Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W09.04.0612/V

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet Luchtvaart ter implementatie van richtlijn nr. 2003/42/EG inzake melding van voorvallen in de burgerluchtvaart, met memorie van toelichting.

Kenmerk
W09.04.0612/V
Datum advies
6 januari 2005
Vindplaats
Kamerstukken II 2004/05, 29 977, nr.5
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet tot wijziging van de Wet Luchtvaart ter implementatie van richtlijn nr. 2003/42/EG inzake melding van voorvallen in de burgerluchtvaart, met memorie van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 21 december 2004, no.04.004788, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet Luchtvaart ter implementatie van richtlijn nr. 2003/42/EG inzake melding van voorvallen in de burgerluchtvaart, met memorie van toelichting.

Dit wetsvoorstel dient ter implementatie van richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2003 inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart.(zie noot 1) Bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen personen worden verplicht om 'voorvallen' te melden aan de Minister van Verkeer en Waterstaat. Het gaat daarbij om situaties of mankementen die de vliegveiligheid hebben beïnvloed of hebben kunnen beïnvloeden, maar die niet hebben geleid tot een ongeval of ernstig incident in de zin van de Wet Raad voor de Transportveiligheid.(zie noot 2)
De Raad van State onderschrijft de strekking van het voorstel van wet, maar plaatst daarbij de volgende kanttekening.

1. In de toelichting op artikel I, onderdeel B (het voorgestelde artikel 7.1), wordt opgemerkt dat uit overleg met de Europese Commissie is gebleken dat het mogelijk is dat de melder bij het doorgeven van de melding gebruik maakt van de infrastructuur van het bedrijf waar hij werkzaam is. Daarbij fungeert het bedrijf als postbus voor het doorgeleiden van de melding, aldus de toelichting; de werknemer blijft verantwoordelijk voor de melding die zuiver moet worden doorgegeven door het bedrijf. Onmiddellijk daarna wordt echter opgemerkt dat melden via het bedrijf naar verwachting een groot aantal oneigenlijke meldingen kan voorkomen, doordat bedrijven nu al beschikken over een intern meldingsysteem waarmee expertise is ontwikkeld in het onderscheiden van meldplichtige zaken.
Deze laatste passage impliceert dat de verwachting is dat de betrokken bedrijven (of andere organisaties) wel degelijk een inhoudelijke rol gaan spelen bij het beoordelen van meldingen die afkomstig zijn van hun medewerkers: kennelijk vormt in deze gevallen het bedrijf zich een oordeel of het betrokken feit of de betrokken situatie inderdaad gemeld moet worden bij de minister, of dat het zijns inziens gaat om een "oneigenlijke melding". Onder die omstandigheden is er geen
sprake van dat de melding "zuiver wordt doorgegeven" door het bedrijf. Overigens wordt ook niet duidelijk op grond waarvan het bedrijf de melding "moet" doorgeven, zoals de memorie van toelichting vermeldt. De verwijzing in de toelichting naar het overleg met de Europese Commissie acht de Raad wat dit betreft onvoldoende.
De Raad wijst erop dat de richtlijn de verantwoordelijkheid voor het doen van een melding bij de in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn opgesomde personen legt, en geen rol heeft toebedeeld aan de bedrijven waarbij zij werkzaam zijn. Een inhoudelijke bemoeienis van die bedrijven is daarom niet wenselijk, en kan bovendien voor de werknemer onduidelijkheid creëren omtrent zijn verplichtingen en verantwoordelijkheden. Uiteindelijk kan hij immers worden aangesproken op het voldoen aan de meldingsplicht aan de minister, waarbij hem eventueel een boete kan worden opgelegd.
De Raad adviseert om, tegen de hier geschetste achtergrond, de hierboven gesignaleerde tegenstrijdigheid tussen de aangehaalde passages in de memorie van toelichting weg te nemen.

2. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W09.04.0612/V met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

- De Wet Raad voor de Transportveiligheid wordt per 1 februari 2005 vervangen door de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid; de nieuwe Raad wordt op 2 februari geïnstalleerd. De memorie van toelichting dienaangaande actualiseren.



Nader rapport (reactie op het advies) van 25 januari 2005

De Raad van State kan zich met het voorstel van wet verenigen en geeft u in overweging het voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden, nadat aan zijn advies aandacht zal zijn geschonken.

1. Doorgeven van meldingen via de infrastructuur van het bedrijf.
De Raad van State benadrukt terecht dat de richtlijn de verantwoordelijkheid voor het doen van een melding bij de in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn opgesomde personen legt en dat inhoudelijke bemoeienis van bedrijven bij het doorgeven van de melding niet geoorloofd is. De Raad maakt deze opmerkingen naar aanleiding van het feit dat in de memorie van toelichting wordt verwezen naar de mogelijkheid meldingen via de infrastructuur van bedrijven te doen waar de melder werkzaam is. De desbetreffende passage in de memorie van toelichting zag echter uitsluitend op de feitelijke verzending van de melding. Daarmee werd niet beoogd bedrijven als tussenpersoon de ruimte te geven een inhoudelijke schifting te maken bij het doorgeven van de melding. Om zuiver pragmatische redenen is het namelijk denkbaar dat de melder naast de gebruikelijke manieren van verzending tevens kan kiezen voor het doorgeven van de melding via de infrastructuur van het bedrijf waar hij werkzaam is. Het bedrijfssysteem fungeert dan de facto als postbus voor het doorgeleiden van de melding. Bedrijven beschikken veelal reeds over een goed ontwikkelde infrastructuur voor het doorgeven van meldingen. Voor individuele werknemers kan het gebruik maken van dergelijke bestaande netwerken om praktische redenen nuttig zijn wanneer ze daarmee de melding sneller en met minder administratieve lasten kunnen doorgeven. Echter, wanneer een werknemer ervoor kiest via het netwerk van zijn bedrijf een voorval te melden blijft hij verantwoordelijk voor de melding.
Op grond van artikel 7.1, derde lid, van het wetsvoorstel worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld voor meldingen. Een dergelijke regeling vormt het geëigende kader voor het uitwerken van regels omtrent de verzending van de melding. Met het oog hierop is bij nader inzien besloten de desbetreffende passage uit de memorie van toelichting te schrappen en bij de ministeriële regeling nader in te gaan op de mogelijkheden en voorwaarden voor bovenbedoelde verzending van de melding via bestaande bedrijfssystemen. Daarbij zal aandacht worden geschonken aan de door de Raad gemaakte kanttekeningen.

2. Redactionele opmerking
De redactionele opmerking van de Raad is in de memorie van toelichting verwerkt.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Verkeer en Waterstaat



(1) PbEG L 167.
(2) Artikel 1, eerste lid, Wet Raad voor de Transportveiligheid.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon