Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 10 februari 2014, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.13.0440/I/K
- Datum advies
- 8 januari 2014
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 6507
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 10 februari 2014, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2013, no.2013002536, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 10 februari 2014, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot aanpassing van de tarieven van de paspoorten en identiteitskaarten.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
In de toelichting wordt uiteengezet dat om vijfjaarlijkse schommelingen in de tarieven te voorkomen, tarieven worden gehanteerd die voor de komende tien jaar gemiddeld kostendekkend zijn. In de aanloop naar het voorjaar van 2014 zal worden bezien op welke manier de opslag ten behoeve van het opvangen van de schommelingen in de tarieven technisch verwerkt wordt, zodanig dat de kosten in de jaren met weinig aanvragen deels wordt gecompenseerd in de jaren met veel aanvragen, aldus de toelichting. (zie noot 1)
De Afdeling merkt op dat de in de toelichting gegeven kostenspecificatie niet geheel duidelijk is. Uitgangspunt bij leges is dat de tarieven die worden berekend voor paspoorten en identiteitsbewijzen niet hoger kunnen zijn dan de daadwerkelijk gemaakte kosten. In verband hiermee is het wenselijk dat in de toelichting nauwkeurig inzicht wordt gegeven in de samenstelling van de te maken kosten, zowel wat betreft het Rijk als de gemeenten.
De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 20 februari 2014
De Afdeling Advisering van de Raad van State van het Koninkrijk merkt in haar advies op dat de in de toelichting gegeven kostenspecificatie niet geheel duidelijk is. Zij acht het wenselijk dat in de toelichting nauwkeurig inzicht wordt gegeven in de samenstelling van de te maken kosten, zowel wat betreft het Rijk als de gemeenten en adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering is in de nota van toelichting op de wijziging van het Besluit paspoortgelden nader verduidelijkt uit welke kostenposten het rijkstarief is opgebouwd.
Het deel van de tarieven dat voor de gemeenten bestemd is, betreft een maximumtarief. De hoogte hiervan is gebaseerd op een in 2010 bij gemeenten uitgevoerd onderzoek naar de kosten van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten. De gemeenten dienen met inachtneming dit maximum zelf een tarief vast te stellen. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten om de hoogte daarvan te onderbouwen.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(1) Paragraaf 2.1, eerste alinea, van de toelichting.