Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een bedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de bosbouw, het bosbeheer en de houtteelt (Instellingsbesluit Bosschap).
- Kenmerk
- W12.02.0573/IV
- Datum advies
- 17 februari 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 8 juli 2003, nr 128
- Sociale zaken en Werkgelegenheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een bedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de bosbouw, het bosbeheer en de houtteelt (Instellingsbesluit Bosschap).
Bij Kabinetsmissive van 24 december 2002, no.02.005900, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting houdende de instelling van een bedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de bosbouw, het bosbeheer en de houtteelt (Instellingsbesluit Bosschap).
In dit ontwerpbesluit wordt het Bosschap, ingesteld bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 20 september 1996 (hierna: verordening SER), opnieuw ingesteld. Dit is nodig op grond van artikel XIV, tweede lid, van de wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten (Wet van 3 april 1999). Dit artikel bepaalt dat uiterlijk binnen vier jaar na inwerkingtreding van die wet (dat was op 1 juli 1999) bedrijfslichamen moeten zijn ingesteld op de in artikel 67 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) voorziene wijze, te weten bij algemene maatregel van bestuur. Dit ontwerpbesluit strekt daartoe.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele opmerkingen over de tekst van het ontwerpbesluit en over de toelichting. De Raad is van oordeel dat in verband daarmee het ontwerpbesluit enige aanpassing behoeft.
1. Artikel 3, tweede lid, onder b
In artikel 3, tweede lid, aanhef onder b, van het ontwerpbesluit is bepaald dat het Bosschap is ingesteld voor bosbouwambachtondernemingen. Dit is een term die niet voor zichzelf spreekt. In de verordening SER die door het ontwerpbesluit wordt vervangen, is in de verordeningstekst zelf gedefinieerd wat onder deze term wordt verstaan. Bij het ontwerpbesluit is die uitleg in de nota van toelichting opgenomen. Het college adviseert in de tekst van het besluit op te nemen wat met bosbouwambachtondernemingen wordt bedoeld.
2. Artikel 5
In artikel 5 van het ontwerpbesluit wordt bepaald over welke onderwerpen het Bosschap regelgevende bevoegdheid heeft. Het uitzonderen van de bevoegdheden genoemd in artikel 93, tweede lid, onder d (de lonen en andere arbeidsvoorwaarden) en onder f (arbeidsmarktvoorzieningen), Wbo, acht de Raad voldoende gemotiveerd. De uitzondering van het onderwerp fondsen en andere instellingen in het belang van de bedrijfsgenoten, wordt niet nader gemotiveerd, terwijl de regelgevende bevoegdheid op dit punt in artikel 93, tweede lid, onder g, Wbo is gegeven.
Het college adviseert genoemde uitzondering nader toe te lichten.
3. Artikel 8
Het voorgestelde artikel 8 bepaalt dat het bij verordening van de SER ingestelde Bosschap als rechtspersoon wordt gehandhaafd. De toelichting op dit artikel stelt dat hierdoor, conform artikel 70A, Wbo de rechten en plichten, waaronder die ten opzichte van het personeel, het beheer van het vermogen en van de archiefbescheiden, afhandeling van procedures en dergelijke bij het opnieuw ingestelde Bosschap gecontinueerd worden. Voorts stelt de toelichting dat hierdoor ook de door het Bosschap vastgestelde verordeningen uiteraard van kracht blijven.
De Raad merkt op dat in de Wbo niet de bevoegdheid is gegeven om bij algemene maatregel van bestuur het voortbestaan van een bedrijfslichaam als rechtspersoon te regelen. In de Wbo is uitsluitend de bevoegdheid tot het instellen (artikel 67 Wbo) en opheffen (artikel 70 Wbo) van een bedrijfslichaam gegeven. Artikel 70A Wbo, voorzover hier van belang, geeft een opsomming van de onderwerpen die bij de instelling van een bedrijfslichaam waarbij een bestaand bedrijfslichaam opnieuw wordt ingesteld expliciet geregeld dienen te worden.
Het college adviseert het voorgestelde artikel 8 te vervangen door een bepaling waarin de in artikel 70A Wbo genoemde onderwerpen expliciet worden geregeld.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 17 februari 2003, no. W12.02.0573/IV, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
Artikel 1: de zinsnede "tot de inwerkingtreding van dit besluit het Bedrijfschap voor de bosbouw en houtteelt" is overbodig, aangezien de begripsbepalingen in dit besluit gelden vanaf de inwerkingtreding van het besluit. Deze zinsnede daarom schrappen.
In artikel 6, eerste lid, de zinsnede "op grond van artikel 5" vervangen door: op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet. Het is de wet die de verordeningsbevoegdheid toekent.
In artikel 7, tweede lid, "Heffingen van de wet" vervangen door: Heffingen.
De datum van inwerkingtreding in artikel 9 in overeenstemming brengen met de datum van vaststelling van het besluit
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 mei 2003
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt enkele opmerkingen over de tekst van het ontwerpbesluit en over de toelichting.
De Raad merkt op dat in het ontwerpbesluit de term "bosbouwambachtondernemingen" niet is gedefinieerd. De Raad adviseert in de tekst van het besluit op te nemen wat met "bosbouwambachtondernemingen" wordt bedoeld. In het besluit is deze definitie alsnog opgenomen.
De Raad merkt op dat het uitzonderen van de bevoegdheid om regels te stellen over fondsen en andere instellingen in het belang van de bedrijfsgenoten niet nader is gemotiveerd. De Raad adviseert deze uitzondering nader toe te lichten. In de toelichting op het besluit is deze uitzondering nader toegelicht.
De Raad adviseert het voorgestelde artikel 8 te vervangen door een bepaling waarin de in artikel 70A van de Wet op de bedrijfsorganisatie genoemde onderwerpen expliciet worden geregeld.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in een nieuw artikel 9 te bepalen dat de leden van het bestuur van het Bosschap en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, aftreden op 1 juli 2004
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
In dit ontwerpbesluit wordt het Bosschap, ingesteld bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 20 september 1996 (hierna: verordening SER), opnieuw ingesteld. Dit is nodig op grond van artikel XIV, tweede lid, van de wet van 3 april 1999 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten (Wet van 3 april 1999). Dit artikel bepaalt dat uiterlijk binnen vier jaar na inwerkingtreding van die wet (dat was op 1 juli 1999) bedrijfslichamen moeten zijn ingesteld op de in artikel 67 van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) voorziene wijze, te weten bij algemene maatregel van bestuur. Dit ontwerpbesluit strekt daartoe.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt enkele opmerkingen over de tekst van het ontwerpbesluit en over de toelichting. De Raad is van oordeel dat in verband daarmee het ontwerpbesluit enige aanpassing behoeft.
1. Artikel 3, tweede lid, onder b
In artikel 3, tweede lid, aanhef onder b, van het ontwerpbesluit is bepaald dat het Bosschap is ingesteld voor bosbouwambachtondernemingen. Dit is een term die niet voor zichzelf spreekt. In de verordening SER die door het ontwerpbesluit wordt vervangen, is in de verordeningstekst zelf gedefinieerd wat onder deze term wordt verstaan. Bij het ontwerpbesluit is die uitleg in de nota van toelichting opgenomen. Het college adviseert in de tekst van het besluit op te nemen wat met bosbouwambachtondernemingen wordt bedoeld.
2. Artikel 5
In artikel 5 van het ontwerpbesluit wordt bepaald over welke onderwerpen het Bosschap regelgevende bevoegdheid heeft. Het uitzonderen van de bevoegdheden genoemd in artikel 93, tweede lid, onder d (de lonen en andere arbeidsvoorwaarden) en onder f (arbeidsmarktvoorzieningen), Wbo, acht de Raad voldoende gemotiveerd. De uitzondering van het onderwerp fondsen en andere instellingen in het belang van de bedrijfsgenoten, wordt niet nader gemotiveerd, terwijl de regelgevende bevoegdheid op dit punt in artikel 93, tweede lid, onder g, Wbo is gegeven.
Het college adviseert genoemde uitzondering nader toe te lichten.
3. Artikel 8
Het voorgestelde artikel 8 bepaalt dat het bij verordening van de SER ingestelde Bosschap als rechtspersoon wordt gehandhaafd. De toelichting op dit artikel stelt dat hierdoor, conform artikel 70A, Wbo de rechten en plichten, waaronder die ten opzichte van het personeel, het beheer van het vermogen en van de archiefbescheiden, afhandeling van procedures en dergelijke bij het opnieuw ingestelde Bosschap gecontinueerd worden. Voorts stelt de toelichting dat hierdoor ook de door het Bosschap vastgestelde verordeningen uiteraard van kracht blijven.
De Raad merkt op dat in de Wbo niet de bevoegdheid is gegeven om bij algemene maatregel van bestuur het voortbestaan van een bedrijfslichaam als rechtspersoon te regelen. In de Wbo is uitsluitend de bevoegdheid tot het instellen (artikel 67 Wbo) en opheffen (artikel 70 Wbo) van een bedrijfslichaam gegeven. Artikel 70A Wbo, voorzover hier van belang, geeft een opsomming van de onderwerpen die bij de instelling van een bedrijfslichaam waarbij een bestaand bedrijfslichaam opnieuw wordt ingesteld expliciet geregeld dienen te worden.
Het college adviseert het voorgestelde artikel 8 te vervangen door een bepaling waarin de in artikel 70A Wbo genoemde onderwerpen expliciet worden geregeld.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 17 februari 2003, no. W12.02.0573/IV, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
Artikel 1: de zinsnede "tot de inwerkingtreding van dit besluit het Bedrijfschap voor de bosbouw en houtteelt" is overbodig, aangezien de begripsbepalingen in dit besluit gelden vanaf de inwerkingtreding van het besluit. Deze zinsnede daarom schrappen.
In artikel 6, eerste lid, de zinsnede "op grond van artikel 5" vervangen door: op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet. Het is de wet die de verordeningsbevoegdheid toekent.
In artikel 7, tweede lid, "Heffingen van de wet" vervangen door: Heffingen.
De datum van inwerkingtreding in artikel 9 in overeenstemming brengen met de datum van vaststelling van het besluit
Nader rapport (reactie op het advies) van 26 mei 2003
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit maar maakt enkele opmerkingen over de tekst van het ontwerpbesluit en over de toelichting.
De Raad merkt op dat in het ontwerpbesluit de term "bosbouwambachtondernemingen" niet is gedefinieerd. De Raad adviseert in de tekst van het besluit op te nemen wat met "bosbouwambachtondernemingen" wordt bedoeld. In het besluit is deze definitie alsnog opgenomen.
De Raad merkt op dat het uitzonderen van de bevoegdheid om regels te stellen over fondsen en andere instellingen in het belang van de bedrijfsgenoten niet nader is gemotiveerd. De Raad adviseert deze uitzondering nader toe te lichten. In de toelichting op het besluit is deze uitzondering nader toegelicht.
De Raad adviseert het voorgestelde artikel 8 te vervangen door een bepaling waarin de in artikel 70A van de Wet op de bedrijfsorganisatie genoemde onderwerpen expliciet worden geregeld.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in een nieuw artikel 9 te bepalen dat de leden van het bestuur van het Bosschap en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, aftreden op 1 juli 2004
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid