Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de bevordering van de opwekking van duurzame elektriciteit.
- Kenmerk
- W10.02.0389/II
- Datum advies
- 19 november 2002
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2002/03, 28 782, nr B
- Economische Zaken en Klimaat
- Wet
Toon inhoud
Volledige tekst
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de bevordering van de opwekking van duurzame elektriciteit.
Bij Kabinetsmissive van 5 september 2002, no.02.004076, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de bevordering van de opwekking van duurzame elektriciteit.
Het wetsvoorstel strekt tot implementatie in de Elektriciteitswet 1998 van richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt (PbEG L 283) (hierna te noemen: de richtlijn). De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. In het wetsvoorstel wordt ter implementatie van de richtlijn een systeem van garanties van oorsprong geïntroduceerd. Een garantie van oorsprong geeft aan dat een producent met zijn installatie een hoeveelheid duurzame elektriciteit heeft opgewekt en op het net heeft ingevoed. Garanties van oorsprong worden volgens het wetsvoorstel door de garantiebeheersinstantie geboekt op een rekening. Deze rekening wordt gedefinieerd als een tegoed van garanties van oorsprong. Deze omschrijving wijkt af van het gewone spraakgebruik waarin een rekening niet zelf wordt aangeduid als een tegoed, maar als een staat waarop een tegoed kan worden bijgeschreven. Het gebruik van het begrip rekening kan de vraag oproepen of de rekening in dit geval ook een krediet kan bieden, in deze zin dat daarvan garanties van oorsprong worden afgeboekt voor stroom die in de toekomst duurzaam zal worden geproduceerd. Omdat het wetsvoorstel de mogelijkheid biedt dat garanties worden verhandeld, kan er in de praktijk behoefte ontstaan aan de aankoop van garanties van oorsprong voor in de toekomst duurzaam op te wekken elektriciteit. De tekst van de omschrijving van garanties van oorsprong sluit deze mogelijkheid uit, nu daarin wordt gesproken van «heeft opgewekt» en «heeft ingevoed». De huidige omschrijving van groencertificaten in artikel 73 van de Elektriciteitswet spreekt daarentegen over «heeft opgewekt» of «zal opwekken». Mede gelet hierop acht het college het gewenst dat in de toelichting duidelijk wordt uiteengezet dat in een mogelijkheid van garanties van oorsprong «op krediet» niet wordt voorzien.
2. Een aantal bepalingen in het wetsvoorstel vereist nadere toelichting.
a. In het voorgestelde artikel 74 wordt geregeld dat een garantie van oorsprong bij uitsluiting aantoont dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit op duurzame wijze is opgewekt. Niet duidelijk is wat nu precies wordt uitgesloten.
b. In het voorgestelde artikel 75 wordt melding gemaakt van een verslag opgesteld door de garantiebeheerinstantie betreffende de door de instantie uitgevoerde taken, de rechtmatigheid en doeltreffendheid van die taken en de werkwijze in het afgelopen jaar. Niet duidelijk is wat de garantiebeheerinstantie over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van haar eigen handelen kan zeggen. De toelichting dient op dit punt te worden aangevuld; zo nodig dient de bewuste passage te worden geschrapt.
c. In het zojuist genoemde artikel, tweede lid, is sprake van een verplicht jaarverslag dat «op aanvraag» aan de minister wordt toegezonden. Waarom wordt niet gewoon bepaald dat het verslag altijd wordt toegestuurd?
d. In artikel 76 is bepaald dat de garantiebeheerinstantie aan Onze Minister mededeling doet van omstandigheden die een wijziging inhouden van de voorwaarden op grond waarvan deze instantie is aangewezen. Het is niet duidelijk welke voorwaarden het betreft, door wie de voorwaarden worden gesteld en hoe het mogelijk is eenzijdig wijzigingen aan te brengen in die voorwaarden.
De Raad adviseert in de toelichting duidelijkheid te scheppen op deze punten.
3. In het wetsvoorstel is geregeld dat de garantiebeheerinstantie een rekening (van garanties van oorsprong) opent op verzoek van een in Nederland gevestigde producent, afnemer, leverancier of handelaar en dat zij gebruik kunnen maken van de door hun verkregen garanties van oorsprong of deze kunnen verhandelen. Onder het begrip «afnemer» vallen alle gebruikers van elektriciteit. Afnemers zijn de natuurlijke personen of rechtspersonen die beschikken over een aansluiting op het net. Het is niet duidelijk hoe afnemers garanties van oorsprong kunnen verkrijgen. Bovendien past het niet in het systeem van garanties van oorsprong dat afnemers hiermee handelen.
De Raad adviseert afnemers te schrappen in artikel 77, eerste en tweede lid en in artikel 77c en om tevens de toelichting op dit punt aan te passen.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan met het vorenstaande aandacht rekening zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 19 november 2002, no.W10.02.0389/II, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In de onderdelen C, D en E van het wetsvoorstel de verwijzingen corrigeren aangezien verwezen wordt naar onderdelen van de Elektriciteitswet 1998 die nooit in werking zijn getreden.
- Artikel V, derde lid, van het wetsvoorstel redigeren als volgt: De Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998 is van toepassing op de voor het moment van inwerkingtreding van artikel I van deze wet verstrekte groencertificaten ten behoeve van in het buitenland opgewekte duurzame elektriciteit, alsmede op de voor het moment van inwerkingtreding van artikel I van deze wet ingediende aanvragen om boeking van groencertificaten ten behoeve van in het buitenland opgewekte duurzame elektriciteit.
- In artikel 75, tweede lid, dient "aanvraag" te worden vervangen door: verzoek.
Nader rapport (reactie op het advies) van 31 januari 2003
1. Met de Raad van State meen ik, dat het wenselijk is in de toelichting duidelijk aan te geven dat in een mogelijkheid van garanties van oorsprong "op krediet" niet wordt voorzien. Ik heb de toelichting bij het voorgestelde artikel I, onderdeel A, op dit punt aangevuld. Daarnaast is de definitie van de rekening in artikel I, onderdeel A, van het wetsvoorstel (artikel I, eerste lid, onderdeel y, van de Elektriciteitswet 1998) aangepast in die zin dat aangegeven is dat een "rekening" een tegoed van garanties van oorsprong is.
2a. De uitsluiting genoemd in het voorgestelde artikel 74 betreft het uitsluiten van iedere andere mogelijkheid om aan te tonen dat de opgewekte elektriciteit duurzame elektriciteit betreft. Een garantie van oorsprong is derhalve het enige bewijs voor de duurzaamheid van de desbetreffende hoeveelheid elektriciteit. Ik heb de toelichting bij artikel 74 aangevuld om dit te verduidelijken.
2b. Met de Raad van State meen ik, dat het in het kader van dit wetsvoorstel niet zonder meer duidelijk is wat de garantiebeheerinstantie over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van haar eigen handelen kan zeggen. Naar aanleiding van het advies is deze passage in het voorgestelde artikel 75 geschrapt.
2c. Met de Raad van State ben ik van mening dat het verplichte jaarverslag van de garantiebeheerinstantie ieder jaar toegezonden dient te worden. Ik heb derhalve in het voorgestelde artikel 75 de woorden "op aanvraag" geschrapt.
2d. Naar aanleiding van het advies van de Raad is de toelichting bij het voorgestelde artikel 76 uitgebreid in die zin, dat duidelijk is gemaakt welke voorwaarden het in het desbetreffende artikel betreft, door wie de voorwaarden worden gesteld en hoe het mogelijk is eenzijdig wijzigingen aan te brengen in die voorwaarden.
3. Het wetsvoorstel biedt inderdaad de mogelijkheid voor afnemers om garanties van oorsprong te verkrijgen en te verhandelen. Dat is op dit moment ook het geval in de Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998. Al is in de praktijk gebleken dat afnemers tot nu toe niet of nauwelijks gebruik maken van deze mogelijkheid, ik acht het wenselijk om de mogelijkheid open te houden dat afnemers garanties van oorsprong verkrijgen. Voor afnemers kan het namelijk van belang zijn om in het bezit te komen van de garanties van oorsprong teneinde aan te tonen dat zij daadwerkelijk duurzame - en geen conventionele - elektriciteit hebben verbruikt. Dit is bijvoorbeeld van belang in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen en convenanten met betrekking tot energiebesparing (convenant benchmarking, meerjarenafspraken energie). Wel zal ik in de uitvoeringsregelgeving waarborgen dat afnemers de verkregen garanties van oorsprong niet meer verder kunnen verhandelen.
4. De redactionele opmerkingen van de Raad van State zijn in het wetsvoorstel verwerkt.
5. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om, in het kader van een goede en afdoende monitoring van het bereiken van de uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen, het voorgestelde artikel 77c, onderdeel a, van het wetsvoorstel uit te breiden met de mogelijkheid tot het stellen van nadere regels ten aanzien van de informatieverplichting van de garantiebeheerinstantie.
6. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de onderdelen C, D en E van het wetsvoorstel alsmede enkele punten van de memorie van toelichting te actualiseren naar aanleiding van de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie (Kamerstukken II 2002/03, 28 665, nrs. 1-2). Bovendien zijn wetsvoorstel en memorie van toelichting op enkele ondergeschikte redactionele punten aangevuld en verduidelijkt.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten- Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Economische Zaken
Het wetsvoorstel strekt tot implementatie in de Elektriciteitswet 1998 van richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt (PbEG L 283) (hierna te noemen: de richtlijn). De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen.
1. In het wetsvoorstel wordt ter implementatie van de richtlijn een systeem van garanties van oorsprong geïntroduceerd. Een garantie van oorsprong geeft aan dat een producent met zijn installatie een hoeveelheid duurzame elektriciteit heeft opgewekt en op het net heeft ingevoed. Garanties van oorsprong worden volgens het wetsvoorstel door de garantiebeheersinstantie geboekt op een rekening. Deze rekening wordt gedefinieerd als een tegoed van garanties van oorsprong. Deze omschrijving wijkt af van het gewone spraakgebruik waarin een rekening niet zelf wordt aangeduid als een tegoed, maar als een staat waarop een tegoed kan worden bijgeschreven. Het gebruik van het begrip rekening kan de vraag oproepen of de rekening in dit geval ook een krediet kan bieden, in deze zin dat daarvan garanties van oorsprong worden afgeboekt voor stroom die in de toekomst duurzaam zal worden geproduceerd. Omdat het wetsvoorstel de mogelijkheid biedt dat garanties worden verhandeld, kan er in de praktijk behoefte ontstaan aan de aankoop van garanties van oorsprong voor in de toekomst duurzaam op te wekken elektriciteit. De tekst van de omschrijving van garanties van oorsprong sluit deze mogelijkheid uit, nu daarin wordt gesproken van «heeft opgewekt» en «heeft ingevoed». De huidige omschrijving van groencertificaten in artikel 73 van de Elektriciteitswet spreekt daarentegen over «heeft opgewekt» of «zal opwekken». Mede gelet hierop acht het college het gewenst dat in de toelichting duidelijk wordt uiteengezet dat in een mogelijkheid van garanties van oorsprong «op krediet» niet wordt voorzien.
2. Een aantal bepalingen in het wetsvoorstel vereist nadere toelichting.
a. In het voorgestelde artikel 74 wordt geregeld dat een garantie van oorsprong bij uitsluiting aantoont dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit op duurzame wijze is opgewekt. Niet duidelijk is wat nu precies wordt uitgesloten.
b. In het voorgestelde artikel 75 wordt melding gemaakt van een verslag opgesteld door de garantiebeheerinstantie betreffende de door de instantie uitgevoerde taken, de rechtmatigheid en doeltreffendheid van die taken en de werkwijze in het afgelopen jaar. Niet duidelijk is wat de garantiebeheerinstantie over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van haar eigen handelen kan zeggen. De toelichting dient op dit punt te worden aangevuld; zo nodig dient de bewuste passage te worden geschrapt.
c. In het zojuist genoemde artikel, tweede lid, is sprake van een verplicht jaarverslag dat «op aanvraag» aan de minister wordt toegezonden. Waarom wordt niet gewoon bepaald dat het verslag altijd wordt toegestuurd?
d. In artikel 76 is bepaald dat de garantiebeheerinstantie aan Onze Minister mededeling doet van omstandigheden die een wijziging inhouden van de voorwaarden op grond waarvan deze instantie is aangewezen. Het is niet duidelijk welke voorwaarden het betreft, door wie de voorwaarden worden gesteld en hoe het mogelijk is eenzijdig wijzigingen aan te brengen in die voorwaarden.
De Raad adviseert in de toelichting duidelijkheid te scheppen op deze punten.
3. In het wetsvoorstel is geregeld dat de garantiebeheerinstantie een rekening (van garanties van oorsprong) opent op verzoek van een in Nederland gevestigde producent, afnemer, leverancier of handelaar en dat zij gebruik kunnen maken van de door hun verkregen garanties van oorsprong of deze kunnen verhandelen. Onder het begrip «afnemer» vallen alle gebruikers van elektriciteit. Afnemers zijn de natuurlijke personen of rechtspersonen die beschikken over een aansluiting op het net. Het is niet duidelijk hoe afnemers garanties van oorsprong kunnen verkrijgen. Bovendien past het niet in het systeem van garanties van oorsprong dat afnemers hiermee handelen.
De Raad adviseert afnemers te schrappen in artikel 77, eerste en tweede lid en in artikel 77c en om tevens de toelichting op dit punt aan te passen.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan met het vorenstaande aandacht rekening zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 19 november 2002, no.W10.02.0389/II, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In de onderdelen C, D en E van het wetsvoorstel de verwijzingen corrigeren aangezien verwezen wordt naar onderdelen van de Elektriciteitswet 1998 die nooit in werking zijn getreden.
- Artikel V, derde lid, van het wetsvoorstel redigeren als volgt: De Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998 is van toepassing op de voor het moment van inwerkingtreding van artikel I van deze wet verstrekte groencertificaten ten behoeve van in het buitenland opgewekte duurzame elektriciteit, alsmede op de voor het moment van inwerkingtreding van artikel I van deze wet ingediende aanvragen om boeking van groencertificaten ten behoeve van in het buitenland opgewekte duurzame elektriciteit.
- In artikel 75, tweede lid, dient "aanvraag" te worden vervangen door: verzoek.
Nader rapport (reactie op het advies) van 31 januari 2003
1. Met de Raad van State meen ik, dat het wenselijk is in de toelichting duidelijk aan te geven dat in een mogelijkheid van garanties van oorsprong "op krediet" niet wordt voorzien. Ik heb de toelichting bij het voorgestelde artikel I, onderdeel A, op dit punt aangevuld. Daarnaast is de definitie van de rekening in artikel I, onderdeel A, van het wetsvoorstel (artikel I, eerste lid, onderdeel y, van de Elektriciteitswet 1998) aangepast in die zin dat aangegeven is dat een "rekening" een tegoed van garanties van oorsprong is.
2a. De uitsluiting genoemd in het voorgestelde artikel 74 betreft het uitsluiten van iedere andere mogelijkheid om aan te tonen dat de opgewekte elektriciteit duurzame elektriciteit betreft. Een garantie van oorsprong is derhalve het enige bewijs voor de duurzaamheid van de desbetreffende hoeveelheid elektriciteit. Ik heb de toelichting bij artikel 74 aangevuld om dit te verduidelijken.
2b. Met de Raad van State meen ik, dat het in het kader van dit wetsvoorstel niet zonder meer duidelijk is wat de garantiebeheerinstantie over de rechtmatigheid en doeltreffendheid van haar eigen handelen kan zeggen. Naar aanleiding van het advies is deze passage in het voorgestelde artikel 75 geschrapt.
2c. Met de Raad van State ben ik van mening dat het verplichte jaarverslag van de garantiebeheerinstantie ieder jaar toegezonden dient te worden. Ik heb derhalve in het voorgestelde artikel 75 de woorden "op aanvraag" geschrapt.
2d. Naar aanleiding van het advies van de Raad is de toelichting bij het voorgestelde artikel 76 uitgebreid in die zin, dat duidelijk is gemaakt welke voorwaarden het in het desbetreffende artikel betreft, door wie de voorwaarden worden gesteld en hoe het mogelijk is eenzijdig wijzigingen aan te brengen in die voorwaarden.
3. Het wetsvoorstel biedt inderdaad de mogelijkheid voor afnemers om garanties van oorsprong te verkrijgen en te verhandelen. Dat is op dit moment ook het geval in de Regeling groencertificaten Elektriciteitswet 1998. Al is in de praktijk gebleken dat afnemers tot nu toe niet of nauwelijks gebruik maken van deze mogelijkheid, ik acht het wenselijk om de mogelijkheid open te houden dat afnemers garanties van oorsprong verkrijgen. Voor afnemers kan het namelijk van belang zijn om in het bezit te komen van de garanties van oorsprong teneinde aan te tonen dat zij daadwerkelijk duurzame - en geen conventionele - elektriciteit hebben verbruikt. Dit is bijvoorbeeld van belang in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen en convenanten met betrekking tot energiebesparing (convenant benchmarking, meerjarenafspraken energie). Wel zal ik in de uitvoeringsregelgeving waarborgen dat afnemers de verkregen garanties van oorsprong niet meer verder kunnen verhandelen.
4. De redactionele opmerkingen van de Raad van State zijn in het wetsvoorstel verwerkt.
5. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om, in het kader van een goede en afdoende monitoring van het bereiken van de uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen, het voorgestelde artikel 77c, onderdeel a, van het wetsvoorstel uit te breiden met de mogelijkheid tot het stellen van nadere regels ten aanzien van de informatieverplichting van de garantiebeheerinstantie.
6. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de onderdelen C, D en E van het wetsvoorstel alsmede enkele punten van de memorie van toelichting te actualiseren naar aanleiding van de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie (Kamerstukken II 2002/03, 28 665, nrs. 1-2). Bovendien zijn wetsvoorstel en memorie van toelichting op enkele ondergeschikte redactionele punten aangevuld en verduidelijkt.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten- Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Economische Zaken