Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit gezagsregisters mede in verband met de uitbreiding van aantekeningen in het gezagsregister en van het Besluit burgerlijke stand 1994 in verband met het juridisch ouderschap door geregistreerd partnerschap, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W03.14.0054/II
- Datum advies
- 14 maart 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 9152
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit gezagsregisters mede in verband met de uitbreiding van aantekeningen in het gezagsregister en van het Besluit burgerlijke stand 1994 in verband met het juridisch ouderschap door geregistreerd partnerschap, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 24 februari 2014, no.2014000413, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit gezagsregisters mede in verband met de uitbreiding van aantekeningen in het gezagsregister en van het Besluit burgerlijke stand 1994 in verband met het juridisch ouderschap door geregistreerd partnerschap, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt een opmerking over de voorgenomen rechtstreekse toegang tot het gezagsregister. Zij adviseert die toegang nader af te bakenen.
Voorts vraagt de Afdeling nader in te gaan op de wijze van inschrijving van buitenlandse gezagsbeslissingen en de aantekening van gezag na overlijden.
Zij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van de toelichting en mogelijk het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. Toegang tot het gezagsregister
Met het ontwerpbesluit zal aan overheidsorganen en derden ‘rechtstreeks toegang’ tot het gezagsregister worden verleend voor zover deze toegang noodzakelijk is voor de goede vervulling van hun taken. (zie noot 1) De toelichting stelt dat het gaat om toegang door onder meer de raad voor de kinderbescherming, het openbaar ministerie en de advocatuur. Om de gegevens veilig uit te wisselen zal gebruik worden gemaakt van eHerkenning, zodat duidelijk is welke organisatie gegevens uit het register opvraagt, aldus de toelichting.
De toelichting gaat niet in op de betekenis van ‘rechtstreekse toegang’ ten opzichte van de reguliere toegang tot het openbare register. Voor de reguliere toegang tot het register geldt dat het verzoek tot inzage dan wel tot verstrekking van een uittreksel daaruit op een bepaalde minderjarige betrekking dient te hebben. (zie noot 2) Hierin zit een waarborg besloten tegen een mogelijke algemene doorlichting van het gezagsregister. Ziet de Afdeling het goed, dan ontbreekt deze eis voor de rechtstreekse toegang. Voor dit verschil wordt in de toelichting geen motivering gegeven.
De Afdeling adviseert nader in te gaan op de betekenis van rechtstreekse toegang tot het gezagsregister, alsmede op het niet beperken van deze toegang tot het raadplegen van de gegevens van een bepaalde minderjarige, en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
2. Inschrijving van buitenlandse gezagsbeslissingen
Met het ontwerpbesluit wordt mogelijk dat buitenlandse gezagsbeslissingen worden aangetekend in het gezagsregister. (zie noot 3) Gekozen is om die beslissingen op te nemen die van rechtswege worden erkend en waarvoor derhalve geen toets aangaande de erkenning meer hoeft te worden uitgevoerd, aldus de toelichting. (zie noot 4) De Afdeling merkt op dat thans de feiten met betrekking tot het gezag die zich in Nederland voordoen en in het algemeen uit rechterlijke beslissingen voortvloeien, zonder meer kunnen worden aangetekend in het gezagsregister. Voor de inschrijving van buitenlandse gezagsbeslissingen zal de griffier evenwel moeten beoordelen of de voor inschrijving aangeboden beslissing van rechtswege erkend wordt. Denkbaar is dat dit niet in alle gevallen eenvoudig ter griffie zal kunnen worden vastgesteld. Dat roept bij de Afdeling de vraag op of kan worden volstaan met de inschrijving van deze beslissingen door de griffier, en tevens of het wenselijk is de inschrijving van buitenlandse gezagsbeslissingen bij elke rechtbank te laten plaatsvinden.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan en zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
3. De aantekening van gezag na overlijden
Met het ontwerpbesluit wordt de aantekening van gezag na overlijden in het gezagsregister geregeld. (zie noot 5) Deze mogelijkheid wordt geopend naast de reeds bestaande mogelijkheid om een voogd bij uiterste wilsbeschikking aan te wijzen. De toelichting stelt dat zal worden aangesloten bij de werkwijze met betrekking tot de aantekening van het gezamenlijk gezag in de zin van artikel 1:252 BW. Daarmee wordt evenwel nog niet ingegaan op de waarborgen die getroffen zullen worden met het oog op de verificatie van de identiteit van de betrokken ouder. Gelet op het verschil in de mogelijkheden voor controle op de identiteit tussen het opmaken van een uiterste wilsbeschikking en de aantekening in het gezagsregister, zou de toelichting op dit punt moeten worden aangevuld.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het bovenstaande in te gaan.
4. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W03.14.0054/II
- In Artikel I, onderdeel I, onder 1, "vervallen de woorden "van kaarten"" vervangen door: wordt de zinsnede "van kaarten" vervangen door "van de gegevens".
- In Artikel II voorzien in het laten vervallen van de zinsnede "van omzetting van een huwelijk" in de titel van de eerste afdeling van hoofdstuk 2.
- In Artikel II voorzien in het laten vervallen van de zinsnede "de akte van omzetting van een huwelijk en het uittreksel daarvan" in de titel van de achtste afdeling van hoofdstuk 2.
- In Artikel II voorzien in een aanpassing van artikel 59, derde lid, waarin rekening wordt gehouden met het vervallen van artikel 57b.
Nader rapport (reactie op het advies) van 18 maart 2014
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State aanleiding tot het maken van enkele inhoudelijke opmerkingen.
1. De Afdeling advisering beveelt aan nader in te gaan op de betekenis van de rechtstreekse toegang tot het gezagsregister, alsmede op het niet beperken van deze toegang tot het raadplegen van de gegevens van een bepaalde minderjarige, en zo nodig het voorstel aan te passen.
In artikel 10, derde lid, van het Besluit gezagsregisters is opgenomen dat rechtstreeks toegang kan worden verleend tot het register aan overheidsorganen en derden die deze toegang nodig hebben voor een goede vervulling van hun taken. Deze toegang is bedoeld voor instanties die in het kader van hun taakuitoefening het gezagsregister (veelvuldig) dienen te raadplegen, zoals de Raad voor de kinderbescherming, het openbaar ministerie en de advocatuur. Zij kunnen dit zonder tussenkomst van een rechtbank doen. Ook voor deze toegang tot het register geldt, evenals voor de toegang via de griffies van de rechtbanken, de voorwaarde dat deze alleen mogelijk is met betrekking tot een bepaalde minderjarige. Dit is aan het derde lid van artikel 10 ter verduidelijking toegevoegd.
2. De Afdeling acht het denkbaar dat niet in alle gevallen eenvoudig ter griffie kan worden vastgesteld of een buitenlandse gezagsbeslissing van rechtswege wordt erkend en vraagt of kan worden volstaan met de inschrijving van deze beslissingen door de griffier. Tevens vraagt de Afdeling of het wenselijk is de inschrijving van buitenlandse gezagsbeslissingen bij elke rechtbank te laten plaatsvinden.
De inschrijving van buitenlandse beslissingen dient de kenbaarheid van gezagsfeiten. De buitenlandse gezagsbeslissingen die kunnen worden aangetekend in het gezagsregister zijn de beslissingen die van rechtswege worden erkend. Van rechtswege erkenning is aan de orde van beslissingen van autoriteiten van staten die partij zijn bij de Haagse Kinderbeschermingsverdragen 1996 en 1961 alsmede beslissingen gegeven in de lidstaten van de Europese Unie op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1374/2000 (PbEU L 338). Het is aan de griffier na te gaan of het een beslissing omtrent het gezag van een minderjarige betreft afkomstig uit een staat die partij is bij een van de beide verdragen of uit een lidstaat. Voor de gegevens betreffende de verdragen kan de verdragenbank van het ministerie van Buitenlandse Zaken worden geraadpleegd. Daar er geen inhoudelijke toets aangaande de erkenning behoeft te worden uitgevoerd, worden de griffiers van alle rechtbanken in staat geacht deze aantekening te verwerken.
Door de Raad voor de rechtspraak is met het opnemen van deze aantekening in het register door de griffier ingestemd.
3. Ten slotte verzoekt de Afdeling nader in te gaan op de waarborgen die getroffen zullen worden met het oog op de verificatie van de identiteit van de betrokken ouder bij de aantekening van de gezag na overlijden.
Ouders die verzoeken om een aantekening van een gezagsvoorziening na overlijden zullen zich moeten identificeren. Bij het toezenden of afgegeven van het formulier waarmee de aantekening wordt gevraagd, zal een kopie van een geldig identiteitsbewijs moeten worden gevoegd. Hierop is ook in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mede in verband met de evaluatie van de Wet openstelling huwelijk en de Wet geregistreerd partnerschap bij de toelichting op artikel 1:292 BW gewezen (Kamerstukken II 2012/13, 33 526, nr. 3 blz. 14). Dit overleggen van een kopie van een identiteitsbewijs is reeds de praktijk voor het via een formulier vragen om een aantekening met betrekking tot het gezamenlijk gezag. Voor de duidelijkheid is aan de nota van toelichting toegevoegd dat een kopie van een identiteitsbewijs wordt verlangd.
4. Met de redactionele opmerkingen van de Afdeling is rekening gehouden.
5. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt de inwerkingtreding van de wet van 27 november 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mede in verband met de evaluatie van de Wet openstelling huwelijk en de Wet geregistreerd partnerschap (Stb. 486) en dit besluit te regelen. De inwerkingtreding is, mede in overleg met de praktijk, bepaald op 1 april 2014.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
(1) Voorgesteld artikel 10, derde lid, Besluit Gezagsregisters.
(2) Artikel 10, eerste lid, Besluit gezagsregisters.
(3) Voorgesteld artikel 2, eerste lid, onderdeel c (nieuw).
(4) Nota van toelichting, Artikelen, Onderdeel B.
(5) Voorgesteld artikel 2, eerste lid, onderdeel e (nieuw), ter uitvoering van het gewijzigd artikel 1:292 BW (Stb. 2013, 486).