Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer).
- Kenmerk
- W13.03.0503/III
- Datum advies
- 11 december 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 13 januari 2004, nr 7
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer).
Bij Kabinetsmissive van 8 december 2003, no.03.005059, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrij personenvervoer).
Het ontwerpbesluit beoogt uitvoering te geven aan artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt de volgende kanttekening met betrekking tot de mogelijkheden van handhaving.
1. Het ontwerpbesluit bevat uitzonderingen op de verplichting in artikel 11a, tweede lid, van de Tabakswet in het kader van de bescherming van de reiziger. Deze uitzonderingen zijn ingegeven door het feit dat exploitanten van middelen van personenvervoer niet in alle gevallen zodanige maatregelen kunnen treffen dat passagiers geen hinder of overlast van roken door anderen zullen ondervinden.
Het ontwerpbesluit hangt nauw samen met het ontwerpbesluit uitzonderingen rookvrije werkplek(zie noot 1), waarin ruimten worden aangewezen waarop de verplichting, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet niet geldt. Voor deze ruimten behoeft de werkgever niet zodanige maatregelen te treffen dat werknemers hun werk in een volledig rookvrije ruimte kunnen verrichten.
In artikel 1, aanhef en onderdeel a, van het ontwerpbesluit is een uitzondering opgenomen voor middelen van personenvervoer waarvan de exploitatie berust bij een internationaal samenwerkingsverband of een buitenlands vervoerder en die enkel worden ingezet voor landsgrensoverschrijdend personenvervoer.
De Raad is van oordeel dat de formulering van deze uitzondering en in het bijzonder de zinsnede "en die enkel worden ingezet voor landsgrensoverschrijdend personenvervoer" vragen oproept, die niet voldoende door de toelichting worden weggenomen.
De toelichting bij het ontwerpbesluit merkt op dat deze passage is toegevoegd om er voor te zorgen dat genoemde exploitanten, indien zij zouden overgaan tot het inzetten van de vervoermiddelen op enkel binnenlandse trajecten of op een mix van binnenlandse en grensoverschrijdende trajecten, gehouden zijn maatregelen te treffen voor rookvrij vervoer.
In de toelichting is niet duidelijk gemaakt op welke wijze dit voorschrift kan worden gehandhaafd en hoe hieraan in de praktijk uitvoering zal worden gegeven. Vervoerders (binnenlandse en buitenlandse) zullen immers moeten kunnen aantonen dat bepaalde vervoermiddelen (zullen) worden ingezet ten behoeve van uitsluitend grensoverschrijdend personenvervoer.
Ook uit de behandeling van het ontwerpbesluit in de vaste kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport(zie noot 2) blijkt niet hoe het hier bedoelde probleem zal worden ondervangen.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 december 2003
Op basis van de opmerking van de Raad over het vaststellen van het grensoverschrijdend karakter van een middel van personenvervoer is de toelichting aangepast.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Ontwerpbesluit houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek (no.W13.03.0506/III)).
(2) Kamerstukken II 2003/04, 29 200, XVI, nr.26.
Het ontwerpbesluit beoogt uitvoering te geven aan artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet. De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt de volgende kanttekening met betrekking tot de mogelijkheden van handhaving.
1. Het ontwerpbesluit bevat uitzonderingen op de verplichting in artikel 11a, tweede lid, van de Tabakswet in het kader van de bescherming van de reiziger. Deze uitzonderingen zijn ingegeven door het feit dat exploitanten van middelen van personenvervoer niet in alle gevallen zodanige maatregelen kunnen treffen dat passagiers geen hinder of overlast van roken door anderen zullen ondervinden.
Het ontwerpbesluit hangt nauw samen met het ontwerpbesluit uitzonderingen rookvrije werkplek(zie noot 1), waarin ruimten worden aangewezen waarop de verplichting, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet niet geldt. Voor deze ruimten behoeft de werkgever niet zodanige maatregelen te treffen dat werknemers hun werk in een volledig rookvrije ruimte kunnen verrichten.
In artikel 1, aanhef en onderdeel a, van het ontwerpbesluit is een uitzondering opgenomen voor middelen van personenvervoer waarvan de exploitatie berust bij een internationaal samenwerkingsverband of een buitenlands vervoerder en die enkel worden ingezet voor landsgrensoverschrijdend personenvervoer.
De Raad is van oordeel dat de formulering van deze uitzondering en in het bijzonder de zinsnede "en die enkel worden ingezet voor landsgrensoverschrijdend personenvervoer" vragen oproept, die niet voldoende door de toelichting worden weggenomen.
De toelichting bij het ontwerpbesluit merkt op dat deze passage is toegevoegd om er voor te zorgen dat genoemde exploitanten, indien zij zouden overgaan tot het inzetten van de vervoermiddelen op enkel binnenlandse trajecten of op een mix van binnenlandse en grensoverschrijdende trajecten, gehouden zijn maatregelen te treffen voor rookvrij vervoer.
In de toelichting is niet duidelijk gemaakt op welke wijze dit voorschrift kan worden gehandhaafd en hoe hieraan in de praktijk uitvoering zal worden gegeven. Vervoerders (binnenlandse en buitenlandse) zullen immers moeten kunnen aantonen dat bepaalde vervoermiddelen (zullen) worden ingezet ten behoeve van uitsluitend grensoverschrijdend personenvervoer.
Ook uit de behandeling van het ontwerpbesluit in de vaste kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport(zie noot 2) blijkt niet hoe het hier bedoelde probleem zal worden ondervangen.
De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 12 december 2003
Op basis van de opmerking van de Raad over het vaststellen van het grensoverschrijdend karakter van een middel van personenvervoer is de toelichting aangepast.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(1) Ontwerpbesluit houdende uitvoering van artikel 11a, vijfde lid, van de Tabakswet (Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek (no.W13.03.0506/III)).
(2) Kamerstukken II 2003/04, 29 200, XVI, nr.26.