Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en Saint Lucia inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen; Willemstad, 29 oktober 2009 (Trb. 2009, 220 en Trb. 2010, 141), met toelichtende nota
- Kenmerk
- W02.13.0027/II/K
- Datum advies
- 13 maart 2013
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2012/2013, 33 631 (R 2006), nr. 2
- Buitenlandse zaken
- Verdrag
Toon inhoud
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en Saint Lucia inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen; Willemstad, 29 oktober 2009 (Trb. 2009, 220 en Trb. 2010, 141), met toelichtende nota
Bij Kabinetsmissive van 13 februari 2013, no.13.000249, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en Saint Lucia inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen; Willemstad, 29 oktober 2009 (Trb. 2009, 220 en Trb. 2010, 141), met toelichtende nota.
Het verdrag ziet op de uitwisseling van informatie met het oog op de belasting-heffing. De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de goedkeuring van het verdrag, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. Bescherming persoonsgegevens
In de toelichting op artikel 8 van het verdrag wordt ingegaan op het beschermingsniveau voor persoonsgegevens die door Saint Lucia worden verstrekt aan het Caribische deel van Nederland (de BES-eilanden), aan Curaçao of aan Sint Maarten. De toelichtende nota gaat echter niet in op de relevante vraag naar het beschermingsniveau voor persoonsgegevens die door de BES-eilanden, Curaçao of Sint Maarten worden verstrekt aan Saint Lucia.
De Afdeling adviseert om in de toelichting op artikel 8 van het verdrag ook in te gaan op het beschermingsniveau voor aan Saint Lucia verstrekte persoonsgegevens.
2. Belastingen waarop het verdrag van toepassing is
In artikel 3, tweede lid, van het verdrag staat dat het verdrag ook van toepassing is op alle in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het verdrag (29 oktober 2009) naast of in plaats van de bestaande belastingen worden geheven, mits de bevoegde autoriteiten zulks overeenkomen. Na genoemde datum - namelijk met ingang van 1 januari 2011 - geldt op de BES-eilanden een nieuw fiscaal stelsel, met onder meer een vastgoedbelasting en een opbrengstbelasting. In de toelichting op artikel 3 van het verdrag wordt daarover opgemerkt dat het verdrag na de staatkundige hervorming op (onder meer) deze belastingen van toepassing zal zijn "mits de bevoegde autoriteiten zulks over-eenkomen". De Afdeling gaat ervan uit dat de intentie bestaat om na goedkeuring van het verdrag deze overeenstemming te bereiken met de bevoegde autoriteiten van Saint Lucia. Dit blijkt echter niet eenduidig uit de toelichtende nota.
De Afdeling adviseert de toelichtende nota op dit punt aan te vullen.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld verdrag wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en aan de Staten van Curaçao en aan die van Sint Maarten, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 april 2013
1. Bescherming persoonsgegevens
De toelichting op artikel 8 is aangevuld, in aanmerking genomen het advies van de Raad.
2. Belastingen waarop het verdrag van toepassing is
De toelichting op artikel 3, tweede lid, is aangevuld, in aanmerking genomen het advies van de Raad.
3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele redactionele verbeteringen aan te brengen.
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van Curaçao en aan de Staten van Sint Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken