Ontwerpbesluit houdende regels inzake het aanhouden van voorraden aardolieproducten (Besluit voorraadvorming aardolieproducten 2012), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W15.13.0037/IV
- Datum advies
- 13 maart 2013
- Vindplaats
- Staatscourant
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Ontwerpbesluit houdende regels inzake het aanhouden van voorraden aardolieproducten (Besluit voorraadvorming aardolieproducten 2012), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 19 februari 2013, no.13.000277, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake het aanhouden van voorraden aardolieproducten (Besluit voorraadvorming aardolieproducten 2012), met nota van toelichting.
In dit besluit is invulling gegeven aan enkele artikelen van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012 (hierna: de wet). De wet regelt op welke manier Nederland vorm geeft aan zijn internationale verplichtingen tot het aanhouden van crisisvoorraden aardolie. De Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de delegatiegrondslag voor enkele onderdelen van het besluit. Zij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1.Artikel 15 van de wet bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur nadere voorschriften en beperkingen kunnen worden gesteld aan het buiten Nederland aanhouden van een voorraad aardolieproducten als onderdeel van de wettelijke voorraad. De artikelen 5, 6 en 7 van het ontwerpbesluit bevatten dergelijke voorschriften en beperkingen over de vereiste instemming van de minister. Deze artikelen van het ontwerpbesluit bevatten echter ook nadere regels over de melding inzake de overdracht van de voorraadplicht aan bedrijven binnen Nederland.(zie noot 1) De grondslag van artikel 15 van de wet strekt zich niet uit tot dergelijke regels over het binnen Nederland aanhouden van een voorraad aardolieproducten. Ook overigens voorziet de wet niet in een toereikende grondslag.(zie noot 2) De Afdeling adviseert alsnog te voorzien in een wettelijke grondslag voor de bepalingen die betrekking hebben op de melding als bedoeld in de artikelen 11, vierde lid en 14, eerste lid, onder d, van de wet.
2.Voor een redactionele kanttekening verwijst de Afdeling naar de bij het advies behorende bijlage.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De vice-president van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W15.13.0037/IV met een redactionele kanttekening die de Afdeling in overweging geeft.
- De inwerkingtredingsbepaling in het voorgestelde artikel 8 aanvullen.
Nader rapport (reactie op het avies) van 25 maaart 2013
1. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State zijn de artikelen 5, 6, en 7 van het ontwerp-besluit aangepast, in die zin dat de in die artikelen opgenomen voorschriften niet meer betrekking hebben op de melding van de overdracht van de voorraadplicht aan bedrijven binnen Nederland. Bij een eerstvolgende daarvoor in aanmerking komende gelegenheid zal alsnog worden voorzien in een wettelijke basis voor deze voorschriften.
2. Aan de redactionele opmerking van de Afdeling advisering van de Raad van State is gevolg gegeven. In artikel 8 is geregeld dat het ontwerp-besluit in werking zal treden op 1 april 2013.
3. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele verduidelijkingen in het ontwerp-besluit aan te brengen.
- Aangezien het besluit in 2013 in werking zal treden is dit jaartal vermeld in het opschrift en in de citeertitel van dit ontwerp-besluit.
- In artikel 5, tweede lid, van het ontwerp-besluit, is verduidelijkt dat aanvragen ook op schriftelijke wijze kunnen worden ingediend. Tevens is in dat lid geregeld dat gegevensuitwisseling geschiedt door middel van een door de Minister van Economische Zaken vastgesteld formulier.
- In artikel 5, derde lid, van het ontwerp-besluit, is verduidelijkt dat de Minister van Economische Zaken desgevraagd kenbaar maakt hoe een verzoek moet worden ingediend indien de schriftelijke of elektronische weg niet toegankelijk is.
- In de toelichting op artikel 2 zijn enkele redactionele verduidelijkingen in de beschrijving van de berekening van de individuele voorraadplicht aangebracht.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerp-besluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Economische Zaken
(1)Bijvoorbeeld artikel 5, eerste lid, onderdelen e en f, en artikel 7, derde lid, van het ontwerpbesluit.
(2)De melding van de overdracht van de voorraadplicht aan bedrijven binnen Nederland is verplicht op grond van de artikelen 11, vierde lid, en 14, eerste lid, onder d, van de wet, maar deze artikelen bevatten geen delegatiegrondslag voor nadere regels.
Tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 125 kB)