Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van onder meer het Besluit trekkende bevolking WPO onder meer in verband met fusie van de scholen voor ligplaatsonderwijs.
- Kenmerk
- W05.01.0489/III
- Datum advies
- 23 november 2001
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 12 maart 2002, nr 50
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van onder meer het Besluit trekkende bevolking WPO onder meer in verband met fusie van de scholen voor ligplaatsonderwijs.
Bij Kabinetsmissive van 21 september 2001, no.01.004479, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J. Adelmund, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van onder meer het Besluit trekkende bevolking WPO onder meer in verband met fusie van de scholen voor ligplaatsonderwijs.
Het ontwerpbesluit betreft aanpassing van de organisatie van het ligplaatsonderwijs in verband met veranderingen in de binnenvaart. In de nieuwe opzet is er sprake van één schoolbestuur dat een onderwijsvoorziening instandhoudt en dat het onderwijs flexibel en op maat kan inrichten. De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een aantal opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. In het in artikel I, onderdeel I, gewijzigde artikel C3 van het Besluit trekkende bevolking WPO is in het tweede lid bepaald dat het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd onder meer aan boord door middel van afstandsonderwijs. Blijkens de nota van toelichting wordt met de term "afstandsonderwijs" het contact aangeduid tussen leerling en docent door middel van telecommunicatie per computer via Internet. Mede gelet op aanwijzing 121 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) verdient het de voorkeur het begrip in het ontwerpbesluit zelf te omschrijven.
2. In artikel VIII wordt de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit geregeld. Bij koninklijk besluit wordt de datum vastgesteld. Op grond van het derde lid kan er in worden voorzien dat een aantal artikelen, dan wel onderdelen daarvan, terugwerken tot en met 1 augustus 2001. De Raad is van oordeel dat terugwerkende kracht in het ontwerpbesluit zelf dient te worden geregeld. Dat kan in dit geval ook zonder enig probleem, omdat de datum van 1 augustus 2001 reeds is gepasseerd, zodat thans reeds kan worden vastgesteld in hoeverre terugwerkende kracht nodig is. Een afwijking van de hoofdregel dat een regeling van toepassing is op hetgeen na haar inwerkingtreding voorvalt en op hetgeen bij haar inwerkingtreding bestaat is immers van zodanig gewicht dat de besluitwetgever daarover zelf moet beslissen. Het college wijst in dit verband op aanwijzing 166 Ar, waar wordt gesteld dat afwijkingen van de vermelde hoofdregel in beginsel in de regeling zelf dienen te worden neergelegd. Het feit dat er ten aanzien van het ontwerpbesluit een verplichting tot voorhang bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal geldt, doet hieraan niet af. Het college adviseert artikel VIII, derde lid, aan te passen.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 23 november 2001, no.W05.01.0489/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- Ten aanzien van artikel VIII, eerste en tweede lid, aanwijzing 43 van de Aanwijzingen voor de regelgeving in acht nemen.
- Het bepaalde in het vierde lid van artikel VIII opnemen in artikel V.
- In de toelichting op artikel II "Het tweede lid van artikel II" vervangen door: Het vierde lid van artikel II.
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 december 2001
1. In artikel I, onderdeel I, is in het tweede lid onderdeel b van het nieuwe artikel C3 toegevoegd dat afstandsonderwijs "door middel van vormen van telecommunicatie" wordt gegeven. De woorden "vormen van" beogen te waarborgen dat ook toekomstige ontwikkelingen in telecommunicatie kunnen worden benut bij het verzorgen van afstandsonderwijs. Ook de toelichting is aangepast.
2. Het advies van de Raad is overgenomen.
3. De drie redactionele kanttekeningen zijn overgenomen met uitzondering van de kanttekening ten aanzien van de voorhangbepaling. Daarvoor is de exacte tekst van de opdracht tot voorhang van dit besluit zoals die in artikel 185 van de Wet op het primair onderwijs is geformuleerd, gehandhaafd.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit met de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen,
Het ontwerpbesluit betreft aanpassing van de organisatie van het ligplaatsonderwijs in verband met veranderingen in de binnenvaart. In de nieuwe opzet is er sprake van één schoolbestuur dat een onderwijsvoorziening instandhoudt en dat het onderwijs flexibel en op maat kan inrichten. De Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit een aantal opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.
1. In het in artikel I, onderdeel I, gewijzigde artikel C3 van het Besluit trekkende bevolking WPO is in het tweede lid bepaald dat het onderwijs aan varende kinderen wordt verzorgd onder meer aan boord door middel van afstandsonderwijs. Blijkens de nota van toelichting wordt met de term "afstandsonderwijs" het contact aangeduid tussen leerling en docent door middel van telecommunicatie per computer via Internet. Mede gelet op aanwijzing 121 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) verdient het de voorkeur het begrip in het ontwerpbesluit zelf te omschrijven.
2. In artikel VIII wordt de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit geregeld. Bij koninklijk besluit wordt de datum vastgesteld. Op grond van het derde lid kan er in worden voorzien dat een aantal artikelen, dan wel onderdelen daarvan, terugwerken tot en met 1 augustus 2001. De Raad is van oordeel dat terugwerkende kracht in het ontwerpbesluit zelf dient te worden geregeld. Dat kan in dit geval ook zonder enig probleem, omdat de datum van 1 augustus 2001 reeds is gepasseerd, zodat thans reeds kan worden vastgesteld in hoeverre terugwerkende kracht nodig is. Een afwijking van de hoofdregel dat een regeling van toepassing is op hetgeen na haar inwerkingtreding voorvalt en op hetgeen bij haar inwerkingtreding bestaat is immers van zodanig gewicht dat de besluitwetgever daarover zelf moet beslissen. Het college wijst in dit verband op aanwijzing 166 Ar, waar wordt gesteld dat afwijkingen van de vermelde hoofdregel in beginsel in de regeling zelf dienen te worden neergelegd. Het feit dat er ten aanzien van het ontwerpbesluit een verplichting tot voorhang bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal geldt, doet hieraan niet af. Het college adviseert artikel VIII, derde lid, aan te passen.
3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 23 november 2001, no.W05.01.0489/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- Ten aanzien van artikel VIII, eerste en tweede lid, aanwijzing 43 van de Aanwijzingen voor de regelgeving in acht nemen.
- Het bepaalde in het vierde lid van artikel VIII opnemen in artikel V.
- In de toelichting op artikel II "Het tweede lid van artikel II" vervangen door: Het vierde lid van artikel II.
Nader rapport (reactie op het advies) van 14 december 2001
1. In artikel I, onderdeel I, is in het tweede lid onderdeel b van het nieuwe artikel C3 toegevoegd dat afstandsonderwijs "door middel van vormen van telecommunicatie" wordt gegeven. De woorden "vormen van" beogen te waarborgen dat ook toekomstige ontwikkelingen in telecommunicatie kunnen worden benut bij het verzorgen van afstandsonderwijs. Ook de toelichting is aangepast.
2. Het advies van de Raad is overgenomen.
3. De drie redactionele kanttekeningen zijn overgenomen met uitzondering van de kanttekening ten aanzien van de voorhangbepaling. Daarvoor is de exacte tekst van de opdracht tot voorhang van dit besluit zoals die in artikel 185 van de Wet op het primair onderwijs is geformuleerd, gehandhaafd.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit met de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen,