Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W06.13.0425/III

Ontwerpbesluit tot wijziging van enige uitvoeringsbesluiten op het gebied van belastingen en toeslagen, met nota van toelichting.

Kenmerk
W06.13.0425/III
Datum advies
12 december 2013
Vindplaats
Staatscourant
  • Financiën
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit tot wijziging van enige uitvoeringsbesluiten op het gebied van belastingen en toeslagen, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 28 november 2013, no.20132465, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van enige uitvoeringsbesluiten op het gebied van belastingen en toeslagen, met nota van toelichting.

In het ontwerpbesluit is een aantal wijzigingen opgenomen ten behoeve van de jaarlijkse aanpassing van de uitvoeringsbesluiten op het gebied van de directe belastingen, de indirecte belastingen, het formele belastingrecht en de inkomensafhankelijke regelingen. De wijzigingen vloeien onder meer voort uit wetswijzigingen ingevolge het Belastingplan 2014 en Overige fiscale maatregelen 2014. Daarnaast bevat het ontwerpbesluit een aantal zelfstandige wijzigingen, veelal van technische aard.

De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.

1. Terugwerkende kracht wijziging Besluit fiscale eenheid 2003
Indien een maatschappij met verliesgevende buitenlandse activiteiten (een verliesgevende buitenlandse vaste inrichting) niet over voldoende winst beschikt, kan deze maatschappij het verlies van de vaste inrichting niet verrekenen. Door nu in het zicht van de staking van deze vaste inrichting een fiscale eenheid aan te gaan, kan de maatschappij de verliezen van de vaste inrichting wél verrekenen. Het ontwerpbesluit bevat een wijziging van het Besluit fiscale eenheid 2003 die dit onwenselijke resultaat van het aangaan van een fiscale eenheid beoogt te voorkomen. (zie noot 1) Deze wijziging treedt in werking acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het onderhavige besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014. (zie noot 2) Volgens de toelichting wordt hierdoor rekening gehouden met de nahangprocedure die in artikel 15, elfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is voorgeschreven voor wijzigingen van het Besluit fiscale eenheid 2003. (zie noot 3)

De Afdeling merkt op dat sprake is van het met terugwerkende kracht invoeren van een belastende maatregel. Zoals uit onderscheiden adviezen in het verleden al is gebleken, is de Afdeling van oordeel dat aan belastende maatregelen zoals in casu, geen terugwerkende kracht mag worden gegeven, tenzij bijzondere omstandigheden een afwijking van deze regel rechtvaardigen. (zie noot 4) Die omstandigheden kunnen worden gevormd door een omvangrijk oneigenlijk gebruik of misbruik van een wettelijke voorziening of door aanmerkelijke aankondigingseffecten. Bij een eventuele terugwerkende kracht dient de maatregel voor belastingplichtigen in elk geval voldoende kenbaar te zijn.
De Afdeling merkt op dat de toelichting geen aandacht besteedt aan deze aspecten.

De Afdeling adviseert in de nota van toelichting op genoemde aspecten in te gaan en de terugwerkende kracht van de maatregel dragend te motiveren.

2. MijnOverheid
Ingevolge het ontwerpbesluit wordt "MijnOverheid" ("het domein van een natuurlijke persoon op de website mijn.overheid.nl") aangemerkt als een voorziening die de dienstverlening voortvloeiende uit de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (toeslagen) verbetert. (zie noot 5) Op grond van het ontwerpbesluit worden nieuwe accounts "klaargezet" die berichten bevatten van de Belastingdienst/Toeslagen. Vooralsnog worden deze berichten ook nog op papier per post verzonden, waarbij het elektronische bericht een kopie is van het authentieke papieren bericht, maar dit "loopt vooruit op het volledig digitaliseren van de dienstverlening aan burgers in het kader van toeslagen" (zie noot 6).

De Afdeling merkt op dat uit de toelichting niet is op te maken wanneer het authentieke papieren bericht niet langer meer door de Belastingdienst per post zal worden verzonden, en welke wettelijke bepalingen op dat moment de formele aspecten regelen van het elektronische bericht. Bij dit laatste valt te denken aan het tijdstip van ontvangst van het bericht (van belang voor de aanvang van de bezwaartermijn), welk tijdstip kan verschillen afhankelijk van de vraag of het bericht louter op een portal wordt geplaatst dan wel (ook) per email wordt verzonden. Evenzeer mist de Afdeling in de toelichting het tijdpad dat is voorzien voor het volledig digitaliseren van de dienstverlening aan burgers, niet alleen op het terrein van de toeslagen maar ook op dat van de belastingheffing en, meer in het algemeen, in relatie tot de te verwachten "overkoepelende wet waarin een wettelijke basis voor de MijnOverheid-accounts" (zie noot 7) zal worden neergelegd (met het oog waarop de onderhavige wijziging van het ontwerpbesluit slechts een tijdelijk karakter heeft (zie noot 8)).

De Afdeling adviseert in de nota van toelichting op het ontwerpbesluit op het vorenstaande in te gaan.

3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.

De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De vice-president van de Raad van State


Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W06.13.0425/III

- Aan de opsomming van de in de aanhef van het ontwerpbesluit opgenomen delegatiegrondslagen toevoegen de artikelen artikel 5.20 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (de wettelijke basis voor de in artikel I, onderdeel D, van het ontwerpbesluit opgenomen wijziging van artikel 17a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001), de artikelen 22 en 27 van de Wet belastingen op milieugrondslag (de wettelijke basis voor de ingevolge artikel XIV, onderdeel B, van het ontwerpbesluit heringevoerde artikelen 4 respectievelijk 11 van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag), alsmede artikel 11 van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (waarvan het tweede lid de wettelijke basis vormt voor het in artikel XVII, onderdeel B, van het ontwerpbesluit opgenomen artikel 3a, negende lid, (nieuw), van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen). Voorts in de aanhef van het ontwerpbesluit artikel 6.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001 schrappen, aangezien het ontwerpbesluit geen wijzigingen kent die op deze delegatiegrondslag zijn gebaseerd.
- Aan de in artikel I, onderdeel B, zevende lid, van het ontwerpbesluit opgenomen toe te voegen tekst, een verwijzing toevoegen naar de vindplaats in het provinciaal blad.
- In artikel II, onderdeel D, aanhef, van het ontwerpbesluit "zeven" vervangen door "zes".
- In artikel IX, onderdeel B, tweede lid, van het ontwerpbesluit de komma na "wordt" schrappen. Voorts in het in het derde lid van dat onderdeel opgenomen artikel 5aa, eerste lid, onderdeel c, (nieuw), van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 ", voldoet aan" schrappen en zowel na "110 cm" als na "60 cm" invoegen "heeft".
- In het in artikel IX, onderdeel F, van het ontwerpbesluit opgenomen artikel 29, eerste lid, (nieuw), van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 "artikel 2 van" wijzigen in "artikel 2 van de". Voorts in het derde lid van genoemd artikel 29 de onderdelen a en b herformuleren aangezien de tekst van die onderdelen ("en het motorrijtuig bezigt voor persoonlijk gebruik" respectievelijk "voor het bereiken van zijn werkplek in Nederland") niet aansluit op de eraan voorafgaande tekst.
- Nu met ingang van 1 januari 2013 de belasting op pruim- en snuiftabak is afgeschaft, in lijn met de in artikel X, onderdelen D en G, van het ontwerpbesluit opgenomen wijzigingen, tevens in artikel XI van het ontwerpbesluit wijzigingen opnemen van die bepalingen van het Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten waarin nog de begrippen "pruimtabak" en "snuiftabak" voorkomen.
- In het in artikel XIV, onderdeel B, van het ontwerpbesluit opgenomen artikel 4, onderdelen c en j, (nieuw), van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag "genoemd in onderdeel b" wijzigen in "bedoeld in onderdeel b", aangezien in dat onderdeel b geen richtlijnen worden genoemd.
- Aan de in artikel XVII, onderdeel A, van het ontwerpbesluit opgenomen wijziging van artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, een verwijzing toevoegen naar artikel 11, tweede lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen. Voorts in het in artikel XVII, onderdeel B, van het ontwerpbesluit opgenomen artikel 3a, vierde lid, onderdeel a, (nieuw), van genoemd Uitvoeringsbesluit "vereisten" wijzigen in "vereisten van het zesde lid", in overeenstemming met de formulering in het vierde lid, onderdeel b, en het vijfde lid van genoemd artikel 3a.


Nader rapport (reactie op het advies) van 18 december 2013

Naar aanleiding van het advies merk ik het volgende op.

1. Terugwerkende kracht wijziging Besluit fiscale eenheid 2003
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is de toelichting aangevuld.

2. MijnOverheid
Aan de opmerking van de Afdeling is gevolg gegeven door in de nota van toelichting te vermelden dat de toeslagbeschikkingen voor het toeslagjaar 2015 in november 2014 verplicht elektronisch worden verzonden als op dat moment het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst (zie noot 9) tot wet is verheven en die wet in werking is getreden. Voorts is vermeld dat wetgeving in voorbereiding is met het oog op het bredere gebruik en het verplichte karakter van MijnOverheid en met het oog op de kabinetsdoelstellingen voor 2017, zoals verwoord in de Visiebrief digitale overheid 2017. (zie noot 10)

3. Redactionele kanttekeningen
Met betrekking tot de redactionele kanttekeningen die de Afdeling in overweging geeft in de bijlage bij haar advies, merk ik het volgende op:

- Aan de redactionele opmerking die ziet op de wijziging in het in artikel IX, onderdeel B, onder 3, opgenomen artikel 5aa, eerste lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 (UB MRB 1994) is geen gevolg gegeven. De reden is dat genoemd onderdeel c gelezen dient te worden in combinatie met de aanhef van artikel 5aa, eerste lid, van het UB MRB 1994. De voorgestelde aanpassing - het schrappen van "voldoet aan" en het toevoegen van "heeft" - zou in combinatie met de aanhef van het eerste lid van artikel 5aa van het UB MRB 1994 leiden tot een niet meer goed lopende volzin.
- De Afdeling merkt op dat nu met ingang van 1 januari 2013 de belasting op pruim- en snuiftabak is afgeschaft, in lijn met de in artikel X, onderdelen D en G, van het ontwerpbesluit opgenomen wijzigingen, tevens in artikel XI van het ontwerpbesluit wijzigingen dienen te worden opgenomen van de bepalingen van het Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten waarin nog de begrippen "pruimtabak" en "snuiftabak" voorkomen.
De opmerking van de Afdeling is op zich terecht. Gezien het feit dat de wet op dit punt nog niet is aangepast, zal ook het uitvoeringsbesluit op dit moment echter nog niet worden aangepast. De bepalingen inzake pruim- en snuiftabak in de wet worden geschoond bij de Fiscale verzamelwet 2014. De bepalingen in het uitvoeringsbesluit en de uitvoeringsregeling zullen worden geschoond bij het zogenoemde veegbesluit 2014 en de veegregeling 2014.
- De Afdeling stelt voor om in het in artikel XIV, onderdeel B, van het ontwerpbesluit opgenomen artikel 4, onderdelen c en j, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag "genoemd in onderdeel b" te wijzigen in "bedoeld in onderdeel b", aangezien volgens de Afdeling in genoemd onderdeel b geen richtlijnen worden genoemd.
Dit berust op een misverstand. Er staat ‘Richtlijnen’ in genoemd onderdeel b.

Aan de overige redactionele kanttekeningen van de Afdeling is gevolg gegeven.

4. Overige aanpassingen van het ontwerpbesluit
Voorts is het ontwerpbesluit ten opzichte van het aan de Afdeling aangeboden ontwerp op de volgende punten gewijzigd:

- Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om de lijst ontwikkelingslanden in artikel 6 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 aan te vullen met Malawi.
- In artikel XVII, onderdeel B, van het ontwerpbesluit (artikel 3a van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen) zijn naast een aantal redactionele wijzigingen de volgende inhoudelijke wijzigingen opgenomen:
- Naast het niet of niet tijdig verstrekken van de gegevens, wordt ook het onjuist of onvolledig verstrekken van de gegevens als overtreding aangemerkt.
- Indien de belastingplichtige geen beroep heeft gedaan of kan doen op een regeling ter voorkoming van dubbele belasting, op de interest- en royaltyrichtlijn (zie noot 11) dan wel op een nationale bepaling ter uitvoering van die richtlijn is hij niet verplicht de gegevens en inlichtingen te verstrekken (zesde lid).
- Voorts zijn enige aanvullingen ter verduidelijking aangebracht in de vereisten van het zevende lid.
- Ten slotte is van de gelegenheid gebruikgemaakt om nog enige redactionele wijzigingen aan te brengen.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Financiën


(1) Paragraaf 2, Toelichting op enkele wijzigingen, onder Besluit fiscale eenheid 2003. Zie ook artikel V van het ontwerpbesluit.
(2) Artikel XXI, tweede lid, van het ontwerpbesluit.
(3) Zie de toelichting op artikel V, laatste alinea.
(4) Zie onder meer de adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State van 24 juli 2013 over het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een compartimenteringsreserve (Wet compartimenteringsreserve), (W06.13.0221/III), Kamerstukken II 2012/13, 33 713, nr. 4, en van 10 januari 2013 over het voorstel van wet tot wijziging van de Wet verhuurderheffing, (W04.12.0513/I), Kamerstukken II 2012/13, 33 515, nr. 4. Zie ook aanwijzing 167 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(5) Artikel XV van het ontwerpbesluit: artikel 1c, eerste en tweede lid, (nieuw), van het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
(6) Zie paragraaf 2, Toelichting op enkele wijzigingen, Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, onder "Toeslagenberichten voor het jaar 2014", alsmede de voorlaatste alinea van het laatste tekstblok van de toelichting op artikel XV van het ontwerpbesluit.
(7) Laatste tekstblok, eerste volzin, van de toelichting op artikel XV.
(8) Artikel XVI van het ontwerpbesluit.
(9) Het bij Koninklijke boodschap van 30 augustus 2013 ingediende voorstel van wet een voorstel van wet houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van herziening bij aanslagen en een regeling voor het elektronisch berichtenverkeer (Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst) (Kamerstukken 33 714).
(10) Kamerstukken II 2012/13, 26 643, nr. 280.
(11) Richtlijn 2003/49/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten (PbEU 2003, L 157).


Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 374 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon