Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit bezoldiging politie, het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 en het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie in verband met het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003.
- Kenmerk
- W04.01.0466/I
- Datum advies
- 3 december 2001
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 8 januari 2002, nr 5
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit bezoldiging politie, het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 en het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie in verband met het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003.
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2001, no.01.004091, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit bezoldiging politie, het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994 en het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie in verband met het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003.
Het ontwerpbesluit strekt tot formalisering van de afspraken uit het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie. Dit leidt tot wijziging van een aantal rechtspositionele regelingen. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt de volgende kanttekening ten aanzien van de voorgestelde artikel 9, zevende lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
Deze bepaling houdt in dat degene ten overstaan van wie de eed of belofte wordt afgelegd de betrokkene verzoekt aan te geven op welke wijze hij de eed of belofte wenst te bekrachtigen, onder de mededeling dat bij de bekrachtiging kan worden afgeweken van de voorgeschreven formulering indien de geloofsplicht van de betrokkene daartoe noopt. De Raad vraagt zich af of met het opnemen van het vereiste dat mededeling wordt gedaan van de mogelijkheid tot afwijking van de voorgeschreven formulering, een nieuwe lijn wordt ingezet.
De Raad hecht eraan dat ten aanzien van regelingen over het afleggen van de eed of belofte uniformiteit wordt betracht. Hij meent dat het genoemde vereiste alleen dient te worden opgenomen indien het past in een algemeen te volgen benadering ten aanzien van regelingen over de eed of belofte.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 december 2001
De Raad geeft u in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aandacht is besteed aan de door hem gemaakte kanttekening ten aanzien van het voorgestelde artikel 9, zevende lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
Opname van het voorgestelde artikel 9, zevende lid, in het Besluit algemene rechtspositie zal niet plaatsvinden.
Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt enkele technische wijzigingen door te voeren in de tekst en de nota van toelichting van het ontwerpbesluit.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Het ontwerpbesluit strekt tot formalisering van de afspraken uit het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie. Dit leidt tot wijziging van een aantal rechtspositionele regelingen. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt de volgende kanttekening ten aanzien van de voorgestelde artikel 9, zevende lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
Deze bepaling houdt in dat degene ten overstaan van wie de eed of belofte wordt afgelegd de betrokkene verzoekt aan te geven op welke wijze hij de eed of belofte wenst te bekrachtigen, onder de mededeling dat bij de bekrachtiging kan worden afgeweken van de voorgeschreven formulering indien de geloofsplicht van de betrokkene daartoe noopt. De Raad vraagt zich af of met het opnemen van het vereiste dat mededeling wordt gedaan van de mogelijkheid tot afwijking van de voorgeschreven formulering, een nieuwe lijn wordt ingezet.
De Raad hecht eraan dat ten aanzien van regelingen over het afleggen van de eed of belofte uniformiteit wordt betracht. Hij meent dat het genoemde vereiste alleen dient te worden opgenomen indien het past in een algemeen te volgen benadering ten aanzien van regelingen over de eed of belofte.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 7 december 2001
De Raad geeft u in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aandacht is besteed aan de door hem gemaakte kanttekening ten aanzien van het voorgestelde artikel 9, zevende lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
Opname van het voorgestelde artikel 9, zevende lid, in het Besluit algemene rechtspositie zal niet plaatsvinden.
Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt enkele technische wijzigingen door te voeren in de tekst en de nota van toelichting van het ontwerpbesluit.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties