Ontwerpbesluit houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W13.03.0506/III
- Datum advies
- 11 december 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel staatscourant 13 januari 2004, nr 7
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 8 december 2003, no.03.005058 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit beoogt uitvoering te geven aan artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt de volgende kanttekening met betrekking tot de relatie met het Europees recht en de mogelijkheden van handhaving.
1. Het ontwerpbesluit strekt ertoe ruimten aan te wijzen waarop de verplichting, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet niet geldt. Voor deze ruimten behoeft de werkgever niet zodanige maatregelen te treffen dat werknemers hun werk in een volledig rookvrije ruimte kunnen verrichten.
Het ontwerpbesluit hangt nauw samen met het ontwerpbesluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer(zie noot 1), dat uitzonderingen bevat op de verplichting in artikel 11a, tweede lid, van de Tabakswet in het kader van de bescherming van de reiziger. Deze uitzonderingen zijn ingegeven door het feit dat exploitanten van middelen van personenvervoer niet in alle gevallen zodanige maatregelen kunnen treffen dat passagiers geen hinder of overlast van roken door anderen zullen ondervinden.
Op grond van artikel 3, onderdeel d, van het ontwerpbesluit is een uitzondering opgenomen voor middelen van personenvervoer waarvan de exploitatie berust bij een internationaal samenwerkingsverband of een buitenlands vervoerder en die enkel worden ingezet voor landsgrensoverschrijdend personenvervoer. Voor werknemers die uit de aard van hun functie genoodzaakt zijn om werkzaamheden te verrichten in deze middelen voor personenvervoer (conducteurs en machinisten) behoeft niet te worden voorzien in een rookvrije werkplek.
De Raad is van oordeel dat de formulering van deze uitzondering en in het bijzonder de zinsnede "en die enkel worden ingezet voor landsgrensoverschrijdend personenvervoer" vragen oproept, die niet voldoende door de toelichting worden weggenomen.
De toelichting bij het Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer, die een zelfde uitzondering bevat, merkt op dat deze passage is toegevoegd om er voor te
zorgen dat genoemde exploitanten, indien zij zouden overgaan tot het inzetten van de vervoermiddelen op enkel binnenlandse trajecten of op een mix van binnenlandse en grensoverschrijdende trajecten, gehouden zijn maatregelen te treffen voor rookvrij vervoer.
Allereerst betekent dit dat het begrip "landsgrensoverschrijdend" zowel vanuit Nederland als vanuit het buitenland moet worden gezien. Daarbij wordt er echter aan voorbijgegaan dat zowel in geval van een samenwerkingsverband als in geval waarin sprake is van een buitenlandse onderneming geen verplichting kan worden opgelegd ten aanzien van buitenlandse werknemers, in dienst van een buitenlandse onderneming voorzover de trein of bus zich in het buitenland bevindt.
Bij de behandeling van het Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer in de vaste kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport(zie noot 2) is aan de orde geweest, dat op het punt van de bescherming van niet-rokers tegen tabaksrook geen Europese regels(zie noot 3) bestaan. In dat verband is echter niet duidelijk geworden hoe het hier bedoelde probleem zal worden ondervangen.
Voorts is in de toelichting niet duidelijk gemaakt op welke wijze dit voorschrift kan worden gehandhaafd en hoe hieraan in de praktijk uitvoering zal worden gegeven. Vervoerders zullen immers moeten kunnen aantonen dat bepaalde vervoermiddelen (zullen) worden ingezet ten behoeve van uitsluitend grensoverschrijdend personenvervoer.
De Raad adviseert de toelichting zowel wat de Europese aspecten betreft als ook op het onderdeel van de handhaving aan te vullen.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 11 december 2003, no. W13.03.0506/III met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel 2, onderdeel f, "en" wijzigen in "dan wel" (niet cumulatief bedoeld).
- In de toelichting op artikel 2, onderdeel a, de verwijzing naar jurisprudentie in het algemeen corrigeren door de vindplaats te vermelden. Voorts deze zelfde passage actualiseren voorzover het betreft de uitwerking van het stappenplan van de zijde van de Koninklijke Horeca Nederland en zo nodig de tekst van het ontwerpbesluit aanpassen overeenkomstig gedane toezeggingen.(zie noot 4)
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 december 2003
De Raad onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een enkele opmerking, waarop hieronder puntsgewijs zal worden ingegaan.
1. De opmerking van de Raad berust op de lezing dat het begrip 'Iandgrensoverschrijdend' gezien moet worden zowel vanuit Nederland als vanuit het buitenland. Die lezing lijkt mij evenwel minder juist als gevraagd zou worden naar de reikwijdte en de territoriale werking van de hier aan de orde zijnde rechten en de uitzonderingen daarop. De Tabakswet beoogt werknemers een rookvrije werkplek te bieden. Dat wettelijk recht geldt alleen in Nederland voor de in Nederland werkzame werknemers. Het besluit regelt slechts een uitzondering op dat recht op een rookvrije werkplek. Noch de Tabakswet, noch het daarop gebaseerde besluit beoogt extraterritoriaal te werken in de zin dat het voor in het buitenland werkzame werknemers rechten tracht te creëren of te beperken. Om een en ander te verduidelijken is de toelichting aangevuld met een passage van die strekking. Het gebruik van het woord 'enkel' geeft aan dat de uitzondering op het recht op een rookvrije werkplek slechts geldt voor exclusief op het buitenland reizende vervoermiddelen. Bij afwisselend gebruik op binnenlandse en internationa!e trajecten zou het roken op de internationale trajecten overlast meebrengen doordat tabaksrook blijft hangen. Ook dat blijft echter gelden dat er pas sprake is van een overtreding als op Nederlands grondgebied geconstateerd wordt men niet zander hinder of last van tabaksrook kan werken (of reizen). De opmerking van de Raad ten aanzien van het voorschrift met betrekking tot het aantonen van het grensoverschrijdend karakter van het personenvervoer hebben geleld tot aanpassing van de toelichting.
2. Aan de twee redactionele kanttekeningen van de Raad is aandacht geschonken.
Los van het advies van de Raad zijn de speelautomatenhallen ingevoegd bij het besluit. De toelichting is op dit punt aangepast.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Ontwerpbesluit houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer).
(2) Kamerstukken II 2003/04, 29 200, XVI, nr.26.
(3) Wel is er een Raadsaanbeveling van de Europese Gezondheidsraad inzake de preventie van roken en initiatieven ter verbetering van de bestrijding van het tabaksgebruik. De Tabakswet voldoet aan deze Raadsaanbeveling.
(4) Kamerstukken II 2003/04, 29 200, XVI, nr.25, blz.13.
Het ontwerpbesluit beoogt uitvoering te geven aan artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt de volgende kanttekening met betrekking tot de relatie met het Europees recht en de mogelijkheden van handhaving.
1. Het ontwerpbesluit strekt ertoe ruimten aan te wijzen waarop de verplichting, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet niet geldt. Voor deze ruimten behoeft de werkgever niet zodanige maatregelen te treffen dat werknemers hun werk in een volledig rookvrije ruimte kunnen verrichten.
Het ontwerpbesluit hangt nauw samen met het ontwerpbesluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer(zie noot 1), dat uitzonderingen bevat op de verplichting in artikel 11a, tweede lid, van de Tabakswet in het kader van de bescherming van de reiziger. Deze uitzonderingen zijn ingegeven door het feit dat exploitanten van middelen van personenvervoer niet in alle gevallen zodanige maatregelen kunnen treffen dat passagiers geen hinder of overlast van roken door anderen zullen ondervinden.
Op grond van artikel 3, onderdeel d, van het ontwerpbesluit is een uitzondering opgenomen voor middelen van personenvervoer waarvan de exploitatie berust bij een internationaal samenwerkingsverband of een buitenlands vervoerder en die enkel worden ingezet voor landsgrensoverschrijdend personenvervoer. Voor werknemers die uit de aard van hun functie genoodzaakt zijn om werkzaamheden te verrichten in deze middelen voor personenvervoer (conducteurs en machinisten) behoeft niet te worden voorzien in een rookvrije werkplek.
De Raad is van oordeel dat de formulering van deze uitzondering en in het bijzonder de zinsnede "en die enkel worden ingezet voor landsgrensoverschrijdend personenvervoer" vragen oproept, die niet voldoende door de toelichting worden weggenomen.
De toelichting bij het Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer, die een zelfde uitzondering bevat, merkt op dat deze passage is toegevoegd om er voor te
zorgen dat genoemde exploitanten, indien zij zouden overgaan tot het inzetten van de vervoermiddelen op enkel binnenlandse trajecten of op een mix van binnenlandse en grensoverschrijdende trajecten, gehouden zijn maatregelen te treffen voor rookvrij vervoer.
Allereerst betekent dit dat het begrip "landsgrensoverschrijdend" zowel vanuit Nederland als vanuit het buitenland moet worden gezien. Daarbij wordt er echter aan voorbijgegaan dat zowel in geval van een samenwerkingsverband als in geval waarin sprake is van een buitenlandse onderneming geen verplichting kan worden opgelegd ten aanzien van buitenlandse werknemers, in dienst van een buitenlandse onderneming voorzover de trein of bus zich in het buitenland bevindt.
Bij de behandeling van het Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer in de vaste kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport(zie noot 2) is aan de orde geweest, dat op het punt van de bescherming van niet-rokers tegen tabaksrook geen Europese regels(zie noot 3) bestaan. In dat verband is echter niet duidelijk geworden hoe het hier bedoelde probleem zal worden ondervangen.
Voorts is in de toelichting niet duidelijk gemaakt op welke wijze dit voorschrift kan worden gehandhaafd en hoe hieraan in de praktijk uitvoering zal worden gegeven. Vervoerders zullen immers moeten kunnen aantonen dat bepaalde vervoermiddelen (zullen) worden ingezet ten behoeve van uitsluitend grensoverschrijdend personenvervoer.
De Raad adviseert de toelichting zowel wat de Europese aspecten betreft als ook op het onderdeel van de handhaving aan te vullen.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 11 december 2003, no. W13.03.0506/III met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In artikel 2, onderdeel f, "en" wijzigen in "dan wel" (niet cumulatief bedoeld).
- In de toelichting op artikel 2, onderdeel a, de verwijzing naar jurisprudentie in het algemeen corrigeren door de vindplaats te vermelden. Voorts deze zelfde passage actualiseren voorzover het betreft de uitwerking van het stappenplan van de zijde van de Koninklijke Horeca Nederland en zo nodig de tekst van het ontwerpbesluit aanpassen overeenkomstig gedane toezeggingen.(zie noot 4)
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 december 2003
De Raad onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een enkele opmerking, waarop hieronder puntsgewijs zal worden ingegaan.
1. De opmerking van de Raad berust op de lezing dat het begrip 'Iandgrensoverschrijdend' gezien moet worden zowel vanuit Nederland als vanuit het buitenland. Die lezing lijkt mij evenwel minder juist als gevraagd zou worden naar de reikwijdte en de territoriale werking van de hier aan de orde zijnde rechten en de uitzonderingen daarop. De Tabakswet beoogt werknemers een rookvrije werkplek te bieden. Dat wettelijk recht geldt alleen in Nederland voor de in Nederland werkzame werknemers. Het besluit regelt slechts een uitzondering op dat recht op een rookvrije werkplek. Noch de Tabakswet, noch het daarop gebaseerde besluit beoogt extraterritoriaal te werken in de zin dat het voor in het buitenland werkzame werknemers rechten tracht te creëren of te beperken. Om een en ander te verduidelijken is de toelichting aangevuld met een passage van die strekking. Het gebruik van het woord 'enkel' geeft aan dat de uitzondering op het recht op een rookvrije werkplek slechts geldt voor exclusief op het buitenland reizende vervoermiddelen. Bij afwisselend gebruik op binnenlandse en internationa!e trajecten zou het roken op de internationale trajecten overlast meebrengen doordat tabaksrook blijft hangen. Ook dat blijft echter gelden dat er pas sprake is van een overtreding als op Nederlands grondgebied geconstateerd wordt men niet zander hinder of last van tabaksrook kan werken (of reizen). De opmerking van de Raad ten aanzien van het voorschrift met betrekking tot het aantonen van het grensoverschrijdend karakter van het personenvervoer hebben geleld tot aanpassing van de toelichting.
2. Aan de twee redactionele kanttekeningen van de Raad is aandacht geschonken.
Los van het advies van de Raad zijn de speelautomatenhallen ingevoegd bij het besluit. De toelichting is op dit punt aangepast.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Ontwerpbesluit houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer).
(2) Kamerstukken II 2003/04, 29 200, XVI, nr.26.
(3) Wel is er een Raadsaanbeveling van de Europese Gezondheidsraad inzake de preventie van roken en initiatieven ter verbetering van de bestrijding van het tabaksgebruik. De Tabakswet voldoet aan deze Raadsaanbeveling.
(4) Kamerstukken II 2003/04, 29 200, XVI, nr.25, blz.13.