Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Meetinstrumentenbesluit I in verband met het invoeren van de verplichting om geregelde warmtemeters te gebruiken voor warmtemeting en van het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen ten behoeve van het stellen van eisen aan op afstand uitleesbare meetinrichtingen voor warmte, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.14.0255/IV
- Datum advies
- 6 augustus 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 35663
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Meetinstrumentenbesluit I in verband met het invoeren van de verplichting om geregelde warmtemeters te gebruiken voor warmtemeting en van het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen ten behoeve van het stellen van eisen aan op afstand uitleesbare meetinrichtingen voor warmte, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2014, no.2014001419, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Meetinstrumentenbesluit I in verband met het invoeren van de verplichting om geregelde warmtemeters te gebruiken voor warmtemeting en van het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen ten behoeve van het stellen van eisen aan op afstand uitleesbare meetinrichtingen voor warmte, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit voorziet in wijziging van het Meetinstrumentenbesluit I, inhoudende dat een warmtemeter moet voldoen aan de eisen van richtlijn 2004/22/EG. (zie noot 1) Vanwege de toename van het aantal warmtemeters wordt invoering van de verplichting dat uitsluitend geijkte warmtemeters worden geplaatst wenselijk geacht. (zie noot 2) Daarnaast wordt op basis van artikel 8, zesde lid, van de Warmtewet het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen (hierna: het Besluit) aangepast, waardoor - net als bij meetinrichtingen voor elektriciteit en gas - eisen worden gesteld aan meetinrichtingen voor warmte die op afstand uitleesbaar zijn.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt opmerkingen over de wettelijke grondslag en de toepassing van hoofdstuk 3 van het Besluit. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Wettelijke grondslag
Het ontwerpbesluit is mede gebaseerd op artikel 8, zesde lid, van de Warmtewet. Deze bepaling is nog niet in werking getreden. (zie noot 3) In het ontwerpbesluit is voorzien in inwerkingtreding per 1 januari 2015. Indien op dat moment artikel 8, zesde lid, van de Warmtewet nog niet in werking is getreden, ontbreekt voor het voorliggende ontwerpbesluit voor zover het betreft het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen een wettelijke grondslag. Het ontwerpbesluit houdt geen rekening met deze omstandigheid.
De Afdeling adviseert de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit te koppelen aan de inwerkingtreding van de wijziging van de Warmtewet.
2. Toepassing hoofdstuk 3
Het ontwerpbesluit stelt voor een nieuw artikel over meetinrichtingen voor warmte in te voegen in hoofdstuk 3 van het Besluit. Artikel 3 van het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen bepaalt echter dat hoofdstuk 3 van het Besluit van toepassing is op bepaalde - kort gezegd - gasmeetinrichtingen en elektriciteitsmeetinrichtingen.
Het ontwerpbesluit voorziet niet in wijziging van artikel 3 van het Besluit, bijvoorbeeld door daar meetinrichtingen voor warmte aan toe te voegen.
De Afdeling leest in artikel 3 van het Besluit een limitatieve opsomming, mede door het ontbreken van bijvoorbeeld "in ieder geval" in deze bepaling. Het niet toevoegen van de meetinrichtingen voor warmte aan artikel 3 veroorzaakt ten minste onduidelijkheid over de in artikel 3 bepaalde werkingssfeer van hoofdstuk 3, die dient te worden vermeden.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit aan te passen.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.14.0255/IV
– Artikel IV vernummeren tot artikel III.
Nader rapport (reactie op het advies) van 20 november 2014
1. De Afdeling adviseert de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit te koppelen aan de inwerkingtreding van artikel 8, zesde lid, van de Warmtewet. Door middel van een inwerkingtredingsbesluit zal worden bewerkstelligd dat zowel het ontwerpbesluit als artikel 8, zesde lid, van de Warmtewet in werking treden op 1 januari 2015.
2. De Afdeling adviseert artikel 3 van het ontwerpbesluit aan te passen. Aan dit advies is gevolg gegeven door in artikel 3 van het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen op te nemen dat hoofdstuk 3 van het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen van toepassing is op meetinrichtingen voor warmte. In lijn met deze wijziging is de artikelsgewijze toelichting van de nota van toelichting aangepast.
3. De redactionele opmerkingen zijn overgenomen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Economische Zaken
(1) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004, betreffende meetinstrumenten, PbEU 2004 L135. Het betreft dan met name bijlage 1 en bijlage MI-004 van de richtlijn.
(2) Toelichting, paragraaf 1.
(3) Stb. 2013, 358.