Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W09.10.0026/IV

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het RVV 1990 in verband met het verbod op het doorsnijden van uitvaartstoeten en enige andere onderwerpen en het BABW, met nota van toelichting.

Kenmerk
W09.10.0026/IV
Datum advies
1 april 2010
Vindplaats
Staatscourant 2010, nr. 9443
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het RVV 1990 in verband met het verbod op het doorsnijden van uitvaartstoeten en enige andere onderwerpen en het BABW, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 29 januari 2010, no.10.000184, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het RVV 1990 in verband met het verbod op het doorsnijden van uitvaartstoeten en enige andere onderwerpen en het BABW, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit herintroduceert het verbod op het doorsnijden van uitvaartstoeten, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de motie De Rouwe c.s.(zie noot 1) Dit verbod is in 1990 opgeheven omdat de uitvaartstoet onvoldoende herkenbaar was geworden voor medeweggebruikers.(zie noot 2) Op grond van het ontwerpbesluit dienen motorvoertuigen die onderdeel wensen uit te maken van een uitvaartstoet, een herkenningsteken te voeren dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Dit biedt medeweggebruikers de mogelijkheid om het nodige respect te betonen aan uitvaartstoeten.(zie noot 3)
Naast het hiervoor genoemde verbod, wijzigt het ontwerpbesluit het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegvervoer en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) op een aantal andere punten.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt kanttekeningen bij de doeltreffendheid en de handhaafbaarheid van het verbod op het doorsnijden van een uitvaartstoet en het schrappen van de helmplicht voor een brombakfiets.
1. Het verbod op het doorsnijden van een uitvaartstoet

a. Doeltreffendheid van het verbod
Het voorgestelde artikel 16 van het RVV 1990 bepaalt dat weggebruikers uitvaartstoeten van motorvoertuigen niet mogen doorsnijden. Overtreding van deze bepaling is een strafbaar feit ingevolge artikel 92 van het RVV 1990.
Een uitvaartstoet krijgt hiermee in een aantal gevallen dezelfde positie als een militaire colonne.(zie noot 4) Dit betekent onder meer dat motorvoertuigen die deel uitmaken van een uitvaartstoet (afgezien van het voorste voortuig)(zie noot 5), voetgangers bij voetgangersoversteekplaatsen geen voorrang hoeven te verlenen.(zie noot 6) Hiermee wordt beoogd om de motorvoertuigen die onderdeel uitmaken van een uitvaartstoet bijeen te houden.
Anders dan een militaire colonne mag een uitvaartstoet verkeerslichten niet negeren. Vanuit de uitvaartbedrijfstak werd dit te gevaarlijk geacht.(zie noot 7) De toelichting vermeldt dat het stoppen voor een rood verkeerslicht tot gevolg kan hebben dat een uitvaartstoet na verloop van tijd uiteen kan vallen in verschillende delen. In die situatie dienen de bestuurders van de losgeraakte delen van de uitvaartstoet zich bewust te zijn van hun veranderde positie op de weg. De voorste bestuurder van ieder deel van een uitvaartstoet dient de normale voorrangsregels in acht te nemen, aldus de toelichting.(zie noot 8)
De Raad onderschrijft dat het negeren van verkeerslichten vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk is,(zie noot 9) maar wijst er op dat de doelstelling van het ontwerpbesluit, te weten het bijeenhouden van een uitvaartstoet, hierdoor slechts in beperkte mate wordt gerealiseerd. Het feit dat de motorvoertuigen van een uitvaartstoet verkeerslichten niet mogen negeren en dat de voorste bestuurder van een losgeraakt deel de normale voorrangsregels in acht moet nemen, kan tot gevolg hebben dat vele andere motorvoertuigen de uitvaartstoet zullen doorsnijden en de uitvaartstoet in ieder geval in een stad steeds verder uiteen zal vallen.
Gelet op het bovenstaande adviseert de Raad in de toelichting nader in te gaan op de vraag in hoeverre het voorgestelde verbod op het doorsnijden van een uitvaartstoet kan worden geëffectueerd.

b. Handhaafbaarheid
De toelichting vermeldt dat het College van procureurs-generaal heeft opgemerkt dat het verbod op het doorsnijden van een uitvaartstoet moeilijk te handhaven zal zijn. De Raad onderschrijft dit, te meer daar blijkens de toelichting de motorvoertuigen van de verschillende delen nog steeds geacht worden de overledene te begeleiden en als zodanig een uitvaartstoet van motorvoertuigen te vormen als genoemd in artikel 1, onderdeel aga, van het RVV 1990.(zie noot 10)
De Raad wijst er op dat de meeste motorvoertuigen die de uitvaartstoet zullen doorsnijden, dat doen op grond van de naleving van wettelijke voorschriften, zoals het gebod om door te gaan bij een groen verkeerslicht.(zie noot 11)
De bestuurders van deze motorvoertuigen plegen op grond van artikel 16 juncto artikel 92 van het RVV 1990 een strafbaar feit, maar zijn ingevolge artikel 42 van het Wetboek van strafrecht niet strafbaar nu zij het feit begaan ter uitvoering van een wettelijk voorschrift. Aan dit punt wordt in de toelichting geen aandacht geschonken. De Raad acht dit wel wenselijk nu het ontwerpbesluit, wat betreft de reikwijdte van het voorgestelde verbod geen rekening houdt met de naleving van wettelijke voorschriften.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.

2. Helmplicht brombakfiets
Het ontwerpbesluit wijzigt de begripsbepaling van een brombakfiets.(zie noot 12) Het vereiste dat de twee voorwielen van een brombakfiets een diameter van meer dan 0.60 meter moeten hebben, vervalt. Dit betekent dat de bestuurder en de achter hem zittende passagier van een brombakfiets (ongeacht de diameter van de voorwielen) ingevolge artikel 60 van het RVV 1990 geen verplichting hebben om een goed passende helm te dragen. Thans zijn de bestuurder van een brombakfiets en de achter hem zittende passagier (hierna: de bestuurder) alleen uitgezonderd van de helmplicht indien de voorwielen van de brombakfiets een diameter van meer dan 0.60 meter hebben. Het argument om deze categorie destijds uit te zonderen van de helmplicht was dat de verplichting tot het dragen van een helm bezwaarlijk en uit veiligheidsoogpunt overbodig werd geacht voor de bestuurders van deze categorie brombakfietsen. In het bijzonder gelet op de stabiliteit van deze voertuigen en de snelheid die doorgaans beperkt is.(zie noot 13)
Uit de toelichting blijkt dat het huidige onderscheid tussen brombakfietsen (gelet op de diameter van de voorwielen) in de praktijk leidt tot een soms moeilijk verdedigbaar verschil in verplichtingen van verschillende bestuurders van brombakfietsen.(zie noot 14) Daarom wordt voorgesteld dezelfde uitzondering van de helmplicht te laten gelden voor alle brombakfietsen. De Raad merkt op dat uit de toelichting niet blijkt of de helmplicht voor brombakfietsen met voorwielen die een kleinere diameter hebben dan 0.60 meter eveneens vanuit een veiligheidsoogpunt overbodig wordt geacht en dat de snelheid van deze voertuigen doorgaans beperkt is. De Raad is van oordeel dat deze elementen van belang zijn voor de afweging of de helmplicht gemist kan worden voor alle brombakfietsen.
De Raad adviseert het ontwerpbesluit terzake van een nadere toelichting te voorzien.

3. Redactionele kanttekeningen
Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W09.10.0026/IV met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

- In artikel II, onderdeel A, onder 2, de zinsnede "bijlage VI, artikel 1.1" vervangen door: bijlage VI, artikel 1.
- In artikel II, onderdeel A, onder 3, de zinsnede "een verbrand lijk" vervangen door: een gecremeerd lijk.
- In artikel II, in artikel 22, onderdeel a, "maximummassa" vervangen door: maximum massa.



Nader rapport (reactie op het advies) van 26 mei 2010

De Raad van State heeft een aantal opmerkingen gemaakt, die hieronder besproken worden.

1a. De Raad van State adviseert om in de toelichting nader in te gaan op de vraag in hoeverre het voorgestelde verbod op het doorsnijden van een uitvaartstoet kan worden geëffectueerd. Naar aanleiding van deze opmerking is in de nota van toelichting bij het ontwerp-besluit uitgelegd dat met de voorgestelde regeling de regels uit het RVV 1966 in ere worden hersteld. De bepalingen uit het RVV 1966 voorkwamen ook niet dat uitvaartstoeten doorbroken werden. Het verbod op het doorsnijden van uitvaartstoeten uit het RVV 1966 gold bijvoorbeeld evenmin op voorrangskruisingen, bij uitritten, bij invoegen, bij uitvoegen en bij wisselen van rijstroken.
In het onderhavige ontwerp-besluit is net zoals in het RVV 1966 een balans gevonden tussen enerzijds het belang van overzichtelijke en verkeersveilige verkeerssituaties en anderzijds de wens om uitvaartstoeten van motorvoertuigen zo min mogelijk te onderbreken. Bovendien zullen motorvoertuigen die onderdeel uitmaken van een uitvaartstoet van motorvoertuigen beter dan voorheen herkenbaar zijn; deze betere herkenbaarheid leidt naar verwachting tot een grotere mate van spontane naleving.
Ter voorkoming van misverstanden zij nog opgemerkt dat, anders dan de Raad veronderstelt, ook de bestuurder van het voorste voertuig dat onderdeel uitmaakt van een uitvaartstoet van motorvoertuigen voetgangers bij voetgangersoversteekplaatsen niet voor hoeft te laten gaan.

1b. Verder adviseert de Raad de toelichting zodanig aan te vullen, dat duidelijk wordt hoe het voorgestelde verbod op het doorsnijden van een uitvaartstoet van motorvoertuigen zich verhoudt tot de verkeersregels ten aanzien van verkeerslichten. Hiertoe is in de nota van toelichting bij het ontwerp-besluit uitgelegd dat het voorgestelde verbod op het doorsnijden van uitvaartstoeten van motorvoertuigen - net zoals in het RVV 1966 - slechts zal gelden op gelijkwaardige kruisingen. Hoe dit verbod zich verhoudt tot de verkeersregels ten aanzien van verkeerslichten volgt uit artikel 63 van het RVV 1990. In dat artikel wordt bepaald dat verkeerstekens boven verkeersregels gaan, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze tekens. Bestuurders die door groen licht rijden en als gevolg daarvan een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden, plegen dus geen strafbaar feit.

2. Voorts adviseert de Raad om de voorgestelde uitzondering van de helmplicht voor bestuurders en passagiers van brombakfietsen waarvan de voorwielen een diameter hebben van minder dan 0,60 meter nader toe te lichten. Naar aanleiding van dit advies en als gevolg van voortschrijdend inzicht zijn zowel de begripsbepaling van "brombakfiets", als de nota van toelichting aangepast. Er is nu voor gekozen te regelen dat de uitzondering op de helmplicht onder meer geldt voor de bestuurder en de achter hem zittende passagier van een bromfiets op drie symmetrisch geplaatste wielen, met twee voorwielen met een diameter van meer dan 0,40 m, uitsluitend ingericht voor het vervoer van de bestuurder en van goederen en eventueel van een achter de bestuurder gezeten passagier. Tegenwoordig zijn de tot het Europese verkeer toegelaten brombakfietsen aanzienlijk stabieler en veiliger dan voorheen. Deze brombakfietsen kunnen slechts worden toegelaten tot het Europese verkeer, indien voor deze voertuigen een EU-typegoedkeuring is afgegeven. Aangezien sommige van deze moderne brombakfietsen wielen hebben met een diameter kleiner dan 0,60 m, ligt het in de rede om de minimale wieldiameter waarbij geen helm verplicht is, te verlagen. Met het oog op de huidige praktijk is gekozen voor een minimale diameter van de voorwielen van 0,40 m.

3. Tot slot heeft de Raad enkele redactionele kanttekeningen gemaakt. Naar aanleiding hiervan zijn in artikel II, onderdeel A, twee aanpassingen aangebracht. De woordcombinatie "maximummassa" is volgens de vigerende spellingregels aaneengeschreven.

4. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een onvolkomenheid te herstellen in artikel 17 van het Reglement rijbewijzen. In het besluit tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de invoering van een praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM en van enkele andere besluiten (Stb. 2010, nr. 33) is abusievelijk de aangekondigde uitzondering op de automaatverplichting voor aanvragers van een rijbewijs voor de categorie AM niet opgenomen. Deze uitzondering is aan het onderhavige ontwerp-besluit toegevoegd.

5. Ook is hierbij een omissie in het Besluit voertuigen hersteld met het oog op enerzijds het afschaffen van de controle tijdens de APK of de gegevens in het kentekenbewijs overeenkomen met die in het kentekenregister (Stcrt. 2009, 19145) en anderzijds het gegeven dat bij de aanvraag van een keuringsrapport en bij een herkeuring of deskundigenonderzoek een bij het kentekenbewijs van taxi’s en OV-auto’s afgegeven bijlage nog wel overlegd dient te worden, omdat die bijlage niet is opgenomen in het kentekenregister.

6. Verder is deze gelegenheid gebruikt om verscheidende redactionele wijzigingen aan te brengen.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Verkeer en Waterstaat



(1) Kamerstukken II 2007/08, nr. 29 398, nr. 109.
(2) Kamerstukken II 2008/09, nr. 31 700 XII, nr. 77, blz. 1.
(3) Nota van toelichting, paragraaf ‘het verbod op het doorsnijden van uitvaartstoeten’.
(4) Toelichting bij artikel II, de onderdelen A t/m C, J, K, N en O.
(5) Het voorste motorvoertuig van de uitvaartstoet moet wel de normale voorrangsregels in acht nemen, omdat het geen voorrangsvoertuig is op grond van de artikelen 29 en 50 RVV1990.
(6) Hetzelfde geldt voor een autobus die binnen de bebouwde kom een bushalte wil verlaten. Ingevolge artikel 56, tweede lid, van het RVV 1990, hoeft een uitvaartstoet hieraan geen voorrang te verlenen.
(7) Kamerstukken II 2008/09, nr. 31 700 XII, nr. 77, blz. 2.
(8) Toelichting bij artikel II, onderdelen A t/m C, J, K, N en O. De overige bestuurders van een losgeraakt deel hoeven nog steeds geen voorrang te verlenen bij een voetgangersoversteekplaats of aan een autobus binnen de bebouwde kom, omdat de motorvoertuigen van de verschillende delen nog steeds de overledene begeleiden en als zodanig een uitvaartstoet van motorvoertuigen vormen, aldus de toelichting bij artikel II, onderdelen A t/m C, J, K, N en O.
(9) Staatsblad 1990, nr. 459, blz.129.
10) De toelichting bij artikel II, onderdelen A t/m C, J, K, N en O.
(11) Zie onder meer de artikelen 62 juncto 68, eerste lid, onderdeel a, van het RVV 1990.
(12) Artikel II, onderdeel A, van het ontwerpbesluit.
(13) Staatsblad 2001, nr. 519.
(14) Toelichting bij artikel II, onderdeel A.



Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting (pdf, 124 kB)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon