Voorstel van rijkswet houdende een regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie ter zake van erf- en schenkbelasting (Belastingregeling Nederland Curaçao).
- Kenmerk
- W06.14.0069/III/K
- Datum advies
- 7 mei 2014
- Vindplaats
- Website Ministerie van Financien
- Financiën
- Wet
Toon inhoud
Voorstel van rijkswet houdende een regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie ter zake van erf- en schenkbelasting (Belastingregeling Nederland Curaçao).
Bij Kabinetsmissive van 17 maart 2014, no.2014000510, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende een regeling voor Nederland en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie ter zake van erf- en schenkbelasting (Belastingregeling Nederland Curaçao), met memorie van toelichting.
Het voorstel van rijkswet geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en aan de Staten van Curaçao.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk betreffende no.W06.14.0069/III/K
- In artikel 1, tweede lid, aanhef, "maakt" wijzigen in "maken".
- In artikel 4, zevende lid, onderdeel c, "dergelijke inkomensbestanddelen" wijzigen in "een dergelijk inkomensbestanddeel" en "als het als" wijzigen in "indien het als".
- De aanduiding van artikel 11a wijzigen in 12 (en de aanduidingen van de daaropvolgende artikelen in lijn daarmee wijzigen) aangezien sprake is van een nieuw vast te stellen regeling, terwijl bovendien van een (eventueel) gewenste aansluiting bij de artikelnummering van het OESO-modelverdrag al bij het voorgestelde artikel 14 geen sprake meer is.
- Artikel 24, achtste lid, onderdeel a, herformuleren aangezien de woorden "de uitleg" tekstueel niet aansluiten op de woorden "zou optreden" in de slotzinsnede van het achtste lid.
- In artikel 27, tweede lid, "met hen" wijzigen in "met hem".
- In de artikelen 28 en 31 de reikwijdte van de begrippen "Nederlander" en "Nederland" beperken tot het Europese deel van Nederland, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het voorstel.
- In artikel 30, eerste lid, "tot 31 december 2019" wijzigen in "tot en met 31 december 2019".
- In artikel 32, tweede lid, "het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang zoals bedoeld in artikel 7.5 van de wet op de inkomstenbelasting 2001" wijzigen in "het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang, bedoeld in artikel 7.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001".
- In artikel 34, tweede lid, "plaatsing van de tekst in voor zover Nederland betreft het Staatsblad en voor zover het Curaçao betreft in de officiële publicatiebladen" wijzigen in "plaatsing van de tekst, voor zover het Nederland betreft, in het Staatsblad en, voor zover het Curaçao betreft, in het Publicatieblad van Curaçao".
- Artikel 35 (citeertitel) opnemen na artikel 36 (inwerkingtreding).
- In verband met de bekendmaking van het voorstel in Curaçao, in artikel 36 voor de inwerkintreding van het voorstel minimaal een termijn van een maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad in Nederland aanhouden (zie ook aanwijzing 172 van de Aanwijzingen voor de regelgeving).
Nader rapport (reactie op het advies) van 10 juni 2014
Het voorstel geeft de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Naar aanleiding van het advies merk ik op dat aan de redactionele kanttekeningen gevolg is gegeven.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt de tekst van het voorstel van rijkswet, met memorie van toelichting, op enkele onderdelen redactioneel te verbeteren.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Curaçao, de Staten van Aruba en de Staten van Sint Maarten te zenden.
De Staatssecretaris van Financiën