Ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Waddinxveen krachtens artikel 78 van de onteigeningswet(onteigeningsplan Extra Gouwekruising).
- Kenmerk
- W14.13.0199/IV
- Datum advies
- 6 september 2013
- Vindplaats
- Staatscourant 2013, nr. 29272
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Waddinxveen krachtens artikel 78 van de onteigeningswet(onteigeningsplan Extra Gouwekruising).
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu met een schrijven van 2 juli 2013, no. RWS-2013/31162, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit houdende aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Waddinxveen krachtens artikel 78 van de onteigeningswet(onteigeningsplan Extra Gouwekruising).
Waar deze pijler of pijlers zullen komen, is echter onzeker, nu dit niet in het inpassingsplan is geregeld. Een bepaling over de plaatsing van de pijlers in een overeenkomst met de opdrachtnemer, die bovendien nog moet worden gesloten, kan die zekerheid niet bieden." De Afdeling heeft provinciale staten opgedragen het besluit alsnog toereikend te motiveren, wat betreft de gevolgen van het plan voor de bedrijfsvoering van Concorp. "Indien zij daartoe in verband met deze motivering aanleiding zien, kunnen zij er voor kiezen om het besluit tot vaststelling van het plan te wijzigen teneinde in het plan duidelijkheid te bieden over de situering van pijler of pijlers voor de aanbrug op het perceel van Concorp." Naar aanleiding van deze uitspraak hebben provinciale staten van Zuid-Holland een besluit van 29 mei 2013 tot partiële herziening van het inpassingsplan genomen. Daarbij is verdere duidelijkheid gegeven over de situering van de pijler voor de aanbrug op het perceel van het bedrijf Concorp.
Daartoe is in een bebouwingsvrij gebied onder de aanbrug op het perceel van Concorp voorzien. Aangezien het ontwerpbesluit met betrekking tot het met reclamanten 2 gevoerde minnelijke overleg de stand van zaken niet verder vermeldt dan die van 8 april 2013, adviseert de Afdeling alsnog te onderzoeken, welke pogingen de provincie na de eerder genoemde aanpassing van het inpassingsbesluit op 29 mei 2013 heeft ondernomen om overeenstemming met reclamanten 2 te bereiken en of in dat overleg een waarborg voor het door reclamante bedoelde medegebruik is betrokken. Het ontwerpbesluit ware in die zin aan te vullen en de lijst van de te onteigenen percelen zo nodig aan te passen.
2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W14.13.0199/IV
- Het onderdeel "Planologische grondslag" aanvullen met de mededeling dat provinciale staten naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak het inpassingsplan bij besluit van 29 mei 2013 partieel hebben herzien.
- Op blz. 3, in het laatste tekstblok, eerst vermelden dat de oplevering van het werk is voorzien in 2016. Daaruit opmaken dat binnen een periode van vijf jaar na de datum van het besluit met de werkzaamheden ter uitvoering van het inpassingsplan een aanvang zal worden genomen.
- Op blz. 8 in de voorlaatste regel "kunnen besluiten" vervangen door: mogen besluiten.
- Op blz.11 in de derde regel van onderen "kunnen besluiten" vervangen door: mogen besluiten.
- Op blz. 12 in de tweede regel van het voorlaatste tekstblok "Op grond van artikel" vervangen door: Ingevolge artikel.
- In de "Overige overwegingen" in de voorlaatste zin van het eerste en tweede tekstblok "behoeven" vervangen door: zullen. Vervolgens in die tekstblokken de laatste zin schrappen (de bij het ontwerpbesluit behorende lijst is al de lijst die wordt bedoeld). - In de laatste zin van deze overwegingen "Wij kunnen" vervangen door: Wij zullen. Voorts in die zin "met inachtneming van" vervangen door: gelet op en "toewijzen" door: gedeeltelijk toewijzen.
Nader rapport (reactie op het advies) van 5 september 2013
1. Het deelproject Extra Gouwekruising maakt deel uit van het provinciale project Parallelstructuur A12. Naast de Extra Gouwekruising voorziet dit project in de aanleg van de Moordrechtboog en de in een latere fase aan te leggen Rottelaan, evenwijdig aan de noordzijde van de A12 tussen Zevenhuizen en Bleiswijk. In combinatie met de al in uitvoering zijnde verlegging van de provinciale weg N456 en de aansluiting daarvan op de A20 bij Moordrecht, wordt met deze projecten beoogd de wegenstructuur van de zogenaamde Gouweknoop en omgeving te verbeteren met als doel de problemen op het hoofdwegennet op te lossen, de regionale bereikbaarheid te vergroten en gebiedsontwikkelingen te faciliteren. De in het onteigeningsplan begrepen onroerende zaken zijn nodig om het provinciale deelproject Extra Gouwekruising te kunnen realiseren. Dit project omvat de aanleg van een provinciale weg, evenwijdig aan de noordzijde van de A12. Deze weg zal de Goudse Poort (de aansluiting van de provinciale weg N452 op de A12 bij Gouda) op het grondgebied van de gemeente Waddinxveen verbinden met de nieuw aan te leggen Moordrechtboog. De Afdeling geeft U in overweging een besluit te nemen nadat rekening is gehouden met een inhoudelijke opmerking. Deze heeft betrekking op het met de reclamante Concorp Waddinxveen B.V. (één van de reclamanten genoemd onder sub 2 in het besluit) gevoerde minnelijk overleg.
De Afdeling adviseert om ten aanzien van deze reclamante te onderzoeken welke pogingen de verzoeker om onteigening heeft ondernomen om met haar tot overeenstemming te komen, na de beslissing van provinciale staten van Zuid-Holland van 29 mei 2013 strekkende tot partiële herziening van het Inpassingsplan “Extra Gouwekruising” alsmede te onderzoeken of in dat overleg een waarborg voor het door reclamante bedoelde medegebruik van haar gronden is betrokken. Met deze opmerking heb ik in het bijgaande besluit rekening gehouden, in die zin dat ik de overweging over het met deze reclamante gevoerde overleg heb aangepast en aangevuld.
2. Met de verder door de Afdeling gemaakte redactionele opmerkingen is in het ontwerpbesluit eveneens rekening gehouden.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Infrastructuur en Milieu
Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 70 kB)