Ontwerpbesluit houdende regels ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hebben van het hoofdverblijf in dezelfde woning als bedoeld in artikel 1, vierde en vijfde lid, aanhef, van de Algemene Ouderdomswet (Besluit regels hoofdverblijf in dezelfde woning AOW), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W12.14.0259/III
- Datum advies
- 21 augustus 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 30799
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hebben van het hoofdverblijf in dezelfde woning als bedoeld in artikel 1, vierde en vijfde lid, aanhef, van de Algemene Ouderdomswet (Besluit regels hoofdverblijf in dezelfde woning AOW), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 16 juli 2014, no.2014001416, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hebben van het hoofdverblijf in dezelfde woning als bedoeld in artikel 1, vierde en vijfde lid, aanhef, van de Algemene Ouderdomswet (Besluit regels hoofdverblijf in dezelfde woning AOW), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit beoogt te bepalen in welke situaties sprake is van het hebben van het hoofdverblijf in dezelfde woning als bedoeld in de AOW. Met de vaststelling van criteria is het voor de Sociale verzekeringsbank(SVB) eenvoudiger te beoordelen of er voldaan wordt aan het vereiste van een gezamenlijke huishouding. Het bieden van deze duidelijkheid is in ieders belang, ook van de ouderen om wie het gaat.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele opmerkingen over de kosten en lasten van de woning. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Kosten en lasten van de woning
In de AOW wordt als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben (huisvestingscriterium) en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins (verzorgingscriterium).
In die situaties waarbij twee mensen ieder een eigen huis hebben, maar in één van die woningen of in beide samen veel verblijven is het voor de SVB moeilijk vast te stellen of aan het huisvestingscriterium wordt voldaan.
Met het ontwerpbesluit wordt het huisvestingscriterium vereenvoudigd. Artikel 2 regelt wanneer twee personen die feitelijk in één woning samenleven worden geacht in ieder geval niet hun hoofdverblijf in die woning te hebben. In die gevallen wordt niet voldaan aan het huisvestingscriterium en is er ook geen sprake van een gezamenlijke huishouding.
Dit is onder meer het geval indien de kosten en lasten van de woning door ieder van de personen volledig worden gedragen. (zie noot 1) Wat hieronder verstaan moet worden wordt nader omschreven in het derde lid. Het betreft de maandelijkse rente en aflossing van een hypotheek of lening, de kale huurprijs per maand, de maandelijkse servicekosten, de kosten per maand van de nutsvoorzieningen en de kale huurprijs van de woonwagen of het woonschip, met in begrip van het bedrag, verschuldigd voor de standplaats of de ligplaats.
a. Limitatieve opsomming
De tekst van artikel 2, derde lid, is limitatief geformuleerd. Uit de toelichting kan niet worden afgeleid of dit ook beoogd is. (zie noot 2)
Indien bedoeld is de opsomming een limitatief karakter te geven, wijst de Afdeling er op dat tot de kosten en lasten van een woning nog andere componenten kunnen worden gerekend. Zo zijn appartementseigenaars een bijdrage verschuldigd aan de vereniging van eigenaars ter voldoening van voor hun rekening komende schulden en kosten. Deze verplichting van de appartementseigenaar om bij te dragen vloeit voort uit de artikelen 5:112 en 5:113 BW. (zie noot 3) Voorts kan ook gedacht worden aan belastingen, zoals de onroerendezaakbelasting die de gemeente kan opleggen aan huiseigenaars op grond van artikel 220 Gemeentewet.
De Afdeling geeft in overweging in de toelichting hierop in te gaan, zo nodig het artikellid aan te passen en de gemaakte keuze dragend te motiveren.
b. "Netto" woonlasten
Eigenaars en huurders moeten gegevens ter zake van hun woonlasten en de voldoening daarvan verstrekken om aan te tonen dat zij voldoen aan de regel dat de kosten en lasten van de woning door henzelf volledig worden gedragen. Onder kosten van de zelfstandige woning worden verstaan onder meer de netto hypotheeklasten (verminderd met de teruggave inkomstenbelasting als gevolg van de fiscale aftrek van hypotheekrente en kosten) en de netto huur (na aftrek van de huurtoeslag), aldus de tekst van het derde lid, onderdelen a en b, en de toelichting. Het betreft de kosten van de woning die de betrokkenen zelf moeten dragen, aldus de toelichting. (zie noot 4) Aangezien het gaat om het bewijs van de voldoening van de kosten en lasten, is niet onmiddellijk duidelijk waarom de hypothecaire lasten worden verminderd met de teruggave inkomstenbelasting als gevolg van de fiscale aftrek van hypotheekrente en kosten en waarom de huurlast wordt verminderd met de aftrek van de huurtoeslag.
De Afdeling adviseert in de toelichting hierop in te gaan en het artikellid zo nodig aan te passen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W12.14.0259/III
- In artikel 2, derde lid, onderdeel a, "verminderd met de fiscale aftrek van hypotheekrente en kosten" wijzigen in: verminderd met de teruggave inkomstenbelasting als gevolg van de fiscale aftrek van hypotheekrente en kosten.
- In artikel 3, derde en vijfde lid, "ten aanzien waarvan" steeds wijzigen in: ten aanzien van wie.
- De toelichting actualiseren op het onderdeel van de inwerkingtreding.
Nader rapport (reactie op het advies) van 13 oktober 2014
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt enkele opmerkingen over de kosten en lasten van de woning. Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Kosten en lasten van de woning
a. Limitatieve opsomming
Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling advisering van de Raad van State (verder: de Afdeling) dat artikel 2, derde lid, limitatief is geformuleerd en de toelichting niet duidelijk maakt dat dit ook is beoogd, zijn de tekst en toelichting aangepast. In de aanhef van het derde lid is “in ieder geval” ingevoegd, teneinde duidelijk te maken dat het hier geen limitatieve opsomming betreft. In de toelichting is verduidelijkt dat in het derde lid is aangegeven welke kosten en lasten de eigenaar/huurder in ieder geval zal moeten dragen om voor de toepassing van de twee-woningen-regel in aanmerking te komen. Verder is met de toevoeging van het woordje “en” aan het slot van onderdeel f tot uitdrukking gebracht dat het geen alternatieve maar een cumulatieve opsomming betreft. Ten slotte zijn de door de Afdeling nog genoemde componenten van de kosten en lasten van de woning (bijdrage aan vereniging van eigenaars en onroerendezaakbelasting) aan de opsomming toegevoegd.
b. “Netto” woonlasten
Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling dat niet onmiddellijk duidelijk is waarom de hypothecaire lasten worden verminderd met de teruggave inkomstenbelasting als gevolg van de fiscale aftrek van hypotheekrente en waarom de huurlast wordt verminderd met de aftrek van de huurtoeslag is de toelichting op dit punt aangevuld.
Omdat in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, als voorwaarde wordt gesteld dat de kosten en lasten van de woningen door betrokkenen volledig moeten worden gedragen en in geval van een teruggave inkomstenbelasting als gevolg van de fiscale aftrek van hypotheekrente en kosten en ook bij huurtoeslag zou kunnen worden gesteld dat de kosten en lasten van de woning niet volledig door betrokkenen worden gedragen, is in het derde lid, onderdelen a en b, nader bepaald dat de maandelijkse rente en aflossing van een hypotheek of lening, en de kale huurprijs slechts in aanmerking behoeven te worden genomen na vermindering met de teruggave inkomstenbelasting als gevolg van de fiscale aftrek van hypotheekrente en kosten, respectievelijk na aftrek van de huurtoeslag.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt de tekst en toelichting aan te vullen en te bepalen dat als een belanghebbende een zelfstandige op zijn naam staande woning heeft op basis van een recht van vruchtgebruik, gebruik of bewoning hij eveneens in aanmerking kan komen voor de twee-woningen-regel, uiteraard indien aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om de tekst en toelichting nog aan te passen in verband met de inwerkingtreding per 1 juli 2014 van de Aanpassingswet basisregistratie personen, waarbij in alle wetgeving het begrip “gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens” (gba) is vervangen door “de basisregistratie personen” (brp).
2. Redactionele bijlage
De redactionele opmerkingen van de Afdeling zijn in het ontwerpbesluit en in de nota van toelichting verwerkt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(1) Artikel 2, eerste lid, onderdeel c.
(2) Toelichting met betrekking tot artikel 2, eerste lid en derde lid.
(3) Verwezen zij ook naar de artikelen 5:118a en 5:127a BW.
(4) Toelichting, Algemeen, paragraaf 3.