Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W04.02.0445/I

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen en het Besluit financiën regionale politiekorpsen in verband met het stellen van regels ten aanzien van het vermogen van de regio's en enkele andere onderwerpen.

Kenmerk
W04.02.0445/I
Datum advies
25 november 2002
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 14 januari 2003, nr 9
  • Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen en het Besluit financiën regionale politiekorpsen in verband met het stellen van regels ten aanzien van het vermogen van de regio's en enkele andere onderwerpen.

Bij Kabinetsmissive van 30 september 2002, no.02.004486, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen en het Besluit financiën regionale politiekorpsen in verband met het stellen van regels ten aanzien van het vermogen van de regio's en enkele andere onderwerpen.

Onlangs is een wijziging van artikel 45, vijfde lid, van de Politiewet 1993 (PolW) in werking getreden. De wijziging voorziet erin dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gegeven betreffende het vermogen van de politieregio’s. Voldoet een regio niet aan deze regels, dan kan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de rijksbijdrage verminderen. Het nu voorliggende ontwerpbesluit geeft aan deze bepaling uitwerking.
De Raad van State maakt opmerkingen over het ontbreken van de wettelijke grondslag van een deel van het ontwerpbesluit en over de bevoegdheid van de minister om de bijdrage aan de politieregio’s tussentijds te wijzigen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Het ontwerpbesluit bepaalt onder meer dat de begroting, de meerjarenraming en de jaarrekening van de politieregio zo moeten worden ingericht dat zij inzicht geven in de verhouding tussen de personele lasten en de totale baten. Deze verhouding zal worden uitgedrukt in een verhoudingsgetal. Bij ministeriële regeling zal worden bepaald binnen welke bandbreedte het verhoudingsgetal zich dient te bevinden.(zie noot 1)
Het ontwerpbesluit geeft de minister bovendien de bevoegdheid de rijksbijdrage te verminderen bij overschrijding van deze bandbreedte.(zie noot 2)
Blijkens de toelichting is dit element in het ontwerpbesluit opgenomen om te bewerkstelligen dat het extra geld dat het Rijk beschikbaar stelt voor de groei van het politiepersoneel ook echt voor dat doel wordt aangewend.(zie noot 3)
De formeelwettelijke grondslag van het ontwerpbesluit is, blijkens de aanhef, artikel 45, vijfde lid, PolW. Deze bepaling voorziet in "regels … betreffende het vermogen van de regio’s" en kan dus niet als grondslag dienen voor regels met betrekking tot personele lasten. De verplichting om in de financiële stukken inzicht te geven in de verhouding tussen de personele lasten en de totale baten kan wel een wettelijke grondslag vinden in het eerste lid van artikel 45. Dit bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gegeven over het beheer van de regionale politiekorpsen. Het verdient dan ook aanbeveling, artikel 45, eerste lid, in de aanhef van het ontwerpbesluit op te nemen.

2. Voorgesteld wordt in het Besluit financiën regionale politiekorpsen een bepaling op te nemen die inhoudt dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de voorlopig vastgestelde bijdrage aan een politieregio kan wijzigen.(zie noot 4) Deze bevoegdheid wordt niet geclausuleerd.
Met de bepaling worden twee bepalingen samengetrokken. Die twee bepalingen houden in dat de minister de voorlopig vastgestelde algemene bijdrage kan bijstellen in verband met twee soorten wijzigingen in "de desbetreffende post uit Hoofdstuk VII van de rijksbegroting en de daarbijbehorende meerjarenraming".(zie noot 5) De voorgestelde bepaling gaat veel verder: zij geeft de minister een wijzigingsbevoegdheid die niet langer geclausuleerd is. Het is de vraag of een zo vergaande bevoegdheid wenselijk is: de politieregio moet enige zekerheid hebben over de beschikbare bijdrage.
Gemotiveerd dient te worden waarom de wijzigingsbevoegdheid niet wordt beperkt tot wijzigingen die verband houden met wijzigingen in "de desbetreffende post uit Hoofdstuk VII van de rijksbegroting en de daarbijbehorende meerjarenraming".

3. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 25 november 2002, no.W04.02.0445/I, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

- In het voorgestelde artikel 4a, derde lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen na "dat" invoegen: niet.



Nader rapport (reactie op het advies) van 13 december 2002


De Raad van State heeft in overweging gegeven ten aanzien van het ontwerpbesluit met enkele opmerkingen rekening te houden.

1. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van artikel 45, vijfde lid, van de Politiewet 1993 heeft de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven dat het stellen van regels omtrent het vermogen van de politiekorpsen niet alleen te maken heeft met het actuele vermogen, maar ook met de ontwikkeling van het vermogen op termijn (Handelingen I, 2001-2002, nr. 35, blz. 1727-1733). De personeelskosten zijn met die ontwikkeling evident verbonden; zij beïnvloeden de mogelijkheid tot het vormen van vermogen immers aanzienlijk. Omwille van de duidelijkheid is de opmerking van de Raad echter overgenomen. Het ontwerpbesluit is thans mede gebaseerd op artikel 45, eerste lid, van de Politiewet 1993. In de nota van toelichting wordt hierop ingegaan. Voorts is in artikel II, onderdeel B, van het besluit verduidelijkt dat de hier bedoelde bijdrage een aanvullende bijdrage betreft; dit heeft tot een nadere technische aanpassing van de grondslag geleid.

2. Ten aanzien van de opmerking van de Raad dat gemotiveerd dient te worden waarom de wijzigingsbevoegdheid inzake de voorlopig vastgestelde bijdrage niet wordt beperkt tot wijzigingen die verband houden met wijzigingen in "de desbetreffende post uit Hoofdstuk VII van de rijksbegroting en de daarbij behorende meerjarenraming" merk ik het volgende op. De huidige redactie van artikel 2, vijfde en zesde lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen heeft betrekking op het bijstellen van de voorlopig vastgestelde algemene bijdrage als gevolg van loon- en prijsmutaties en als gevolg van andere wijzigingen die leiden tot wijziging in de desbetreffende post uit Hoofdstuk VII van de rijksbegroting en de daarbij behorende meerjarenraming.
Artikel 2, vijfde lid wordt gewijzigd omdat er in de praktijk ook andere mutaties zijn dan de mutaties op Hoofdstuk VII van de rijksbegroting die tot wijziging in de voorlopig vastgestelde bijdrage kunnen leiden. Hierbij kan met name worden gedacht aan het toekennen van een aanvullende bijdrage aan een politiekorps op grond van artikel 4 of het nieuwe artikel 4a van het Besluit financiën regionale politiekorpsen (Bfrp). Een dergelijke bijdrage kan worden toegekend aan korpsen met financiële problemen of aan korpsen die niet voldoen aan de regels die worden gesteld ten aanzien van het vermogen.
Aangezien een aanvullende bijdrage ten laste komt van het totaal beschikbare budget voor de politiekorpsen, zal een toekenning op grond van artikel 4 of 4a van het Bfrp derhalve tot een wijziging van de algemene bijdrage als bedoeld in artikel 2 van het Bfrp aan alle korpsen leiden. Het totaalbedrag dat beschikbaar is voor de politiekorpsen op de desbetreffende post van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting ondergaat echter geen wijziging. Overigens vindt de toekenning van een aanvullende bijdrage pas plaats nadat een zorgvuldige bestuurlijke procedure is doorlopen.Tot deze procedure behoort onder meer dat voorafgaand aan de toekenning van een aanvullende bijdrage regelmatig overleg met het korps zal worden gevoerd, waarbij het korps in de gelegenheid wordt gesteld zelf verbetering in de geconstateerde situatie aan te brengen. Bovendien zal gedurende deze procedure zonodig preventief toezicht op de begroting worden ingesteld.
Daarnaast heeft in het kader van de zogenoemde VBTB-operatie een bundeling van begrotingsposten plaatsgevonden, waardoor de algemene bijdrage niet langer als afzonderlijke post op de begroting voorkomt, maar een onderdeel van een begrotingspost vormt. Een wijziging in deze begrotingspost hoeft derhalve geen betrekking te hebben op een wijziging van het bedrag dat voor de algemene bijdrage beschikbaar is. In de Nota van toelichting is een en ander verduidelijkt.
Gelet op het bovenstaande heb ik besloten de opmerking van de Raad niet over te nemen.
De Raad van State heeft geadviseerd een redactionele wijziging aan te brengen in het voorgestelde artikel 4a, derde lid, onder a, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen.
Met het voorgestelde lid van artikel 4a wordt gedoeld op de situatie dat ter verbetering van de financiële positie van een politiekorps voor een bepaalde periode een bijdrage is verleend. Indien tijdens of na afloop van deze periode blijkt dat gedurende de periode waarvoor de bijdrage is verleend, de financiële situatie van een korps door andere omstandigheden dan de bijdrage van het rijk zodanig wijzigt of is gewijzigd dat alsnog wordt voldaan aan de waarden die voor de indicatoren zijn gesteld, is het van belang dat de mogelijkheid bestaat de toegekende bijdrage te verminderen, in te trekken dan wel geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Indien deze mogelijkheid niet zou bestaan, zou een bijdrage die achteraf gezien geheel of gedeeltelijk ten onrechte is verleend, niet kunnen worden bijgesteld of teruggevorderd. Deze situatie moet als ongewenst worden gekenschetst met het oog op het feit dat de bijdrage beperkt dient te worden tot hetgeen noodzakelijk is om de waarden binnen de toegestane bandbreedten te bereiken. Een tweede argument hiervoor is dat de bijdrage in mindering wordt gebracht op het totale budget dat voor de politiezorg beschikbaar is en derhalve ten laste van alle andere politiekorpsen wordt gebracht.
Met de door de Raad van State in overweging gegeven redactionele wijziging zou juist het tegenovergestelde worden bereikt van hetgeen wordt beoogd met het voorgestelde artikel 4a, derde lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen. Gelet op de bedoelde strekking van de oorspronkelijk voorgestelde tekst heb ik besloten de voorgestelde wijziging niet over te nemen.

Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister van Financiën, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties



(1) Voorgestelde artikelen 4a en 13a van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen (artikel I, onderdelen B en E, van het ontwerpbesluit).
(2) Voorgesteld artikel 2, zesde lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen (artikel II, onderdeel A, van het ontwerpbesluit).
(3) Toelichting op artikel I, bij de artikelen 4a en 13a, onder "Indicator personele lasten".
(4) Voorgesteld artikel 2, vijfde lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen (artikel II, onderdeel A, van het ontwerpbesluit).
(5) Artikel 2, vijfde en zesde lid, van het Besluit financiën regionale politiekorpsen.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon