Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit energieprestatie gebouwen in verband met de implementatie van de artikelen 15, 16 en 17 van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W04.13.0217/I
- Datum advies
- 14 augustus 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2014, nr. 7605
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit energieprestatie gebouwen in verband met de implementatie van de artikelen 15, 16 en 17 van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2013, no.13.001503, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Wonen en Rijksdienst, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit energieprestatie gebouwen in verband met de implementatie van de artikelen 15, 16 en 17 van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit wijzigt het Besluit Energieprestatie Gebouwen en strekt tot implementatie van de artikelen 15, 16 en 17 van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (hierna: de herziene EPBD-richtlijn). (zie noot 1) Deze artikelen hebben betrekking op het doen laten plaatsvinden van keuringen van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW.
De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Implementatie van de herziene EPBD-richtlijn
Bij besluit van 14 juni 2013 houdende een wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen werden artikel 7 en 8 van de herziene EPBD-richtlijn geïmplementeerd. (zie noot 2) Dit ontwerpbesluit omvat opnieuw slechts een klein onderdeel van de verplichting om de herziene EPBD-richtlijn in zijn geheel deugdelijk te implementeren.
De transponeringstabel bij het ontwerpbesluit vermeldt dat voor de artikelen 12, 13 en 27 van de herziene EPBD-richtlijn de "wijze van implementatie [nog] wordt onderzocht". Dit hangt samen met het door de Tweede Kamer der Staten Generaal verworpen voorstel van Wet kenbaarheid energieprestatie gebouwen dat het leeuwendeel van de herziene EPBD-richtlijn moest implementeren. (zie noot 3) Als gevolg hiervan zijn er op dit moment nog geen voorzieningen voor het verplicht afgeven en afficheren van energieprestatiecertificaten, en ook niet voor het opleggen van sancties bij het ontbreken van een energieprestatiecertificaat. De herziene EPBD-richtlijn had al op 9 juli 2012 geïmplementeerd moeten zijn. (zie noot 4)
De Afdeling adviseert om in de nota van toelichting uiteen te zetten op welke wijze de in dit ontwerpbesluit geïmplementeerde verplichtingen passen in het geheel van verplichtingen die voortvloeien uit de herziene EPBD-richtlijn. Tevens adviseert zij in de toelichting de strekking op te nemen van de brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 16 mei jl. waarin de minister aangeeft hoe hij zal voldoen aan de verplichting om de resterende artikelen van de herziene EPBD-richtlijn te implementeren. (zie noot 5)
2. Kosten organisatie verslaglegging
De nota van toelichting toetst in paragraaf 5 de administratieve lasten, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het ontwerpbesluit. Aan bod komen onder andere de kosten die gepaard gaan met de verplichting om verslaglegging te organiseren. De nota van toelichting noemt in dit kader een bedrag van € 356.400 per jaar. Allereerst merkt de Afdeling op dat dit bedrag verder niet wordt gemotiveerd. Daarnaast acht de Afdeling het niet onmiddellijk voor de hand liggend dat de kosten, bij 81.180 keuringen per jaar, per verslag neer zouden komen op slechts € 4,40 per verslag. (zie noot 7) Ook ontbreken in de toelichting de kosten voor de initiële investering. Ziet de Afdeling het goed, dan worden op dit moment alleen de structurele kosten weergegeven.
De Afdeling adviseert in de toelichting de kosten voor de organisatie van de verslaglegging in het licht van het bovenstaande dragend te motiveren.
3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W04.13.0217/I
- In de nota van toelichting bij paragraaf 5 het genoemde aantal keuringen van "81.800" per jaar veranderen in "81.180".
- In de transponeringstabel bij artikel 8, tweede lid, van de richtlijn "Richtlijn 2006/32/EC over energie-efficiency en Energiediensten" vervangen door: "Richtlijn 2006/32/EG betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten".
Nader rapport (reactie op het advies) van 4 oktober 2013
De Afdeling advisering van de Raad van State (de Afdeling) adviseert om in de nota van toelichting uiteen te zetten op welke wijze de in het ontwerpbesluit geïmplementeerde verplichtingen passen in het geheel van verplichtingen die voortvloeien uit Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen. Tevens adviseert zij in de toelichting de strekking op te nemen van de brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 16 mei jongstleden waarin de minister ingaat op de implementatie van de resterende artikelen van deze richtlijn (Kamerstukken II 2012/2013, 32757, nr. 63). Ten slotte adviseert de Afdeling de kosten voor de verslaglegging van de keuringen van airconditioningsystemen dragend te motiveren. De Afdeling geeft u in overweging in deze een besluit te nemen nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De adviezen zijn overgenomen. De toelichting is nader uitgewerkt voor wat betreft de wijze waarop de in het ontwerpbesluit geïmplementeerde verplichtingen passen in het geheel van verplichtingen die voortvloeien uit Richtlijn 2010/31/EU. Tevens is in de toelichting aandacht besteed aan bovengenoemde brief van 16 mei 2013 en is de motivering van de kosten van verslaglegging aangevuld. Verder zijn de twee redactionele opmerkingen overgenomen. Ten slotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsbepaling aan te passen zodat de inwerkingtreding plaatsvindt met ingang van een in het besluit genoemde datum.
De minister voor Wonen en Rijksdienst
(1) Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU 2010, L153).
(2) Besluit van 14 juni 2013, houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen (Stb. 2013, 244).
(3) Kamerstukken II 2012/13 2011/12, 33 124, nr. 2.
(4) Artikel 28 van Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PbEU 2010, L153).
(5) Kamerstukken II 2012/13, 32 757, nr. 63.
(6) Bij €356.400 euro kosten per jaar extra en 81.180 keuringen per jaar, betekent dat een bedrag van €4,40 euro per keuring extra. Deze extra kosten zijn louter toe te schrijven aan de additionele verplichting om een verslag op te stellen. De reikwijdte van de keuringsverplichting en de frequentie waarmee de keuring moet worden uitgevoerd, wijzigen niet.