesluit kunnen regels worden gesteld voor onderwerpen die gedetailleerd zijn geregeld in de verordening.
De Afdeling wijst in dit kader op de artikelen 10 tot en met 14 en op artikel 16, tweede lid, voor zover het betreft de inhoud en de naleving van het vliegplan.
Weliswaar biedt de verordening de mogelijkheid om een aanvullende nationale regeling te treffen, maar op voorhand is niet duidelijk op welke onderdelen nog een uitgebreide, nadere nationale aanvulling noodzakelijk en wenselijk is. In de toelichting ontbreekt een motivering hiervoor. De enkele reden dat thans een nationale regeling geldt, acht de Afdeling, gezien de materie en gelet op de gedetailleerde regeling in de verordening, niet overtuigend.
De Afdeling adviseert hierop in de toelichting in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
3. Anticiperen toekomstige regelgeving
De toelichting vermeldt dat momenteel in Europees verband wordt gewerkt aan een wijziging van de verordening die de ICAO-documenten, waarin de Annexen 2 en 11 bij het Verdrag van Chicago worden uitgewerkt, aan de verordening toevoegt. (zie noot 12) Daar waar mogelijk wordt bij de implementatie al rekening gehouden met deze toekomstige regelgeving, aldus de toelichting.
Niet duidelijk wordt gemaakt om welke wijzigingen het gaat en waarom het wenselijk is om daarop te anticiperen.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.
4. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.14.0359/IV
- In artikel 1 voorzien in een omschrijving van de afkorting LVNL, dan wel in artikel 26, eerste en derde (nieuw) lid, voluit schrijven: Luchtverkeersleiding Nederland.
- In artikel 8, eerste lid, tweede volzin, schrappen: "het bepaalde in". Dit zinsdeel is overbodig (Aanwijzing 52 van de Ar).
- In artikel 9, de laatste volzin als volgt laten luiden: Het is verboden in strijd te handelen met de voorwaarden.
- In artikel 10, het eerste lid splitsen in twee leden, onder vernummering van de overige leden. Het nieuwe tweede lid laten luiden als de voorgestelde tweede volzin van het eerste lid. Het voorgestelde eerste lid, tweede volzin, verwijst naar zichzelf. Het voorgestelde tweede lid verwijst ook naar zichzelf. Het voorgestelde derde lid verwijst abusievelijk naar het tweede lid. Dit moet de tweede volzin van het eerste lid zijn (tweede lid nieuw). In het nieuwe vijfde lid verwijzen naar het nieuwe vierde lid.
- In artikel 11, verwijst het eerste lid, in de tweede volzin naar zichzelf. Deze volzin vernummeren tot het tweede lid, onder vernummering van de overige leden. In het nieuwe tweede lid "de volgende vluchten" vervangen door: vluchten waarbij. In de opsomming de liggende streepjes vervangen door letters en steeds "vluchten waarbij" schrappen (Aanwijzing 100, eerste onderdeel, resp. Aanwijzing 52 van de Ar.
- In artikel 11, verwijst het voorgestelde tweede lid (oud) ook naar zichzelf. Duidelijk maken welke vluchten worden bedoeld door verwijzing naar het juiste (nieuwe) lid.
- In artikel 11, in het nieuwe vijfde lid verwijzen naar het nieuwe vierde lid.
- In artikel 18, verwijst het eerste lid, in de tweede volzin naar zichzelf. Deze volzin verplaatsen naar tweede lid.
- Artikel 21 ten behoeve van de leesbaarheid als volgt laten luiden:
Indien ten behoeve van positiemeldingen van een vlucht geen verplichte meldingspunten zijn vastgesteld, vinden positiemeldingen plaats:
a. telkens na het verstrijken van een tijdsverloop dat bij regeling van Onze Minister is vastgesteld,
b. dan wel, indien het een gecontroleerde vlucht betreft als bedoeld in deel 8 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 923/2012, na het verstrijken van tijdsverloop dat is opgegeven door de betrokken verlener van luchtverkeersleidingsdiensten.
- In artikel 22 "omtrent" vervangen door: over. In het laatste zinsdeel "ter zake gegeven" vervangen door: gestelde.
- In artikel 24 "met betrekking tot" vervangen door: over.
- In artikel 25 "ten behoeve van de veiligheid" vervangen door: in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Tevens "met betrekking tot" vervangen door: over.
- In artikel 26, eerste lid, de opsomming beginnende met "een geïntegreerd pakket luchtvaartinlichtingen …" en eindigende met "luchtvaartmeteorologische inlichtingen" aanduiden met letters (Aanwijzing 100, eerste onderdeel, van de Ar).
- In artikel 26 is voorzien in twee tweede leden. Het tweede lid vernummeren tot derde lid.
- Artikel 33 betreft een stafbepaling, geen slotbepaling, aanwijzing 96 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. De titel van het hoofdstuk wijzigen in: Straf- en slotbepalingen.
- In artikel 33 nauwkeurig verwijzen naar de strafbare handelingen. Zo wordt thans abusievelijk verwezen naar artikel 11, vijfde lid.
- In de toelichting een volledige transponeringstabel opnemen conform aanwijzing 338 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
Nader rapport (reactie op het advies) van 4 december 2014
1. Implementatie van de verordening
a. Overschrijfverbod
De Afdeling merkt op, dat een aantal bepalingen vrijwel letterlijk zijn overgenomen uit de SERA-verordening. De Afdeling wijst in dit verband met name op een aantal begripsomschrijvingen. Volgens de Afdeling moet gelet op het rechtstreeks werkende karakter van de verordening in het besluit worden volstaan met een verwijzing naar de desbetreffende definitiebepalingen in de verordening.
Overeenkomstig het advies van de Afdeling zijn de begripsomschrijvingen welke reeds in de SERA-verordening zijn gedefinieerd uit het ontwerpbesluit verwijderd. Voor een enkele begripsomschrijving is er echter voor gekozen deze te handhaven. Het betreft de volgende termen:
i. Het begrip control area (CTA).
In de Nederlandse vertaling van de verordening is abusievelijk een onduidelijke omschrijving van de term opgenomen. Ten behoeve van de kenbaarheid is in het ontwerpbesluit de juiste omschrijving aangegeven.
ii. Het begrip daglichtperiode
De omschrijving van dit begrip is een aanvulling op de wijze waarop de SERA-verordening de nachtperiode definieert. Bij het opnemen van deze definitie is gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de SERA-verordening de lidstaten biedt om bestaande nationale bepalingen ter aanvulling van een ICAO-norm, die in overeenstemming zijn met de SERA-verordening, in stand te houden. Rekening houdend met het advies van de Raad van State is het begrip nauwkeuriger geformuleerd.
Overeenkomstig het advies van de Afdeling is ook de tekst van het voorgestelde artikel 16, eerste lid, van het ontwerpbesluit zodanig aangepast dat daarin niet langer de bepalingen van de SERA-verordening zijn overgeschreven.
b. Te ruime afwijking
In het voorgestelde artikel 4 van het ontwerpbesluit is bepaald dat bij regeling van de minister regels kunnen worden gesteld over de deelname aan het luchtverkeer van luchtvaartuigen die naar hun aard niet kunnen voldoen aan de bepalingen van de SERA-verordening. De voorziening vloeit voort uit artikel 14 van Verordening (EG) nr. 216/2008 inzake luchtvaartveiligheid en EASA (de basisverordening) die een aantal afwijkingsmogelijkheden biedt. De Afdeling merkt echter op dat de afwijkingsmogelijkheden beperkt zijn. Overeenkomstig het advies van de Afdeling is de tekst van artikel 4 van het ontwerpbesluit op dit punt nader genuanceerd.
c. Te ruime aanvullingen
i. Artikel 6 van het ontwerpbesluit ziet op de uitvoering van het verlenen van luchtverkeersdiensten. De Afdeling merkt op, dat de toelichting op dit artikel geen inzicht geeft in de vraag voor welke delen van de SERA-verordening een nationale invulling mogelijk is. Hierdoor is het niet op voorhand duidelijk of de bevoegdheidstoekenning noodzakelijk is. Aan de hand van het advies van de Afdeling zijn artikel 6 van het ontwerpbesluit en de toelichting daarop aangepast. Daarbij is inzichtelijk gemaakt voor welke onderdelen de minister de ruimte heeft om nationale invulling te geven aan de SERA bepalingen.
ii. Met betrekking tot artikel 16, tweede lid, van het ontwerpbesluit merkt de Afdeling op dat de SERA-verordening, voor het sluiten van het vliegplan, een gedetailleerde en sluitende regeling biedt. Volgens de Afdeling hebben de lidstaten niet de ruimte dit nationaal nader in te vullen. De Nederlandse regering is echter van mening dat de SERA-verordening de lidstaten op bepaalde onderdelen, expliciet de ruimte geeft om nationale regels te stellen. Op onderdelen, waaronder het sluiten van het vliegplan behoeven de bepalingen in de SERA-verordening bovendien nadere, nationale uitwerking behoeven. Wel is de toelichting op dit punt nader verduidelijkt.
iii. De Afdeling merkt op dat de ruimte voor de minister om regels te stellen ten aanzien van het uitvoeren van VFR-vluchten bij een lagere zichtwaarde door paragraaf SERA.5001 beperkt zijn. De Afdeling adviseert dit ook in het voorgestelde artikel 17 van het ontwerpbesluit tot uiting te laten komen. Het voorgestelde artikel 17 is op dit punt aangepast met een verwijzing naar de voorwaarden in de betreffende bepaling in de SERA verordening.
iv. De Afdeling merkt op dat de ruimte voor de minister om regels te stellen ten aanzien van het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode door de SERA-verordening beperkt zijn en adviseert dit ook in het voorgestelde artikel 18 van het ontwerpbesluit tot uiting te laten komen. Het voorgestelde artikel is op dit punt aangepast met een verwijzing naar de voorwaarden in de betreffende bepaling in de SERA-verordening.
2. Nationale invulling
De Afdeling merkt op, dat de voorgestelde artikelen 10 tot en met 14 en 16, tweede lid, voor wat betreft de inhoud en de naleving van het vliegplan, van het ontwerpbesluit en de toelichting op de artikelen niet duidelijk maken op welke onderdelen nog nadere nationale invulling noodzakelijk en wenselijk is. De Nederlandse regering onderkent dit gegeven, maar is echter van mening dat voor de onderdelen, omschreven in de voorgestelde artikelen 10 tot en met 13 van het ontwerpbesluit geen gedetailleerde regeling in de verordening is opgenomen. Overeenkomstig het advies van de Afdeling is de toelichting op de voorgestelde artikelen 10 tot en met 13 aangepast door de verwijzing naar de thans bestaande regelingen aan te passen. De toelichting op de voorgestelde artikelen 14 en 16, tweede lid, voor wat betreft de inhoud en de naleving van het vliegplan, is verduidelijkt.
3. Anticiperen toekomstige regelgeving
In de toelichting bij het ontwerpbesluit is aangegeven, dat daar waar mogelijk rekening is gehouden met toekomstige regelgeving inzake Annexen 2 en 11 bij het Verdrag van Chicago. De Afdeling merkt op, dat niet duidelijk is gemaakt om welke wijzigingen het gaat en waarom het wenselijk is om daarop te anticiperen. Overeenkomstig het advies van de Afdeling is de toelichting aangevuld. Daarbij is aangegeven, dat het voorgestelde artikel 20 van het ontwerpbesluit ziet op het creëren van een grondslag voor de minister om regels te stellen, anticiperend op toekomstige EU-regelgeving.
4. Als gevolg van de intrekking van het Luchtverkeersreglement vervalt de grondslag van de onder het Luchtverkeersreglement afgegeven ontheffingen en vrijstellingen. Deze ontheffingen en vrijstelling kunnen echter inhoudelijk van kracht blijven onder het ontwerpbesluit. Abusievelijk is geen bepaling van overgangsrecht opgenomen in het ontwerpbesluit. Van de gelegenheid is in het voorgestelde artikel 34 gebruik gemaakt eerbiedigende werking toe te kennen aan grondslag uit het Luchtverkeersreglement voor reeds afgegeven ontheffingen en vrijstellingen.
5.Redactionele opmerkingen
De redactionele opmerkingen van de Afdeling zijn verwerkt in het ontwerpbesluit.
Ik moge U hierbij mede namens mijn ambtgenoot van Defensie het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU
(1) Op grond van het verdrag van Chicago zijn lidstaten verplicht de regels opgestelde door de International Civil Aviation Organization (ICAO) te implementeren in de nationale regelgeving.
(2) Arrest van het Hof van 7 februari 1973, C-39/72, Slachtpremies, ECLI:EU:C:1973:13.
(3) Arrest van het Hof van de Europese Gemeenschap van 7 februari 1973, C-39/72, ECLI:EU:C:1973:13, Slachtpremies.
(4) Artikel 2, onderdeel 37, van de verordening spreekt over "alarmeringsdienst". De in het ontwerpbesluit opgenomen begripsomschrijving is de letterlijke tekst van dit begrip uit de verordening. Artikel 2, onderdeel 77, van de verordening spreekt over "vluchtinformatiedienst". De in het ontwerpbesluit opgenomen begripsomschrijving is vrijwel letterlijk de tekst van dit begrip uit de verordening.
(5) Verordening (EG) Nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG. Gelezen in samenhang met artikel 3 van de verordening. Nota van toelichting, toelichting op artikel 4.
(6) Artikel 14, vierde lid, van de basisverordening.
(7) Artikel 14, zesde lid, van de basisverordening.
(8) Artikel 14 van de basisverordening bevat ook eisen met betrekking tot kennisgeving en goedkeuring van bedoelde afwijkingen.
(9) De delen 7 t/m 10.
(10) SERA.4005, SERA.4020 en SERA.8020.
(11) Het betreft tabel S5-1 van onderdeel 5001, van de bijlage van de verordening. Zie Nota van toelichting, artikelsgewijze toelichting op het voorgestelde artikel 17.
(12) Nota van toelichting, Algemeen deel.