Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W11.01.0258/V

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet in verband met het invoeren van een perceelsregistratie.

Kenmerk
W11.01.0258/V
Datum advies
20 juli 2001
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 13 november 2001, nr 220
  • Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet in verband met het invoeren van een perceelsregistratie.

Bij Kabinetsmissive van 8 juni 2001, no.01.002829, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende wijziging van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet in verband met het invoeren van een perceelsregistratie.

Het ontwerpbesluit bevat wijzigingen van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet ter uitvoering van de regeling van het stelsel van mestafzetovereenkomsten in de Meststoffenwet. Er wordt voorzien in een basis voor ministeriële regels betreffende de registratie van gegevens omtrent topografische ligging en gebruik van landbouwgrond waarop dierlijke meststoffen worden afgezet; ook wordt voorzien in ministeriële regels betreffende gegevens inzake rechtsvorm, formele inrichting van bedrijven en de personen die daarin werkzaam zijn. De ondergrens voor administratieve verplichtingen wordt nader gepreciseerd. Voorts worden enige vereenvoudigingen en wijzigingen van technische aard in het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet aangebracht. Bij dit ontwerpbesluit wordt ook het Besluit verkleining oppervlakte landbouwgrond Meststoffenwet op ondergeschikte punten aangepast.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij de volgende kanttekening met betrekking tot de registraties.

1. In hoofdstuk 7 van de nota van toelichting, Bedrijfseffecten, wordt erop gewezen dat de te verstrekken gegevens over het grondgebruik in een basisregistratie zullen worden verwerkt en ook zullen worden benut voor andere regelingen die een agrariër verplichten tot het leveren van gegevens omtrent zijn grond. Wat betreft de door bedrijven en ondernemingen te verstrekken gegevens over de rechtsvorm en de formele inrichting wordt opgemerkt dat bedrijven reeds thans verplicht zijn een deel van die gegevens te verstrekken.
Het streven is, zo kan uit de toelichting op de inwerkingstredingsbepaling (artikel III) worden opgemaakt, erop gericht aan te sluiten bij bestaande registraties teneinde bedrijfsleven en overheid zo min mogelijk te belasten. De Raad acht deze aanpak voor de hand liggend uit een oogpunt van lastenbeperking. Daarbij dient echter wel te worden gewezen op de volgende aspecten.
De mogelijkheid gegevens te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt is afhankelijk van de compatibiliteit van de verschillende registratiecriteria en van de wijze waarop deze met het oog op de onderscheiden doelen worden geïnterpreteerd.

a. Registraties die persoonsgegevens bevatten of dat karakter als gevolg van koppeling aan andere gegevens krijgen, moeten voldoen aan de eisen die daaraan in de komende Wet bescherming persoonsgegevens worden gesteld. Aan dit laatste aspect is geen aandacht besteed in de nota van wijziging op het voorstel tot wijziging van de Meststoffenwet(zie noot 1) waarin onder meer de grondslag is gelegd voor regels omtrent het verstrekken van gegevens inzake rechtsvorm en formele inrichting van een bedrijf of onderneming en de daarin werkzame personen. Bij dit ontwerpbesluit zal dit aspect alsnog moeten worden bezien en in de toelichting worden besproken. In het bijzonder zal daarbij moeten worden gelet op de regeling in de Wet bescherming persoonsgegevens van het gebruik van een registratie voor verschillende doelen (artikelen 9 en 43) en de plicht tot melding aan het College bescherming persoonsgegevens.
Tegen deze achtergrond adviseert de Raad in ieder geval in de toelichting nader in te gaan op de bruikbaarheid van reeds bestaande gegevens en alsnog uiteen te zetten hoe in het beoogde registratiesysteem aan de Wet bescherming persoonsgegevens toepassing wordt gegeven.

2. In de inleiding van de nota van toelichting wordt vermeld dat het ontwerpbesluit er mede toe strekt in het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet een grondslag op te nemen voor het - bij ministeriële regeling - stellen van nadere regels over de opgave van wijzigingen. In de in dit verband genoemde onderdelen B en E van artikel I is echter in geheel geen sprake van een delegatie van regelgevende bevoegdheid met betrekking tot het opgeven van wijzigingen, terwijl de in de toelichting genoemde onderwerpen alleen in onderdeel E zijn geregeld. De Raad adviseert het ontwerpbesluit en de toelichting met elkaar in overeenstemming te brengen.

3. Op grond van artikel 6a, aanhef en onder c, worden bij ministeriële regeling regels gesteld omtrent het verstrekken van gegevens over onder meer de meewerkende familieleden op een bedrijf dat door een persoon wordt uitgeoefend. De Raad adviseert de verplichting tot het doen van die opgave te motiveren in de nota van toelichting. Omdat niet op voorhand duidelijk is wie tot de familieleden van het bedrijfshoofd dienen te worden gerekend, beveelt de Raad tevens aan een definitie van dit begrip in het ontwerpbesluit op te nemen.

4. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De waarnemend Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 20 juli 2001, no.W11.01.0258/V, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

- De toelichting schrijven alsof het ontwerpbesluit reeds geldt (aanwijzing 220 van de Aanwijzingen voor de regelgeving). In plaats van "thans dient" en "thans houden" schrijven: voorheen dienden respectievelijk: voorheen dienden … te houden (hoofdstuk 5, tweede alinea, derde zin, en hoofdstuk 6, eerste zin).



Nader rapport (reactie op het advies) van 8 oktober 2001


1. Een registratie van gegevens omtrent de rechtsvorm en formele inrichting van bedrijven is aan te merken als een registratie waarop de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing is. Over de voorwaarden waaraan de registratie in het kader van die wetgeving moet voldoen heeft overleg plaatsgevonden met de Registratiekamer.

Daar de registratie wordt opgezet ten behoeve van de uitvoering en handhaving van verscheidene wetten en regelingen is met het oog op artikel 9 van de Wet bescherming persoonsgegevens aandacht geschonken aan de verenigbaarheid van de in die wetten en regelingen omschreven doeleinden. Uiteraard zal ook de inwinning van de gegevens ten behoeve van de registratie een grondslag vinden in elk van de wetten voor de uitvoering en handhaving waarvan de registratie van belang is.
De voorziening zal aanpassing vergen van reeds binnen het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bestaande registraties. In die registraties zijn gegevens namelijk niet altijd met gebruikmaking van eenzelfde begrippenkader verwerkt, hetgeen de bruikbaarheid van die gegevens bemoeilijkt of niet mogelijk maakt. Het ligt in de rede dat ten behoeve van de registratie een reglement wordt opgemaakt zoals ingevolge de tot 1 september 2001 van kracht zijnde Wet persoonsregistraties verplicht was en zoals is geschied ten aanzien van de centrale perceelsregistratie. Dit reglement kan tevens gebruikt worden om de registratie overeenkomstig de Wet bescherming persoonsgegevens te melden bij de Registratiekamer. De nota van toelichting is op dit punt verduidelijkt.

2. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is artikel I, onderdeel E, van het ontwerpbesluit (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet) opnieuw geredigeerd.
Thans is expliciet in het artikel neergelegd dat de gegevens wijzigingen betreffen ten opzichte van eerder verstrekte gegevens. Hiermee is tevens buiten twijfel gesteld dat de reikwijdte van de in dat artikelonderdeel neergelegde verplichting niet verder gaat dan artikel 7 van de Meststoffenwet, het artikel waarop de onderhavige bepaling is gebaseerd.

3. Artikel I, onderdeel G, van het ontwerpbesluit (artikel 6a, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet) is naar aanleiding van de opmerking van de Raad opnieuw geredigeerd. Door de nieuwe redactie kan er geen misverstand meer over bestaan over welke personen gegevens verstrekt moeten worden. In verband met de in het kader van de Meststoffenwet op een persoon rustende verplichtingen ten aanzien van de op zijn bedrijf of in zijn onderneming werkzame personen, is het immers relevant dat over alle thans genoemde personen gegevens worden verstrekt.
Vanwege de eenvoud heb ik aan de thans opgenomen bepaling de voorkeur gegeven boven de suggestie van de Raad in het artikelonderdeel een definitie van het begrip familielid op te nemen. De nota van toelichting is op dit punt verduidelijkt.

4. De redactionele opmerkingen van de Raad zijn verwerkt in het ontwerpbesluit.

5. Naast de onder 2 en 3 genoemde wijzigingen naar aanleiding van opmerkingen van de Raad zijn in het ontwerpbesluit nog enkele andere wijzigingen aangebracht.

a. De onderdelen p, q en r van artikel I van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet zijn vervallen (artikel I, onderdeel A). De in die onderdelen neergelegde begrippen zijn inmiddels gedefinieerd in de onderdelen aa, af en ab van artikel 1 van de Meststoffenwet.

b. Bij de in artikel I, onderdeel F, van het ontwerpbesluit neergelegde wijziging van artikel 6, eerste lid, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet is abusievelijk verzuimd de oorspronkelijk in dat artikellid neergelegde basis voor de verplichting voor producenten van dierlijke meststoffen en gebruikers van meststoffen tot het bijhouden van een administratie van aan hen afgeleverde andere meststoffen die fosfaat bevatten te handhaven. De verplichting was ingevuld in artikel 12 van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet. Deze verplichting wordt thans neergelegd in artikel 2, tweede lid, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet, waarmee i s aangesloten bij de in dat artikellid zowel voor producent als gebruiker opgenomen verplichting een grondadministratie bij te houden (artikel I, onderdeel B).

c. Artikel I, onderdeel M, van het ontwerpbesluit is vervangen door een nieuw onderdeel M. Het oude onderdeel M strekte tot het vervallen van artikel 12 van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet. Ingevolge dat artikel houden de leverancier en de afnemer van dierlijke meststoffen ieder afzonderlijk een kwartaaloverzicht bij, waarop zij bepaalde gegevens moeten vermelden betreffende de in het voorgaande kwartaal door of aan hen afgeleverde, geanalyseerde hoeveelheden dierlijke meststoffen. In de plaats van het kwartaaloverzicht zou het Bureau Heffingen periodiek een overzicht aan bedrijven sturen waarop de vrachten dierlijke meststoffen staan vermeld waarvan het Bureau heffingen in die periode gegevens heeft ontvangen van een laboratorium Deze werkwijze is afgestemd met Cumela Nederland en de betrokken laboratoria. Nadat het ontwerpbesluit om advies naar de Raad van State was gezonden en de Raad van State advies had uitgebracht, heeft Cumela Nederland evenwel laten weten toch bezwaar te hebben tegen het feit dat het opstellen van een overzicht voortaan buiten het laboratorium om door het Bureau Heffingen zou geschieden. Het vervallen van het kwartaaloverzicht blijkt voor het bedrijfsleven geen werkbaar voorstel te zijn. Gelet hierop en gelet op het feit dat het voorgestelde traject bovendien hoge uitvoeringslasten voor het Bureau Heffingen met zich zou brengen, blijft de verplichting een kwartaaloverzicht op te stellen voorlopig gehandhaafd.

d. Het nieuwe onderdeel M van artikel I van het ontwerpbesluit bevat een van artikel 58an, eerste lid, onderdeel b, van de Meststoffenwet afwijkende bepaling, ingeval een mestafzetovereenkomst behalve uit het daartoe door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde formulier tevens uit andere delen bestaat. ingevolge het nieuwe artikel 14a van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet hoeft in dat geval enkel het door de minister vastgestelde formulier te worden opgestuurd naar het Bureau Heffingen. Op dat formulier dienen partijen alle informatie te vermelden die relevant is voor het Bureau Heffingen. Indien partijen nog aanvullende zaken willen regelen kunnen zij die in een bijlage opnemen. Deze bijlage hoeven zij niet in te sturen, maar dienen zij gedurende vijf jaren op het bedrijf te bewaren..

e. In artikel 1 van het Besluit verkleining oppervlakte landbouwgrond Meststoffenwet wordt de abusievelijk voor de tekst van het artikel geplaatste aanduiding "1." geschrapt (artikel Il, onderdeel A).

Ik moge U hierbij, in overeenstemming met mijn ambtgenoot van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij



(1) Kamerstukken II 2000/01, 27 276, nr.7, onder A, 2.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon