Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering en enige andere besluiten in verband met het flexibiliseren van de aanspraken op zorg voor lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten en enkele andere wijzigingen.
- Kenmerk
- W13.01.0496/III
- Datum advies
- 2 november 2001
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 december 2001, nr 240
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering en enige andere besluiten in verband met het flexibiliseren van de aanspraken op zorg voor lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten en enkele andere wijzigingen.
Bij Kabinetsmissive van 27 september 2001, no.01.004575, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering en enige andere besluiten in verband met het flexibiliseren van de aanspraken op zorg voor lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten en enkele andere wijzigingen.
Met het voorgelegde ontwerpbesluit wordt voornamelijk door een aantal aanvullingen en wijzigingen van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering (hierna: het Besluit) beoogd de aanspraak van bepaalde verzekerden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op de integrale zorg van verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg te vergroten. Doel daarbij is het op adequate wijze kunnen voldoen aan de hulpvragen van de verzekerden, ongeacht of die wel of niet in een verpleeg- of verzorgingshuis, speciale instelling of thuis verblijven en het kunnen wegwerken van wachtlijsten. Voorts behelst het ontwerpbesluit een beperkt aantal wijzigingen van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering en het Bijdragebesluit zorg, die verband houden met de voorgestelde wijzigingen van het Besluit.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij twee kanttekeningen.
1. In artikel I, onderdeel D, wordt voorgesteld in artikel 14, derde lid, van het Besluit het ingevolge het eerste lid meeromvattende begrip "zorg" te vervangen door het beperktere begrip "behandeling". Daardoor heeft een verzekerde met lichamelijke of psychogeriatrische aandoeningen die dagbehandeling in een verpleeginrichting ondergaat uitsluitend recht op vergoeding van reiskosten indien de reiskosten verband houden met behandeling. In de voorgestelde vergelijkbare artikelen 13, tweede lid, en 22, tweede lid, van het Besluit, die gelden voor lichamelijk gehandicapten die dagbehandeling in een dagverblijf voor lichamelijk gehandicapten ondergaan dan wel voor auditief of communicatief gehandicapten die dagbehandeling in een instelling voor auditief of communicatief gehandicapten ondergaan, wordt die beperking tot behandeling niet gemaakt en bestaat recht op reiskostenvergoeding indien de reiskosten verband houden met het verlenen van zorg. In de toelichting op artikel I, onderdelen D en F, wordt gesteld dat bij dagbehandeling in een verpleeghuis de aanspraak op reiskostenvergoeding van oudsher alleen bestaat als het vervoer verband houdt met dagbehandeling in een verpleeghuis. Het college acht dat geen steekhoudend argument. Het is voorstelbaar dat in het flexibele zorgsysteem met meer zorg op maat waarin tussen de aanbieders uitwisselbare losse onderdelen van zorg ook zonder verblijf kunnen worden verstrekt, bij dagbehandeling in een verpleeghuis ook behoefte bestaat aan bepaalde vormen van verzorging of begeleiding omdat de thuiszorg die, bijvoorbeeld door gebrek aan personeel, niet altijd kan bieden. Naar de mening van de Raad staat de voorgestelde beperking van de te leveren zorg, indien daaraan behoefte bestaat, op gespannen voet met de uitgangspunten van het gekozen flexibele zorgstelsel en doet deze daaraan afbreuk. Het college acht dat ongewenst. In verband daarmee beveelt het college aan in de artikelen 13, tweede lid, en 14, derde lid, van het Besluit ten aanzien van de reiskostenvergoeding dezelfde terminologie te hanteren dan wel de motivering van het verschil in de genoemde bepalingen in de toelichting op de onderdelen D en F van artikel I, rekening houdende met hetgeen hiervoor is opgemerkt, aan te scherpen.
2. In artikel I, onderdelen G en H, van het ontwerpbesluit worden op grond van de voorgestelde in te voeren artikelen 21, tweede lid, en 22, vierde lid, van het Besluit beperkingen voorgesteld van de ingevolge het eerste lid te verlenen zorg. Uit de toelichting wordt niet duidelijk waarom die beperkingen zijn aangebracht, dan wel of het al bestaande beperkingen zijn die zijn overgenomen uit de in de artikelen 21, derde lid, en 22, vijfde lid, bedoelde ministeriële regeling. Aanbevolen wordt daarover in de toelichting duidelijkheid te bieden.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 6 november 2001
1. Anders dan de Raad van State veronderstelt, is er geen beperking gebracht in het recht op vervoer, maar is juist de situatie waarop aanspraak bestaat, gehandhaafd. Die situatie is sinds 1997 dat slechts aanspraak bestaat op vervoer indien er sprake is van dagbehandeling. Het vervangen van het woord "zorg" door "behandeling" is nodig omdat het vierde lid van artikel 14 vervalt. Ingevolge het vierde lid van artikel 14 bestaat op dit moment slechts aanspraak op vervoer indien de verzekerde op combinaties van zorg is aangewezen. Als het derde lid van artikel 14 niet wordt aangepast, is er een onbedoelde verruiming van de aanspraak. Een dergelijke verruiming is, anders dan de Raad kennelijk veronderstelt, niet beoogd, mede gelet op de financiële consequenties. Overigens gaat het niet om een vergoeding van reiskosten, maar om door de verpleeginrichting georganiseerd vervoer.
2. De aanbeveling van de Raad om de toelichting op de onderdelen G en H te verduidelijken, is overgenomen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Met het voorgelegde ontwerpbesluit wordt voornamelijk door een aantal aanvullingen en wijzigingen van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering (hierna: het Besluit) beoogd de aanspraak van bepaalde verzekerden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op de integrale zorg van verpleeg- en verzorgingshuizen en de thuiszorg te vergroten. Doel daarbij is het op adequate wijze kunnen voldoen aan de hulpvragen van de verzekerden, ongeacht of die wel of niet in een verpleeg- of verzorgingshuis, speciale instelling of thuis verblijven en het kunnen wegwerken van wachtlijsten. Voorts behelst het ontwerpbesluit een beperkt aantal wijzigingen van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering en het Bijdragebesluit zorg, die verband houden met de voorgestelde wijzigingen van het Besluit.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt daarbij twee kanttekeningen.
1. In artikel I, onderdeel D, wordt voorgesteld in artikel 14, derde lid, van het Besluit het ingevolge het eerste lid meeromvattende begrip "zorg" te vervangen door het beperktere begrip "behandeling". Daardoor heeft een verzekerde met lichamelijke of psychogeriatrische aandoeningen die dagbehandeling in een verpleeginrichting ondergaat uitsluitend recht op vergoeding van reiskosten indien de reiskosten verband houden met behandeling. In de voorgestelde vergelijkbare artikelen 13, tweede lid, en 22, tweede lid, van het Besluit, die gelden voor lichamelijk gehandicapten die dagbehandeling in een dagverblijf voor lichamelijk gehandicapten ondergaan dan wel voor auditief of communicatief gehandicapten die dagbehandeling in een instelling voor auditief of communicatief gehandicapten ondergaan, wordt die beperking tot behandeling niet gemaakt en bestaat recht op reiskostenvergoeding indien de reiskosten verband houden met het verlenen van zorg. In de toelichting op artikel I, onderdelen D en F, wordt gesteld dat bij dagbehandeling in een verpleeghuis de aanspraak op reiskostenvergoeding van oudsher alleen bestaat als het vervoer verband houdt met dagbehandeling in een verpleeghuis. Het college acht dat geen steekhoudend argument. Het is voorstelbaar dat in het flexibele zorgsysteem met meer zorg op maat waarin tussen de aanbieders uitwisselbare losse onderdelen van zorg ook zonder verblijf kunnen worden verstrekt, bij dagbehandeling in een verpleeghuis ook behoefte bestaat aan bepaalde vormen van verzorging of begeleiding omdat de thuiszorg die, bijvoorbeeld door gebrek aan personeel, niet altijd kan bieden. Naar de mening van de Raad staat de voorgestelde beperking van de te leveren zorg, indien daaraan behoefte bestaat, op gespannen voet met de uitgangspunten van het gekozen flexibele zorgstelsel en doet deze daaraan afbreuk. Het college acht dat ongewenst. In verband daarmee beveelt het college aan in de artikelen 13, tweede lid, en 14, derde lid, van het Besluit ten aanzien van de reiskostenvergoeding dezelfde terminologie te hanteren dan wel de motivering van het verschil in de genoemde bepalingen in de toelichting op de onderdelen D en F van artikel I, rekening houdende met hetgeen hiervoor is opgemerkt, aan te scherpen.
2. In artikel I, onderdelen G en H, van het ontwerpbesluit worden op grond van de voorgestelde in te voeren artikelen 21, tweede lid, en 22, vierde lid, van het Besluit beperkingen voorgesteld van de ingevolge het eerste lid te verlenen zorg. Uit de toelichting wordt niet duidelijk waarom die beperkingen zijn aangebracht, dan wel of het al bestaande beperkingen zijn die zijn overgenomen uit de in de artikelen 21, derde lid, en 22, vijfde lid, bedoelde ministeriële regeling. Aanbevolen wordt daarover in de toelichting duidelijkheid te bieden.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 6 november 2001
1. Anders dan de Raad van State veronderstelt, is er geen beperking gebracht in het recht op vervoer, maar is juist de situatie waarop aanspraak bestaat, gehandhaafd. Die situatie is sinds 1997 dat slechts aanspraak bestaat op vervoer indien er sprake is van dagbehandeling. Het vervangen van het woord "zorg" door "behandeling" is nodig omdat het vierde lid van artikel 14 vervalt. Ingevolge het vierde lid van artikel 14 bestaat op dit moment slechts aanspraak op vervoer indien de verzekerde op combinaties van zorg is aangewezen. Als het derde lid van artikel 14 niet wordt aangepast, is er een onbedoelde verruiming van de aanspraak. Een dergelijke verruiming is, anders dan de Raad kennelijk veronderstelt, niet beoogd, mede gelet op de financiële consequenties. Overigens gaat het niet om een vergoeding van reiskosten, maar om door de verpleeginrichting georganiseerd vervoer.
2. De aanbeveling van de Raad om de toelichting op de onderdelen G en H te verduidelijken, is overgenomen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport