Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W03.02.0403/I/K

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot uitvoering van artikel 13, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Besluit bericht omtrent toelating).

Kenmerk
W03.02.0403/I/K
Datum advies
12 november 2002
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 8 april 2003, nr 69
  • Justitie en Veiligheid
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot uitvoering van artikel 13, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Besluit bericht omtrent toelating).

Bij Kabinetsmissive van 18 september 2002, no.02.004309, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot uitvoering van artikel 13, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Besluit bericht omtrent toelating).

Artikel 13, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: de rijkswet) schrijft voor dat bij algemene maatregel van rijksbestuur regels worden gesteld betreffende het bewijs van toelating tot één van de landen van het Koninkrijk. Het ontwerpbesluit bevat deze regels. Het bepaalt voor de drie landen welke ministers de autoriteiten en ambtenaren aanwijzen die bevoegd zijn tot het afgeven van berichten omtrent toelating, het schrijft voor wat het bericht omtrent toelating dient te vermelden en het bevat een bepaling van subdelegatie.
De Raad van State van het Koninkrijk adviseert tot enkele wijzigingen.

1. Artikel 1: "Onze Minister"

a. Artikel 1 wijst als "Onze Minister" aan: "Onze Minister van Justitie van het Koninkrijk". De toelichting bij artikel 1 van het ontwerpbesluit meldt dat de vraag of de voorgestelde definitie van "Onze Minister" juist is, onderwerp is van een voorstel tot wijziging van de rijkswet. Over dit wetsvoorstel brengt de Raad vandaag eveneens advies uit.(zie noot 1) Daarin wijst de Raad erop dat de ministers in de raad van ministers van het Koninkrijk niet in die hoedanigheid worden benoemd. De Koning benoemt echter de ministers van het land Nederland.(zie noot 2) Ingevolge artikel 7 van het Statuut worden deze ministers door hun benoeming tevens lid van de raad van ministers van het Koninkrijk. Daaruit volgt dat het begrip "Onze Minister" in rijkswetten en in algemene maatregel van rijksbestuur, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, altijd onze minister in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk is. Strikt genomen is een toevoeging in rijkswetten en in algemene maatregelen van rijksbestuur dan ook niet nodig. Als bij de gelijktijdige uitvoering van verschillende wetten of algemene maatregelen van bestuur de minister in verschillende hoedanigheden zou optreden, dan verdient het de voorkeur om, behalve door verwijzing naar de rijkswet of algemene maatregel van rijksbestuur, respectievelijk de Nederlandse wet of algemene maatregel van bestuur, de toevoeging "in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk" te gebruiken, om zo verwarring te voorkomen.
De Raad adviseert in het ontwerpbesluit dezelfde formulering te gebruiken als in de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).

2. "Bewijs van toelating"
Met betrekking tot de regeling van het bericht van toelating wijst de Raad op de volgende punten.

a. Het ontwerpbesluit berust voor het merendeel op artikel 13, tweede lid, RWN. Daarin is sprake van het geven van regelen "betreffende het bewijs van toelating tot één van de landen van het Koninkrijk" (cursivering toegevoegd).
Het voorliggende ontwerpbesluit spreekt echter van "bericht van toelating", en volgt daarmee niet de terminologie van de rijkswet. Om misverstand over de vraag of het ontwerpbesluit wel kan worden gebaseerd op de RWN te voorkomen, verdient het aanbeveling de wettelijke terminologie te volgen; aldus ook Aanwijzing 55 van de aanwijzingen voor de regelgeving.

b. De voorgestelde regeling, in het bijzonder artikel 3, kan de indruk wekken dat het "bericht" een op rechtsgevolg gerichte rechtshandeling inhoudt en daarmee een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit vormt.
Het gaat echter om een mededeling waarmee de mededelende autoriteit het vragende orgaan desverzocht op de hoogte stelt van wat het weet over de toelating van een vreemdeling; dat blijkt voldoende uit de artikelen 4 en 5, en dat lijkt ook in overeenstemming met de bedoeling van de RWN. Daarom kan artikel 3 beter worden geschrapt.

De Raad adviseert, de term "bewijs van toelating" te gebruiken en artikel 3 te laten vervallen.

3. Artikel 5: de inhoud van het bericht omtrent toelating
Artikel 5, eerste lid, somt op wat het bericht van toelating dient te vermelden. De toelichting besteedt geen aandacht aan de vraag of de uitvoerende instanties op de Nederlandse Antillen en Aruba wel beschikken over de vereiste gegevens. Het is niet uitgesloten dat bestaande regelingen zullen moeten worden aangepast. De Raad adviseert in de toelichting hieraan aandacht te schenken.

4. Artikel 6
Artikel 13, tweede lid, RWN voorziet niet in de mogelijkheid van subdelegatie. De nota van toelichting verwijst voor de grondslag van artikel 6 van het ontwerpbesluit, dat de mogelijkheid biedt tot nadere regeling bij ministeriële regeling, dan ook naar het algemene artikel 23 RWN, dat wél een mogelijkheid tot subdelegatie kent.
Naar het oordeel van de Raad kan artikel 6 van het ontwerpbesluit, dat ook de figuur van het bewijs (het bericht) van toelating betreft, net als de rest van het ontwerpbesluit, niet worden gebaseerd op artikel 23 van de wet: nu artikel 13, tweede lid, een specifieke - maar beperkte - grondslag biedt voor regeling bij algemene maatregel van rijksbestuur, is artikel 23 niet meer van toepassing; ware het anders, dan zou het verschil in formulering tussen de twee bepalingen geen gevolg hebben.
Daarom adviseert de Raad artikel 6 te laten vervallen en in de aanhef van het ontwerpbesluit de verwijzing naar artikel 23 RWN te schrappen.

De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk



Nader rapport (reactie op het advies) van 13 maart 2003


1. Het advies van de Raad om in artikel 1 van dit ontwerpbesluit dezelfde formulering te gebruiken als in de Rijkswet op het Nederlanderschap wordt onderschreven. Zodra het wetsontwerp tot wijziging van deze Rijkswet, waarover de Raad eveneens op 12 november 2002 onder nr. W03.02.0405/I/K, heeft geadviseerd, zal zijn aanvaard en artikel 1, eerste lid onder a, van deze Rijkswet een gewijzigde formulering bevat, zal worden voorgesteld artikel 1 van dit besluit aan te passen.

2a. Het ontwerpbesluit berust enerzijds op artikel 13, tweede lid, van de Rijkswet, anderzijds op artikel 23 van deze wet. Het bericht omtrent toelating informeert de ambtenaar belast met de behandeling van een optieverklaring of naturalisatieverzoek over de verblijfsrechtelijke positie van de optant of naturalisandus. Het is als zodanig ook een onderdeel van de bewijsvoering van de optant of naturalisandus. Deze ontleent immers het bewijs van zijn toelating, althans een deel daarvan, aan de inhoud van het bericht omtrent toelating. Zo nodig moet en kan hij op een andere wijze aanvullend bewijs leveren. Het bericht omtrent toelating is anderzijds een ondersteuning van de autoriteit of ambtenaar die het optie- of naturalisatiedossier behandelt. Deze tweeledige betekenis van het bericht berust dan ook op beide genoemde rechtsgrondslagen.

2b. De opmerking van de Raad dat de formulering van artikel 3 de indruk kan wekken dat het bericht omtrent toelating een op een rechtsgevolg gerichte rechtshandeling zou zijn, is juist. Omdat artikel 3 beoogt de functie van het bericht omtrent toelating te beschrijven, is de formulering ervan aangepast.

3. De opmerking van de Raad bij artikel 5 geeft mij aanleiding de aanhef van dit artikel zodanig aan te passen, dat de in dat artikel gevraagde gegevens alleen verschaft behoeven te worden voor zover zulks mogelijk is. In de nota van toelichting is aan dit punt nader aandacht besteed.

4. Zoals hierboven aangegeven, heeft het bericht omtrent toelating zowel een functie bij het bewijs van toelating van de optant of naturalisandus als een administratieve functie bij de behandeling van het optie- of naturalisatiedossier. Zoals de Raad heeft aangegeven voorziet artikel 13 van de Rijkswet niet in subdelegatie. Om die reden is artikel 6 zodanig gewijzigd dat daaromtrent geen misverstand kan bestaan.

5. De bepaling ontrent de inwerkingtreding is aangepast, nu deze algemene maatregel van rijksbestuur direct samenhangt met het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie



(1) No.W03.02.0405/I/K. Rijkswet tot aanpassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap, mede in verband met de totstandkoming van de Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap.
(2) Grondwet, artikel 43.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon