Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Kentekenreglement in verband met een andere wijze van gegevensverstrekking uit het kentekenregister, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W09.04.0478/V
- Datum advies
- 27 oktober 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 7
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Kentekenreglement in verband met een andere wijze van gegevensverstrekking uit het kentekenregister, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 5 oktober 2004, no.04.003818, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Kentekenreglement in verband met een andere wijze van gegevensverstrekking uit het kentekenregister, met nota van toelichting.
Met het voorgestelde ontwerpbesluit wordt een wijziging van het Kentekenreglement beoogd op grond waarvan particulieren op andere wijze dan schriftelijk bepaalde gegevens uit dat register kunnen opvragen.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de inhoud en formulering van het voorgestelde artikel 10, vijfde lid, van het Kentekenreglement.
1. Ingevolge artikel 10, eerste lid, van het Kentekenreglement kunnen schriftelijk gegevens worden opgevraagd. Het voorgestelde vijfde lid is zo geformuleerd dat het eerste lid buiten toepassing blijft als het een aanvraag betreft van particulieren die andere dan persoonsgegevens opvragen. Blijkens de bij het ontwerpbesluit behorende toelichting moet bij de nieuwe mogelijkheid voor het aanvragen van dit soort gegevens worden gedacht aan het aanvragen door gebruikmaking van internet. De negatief gestelde formulering van het vijfde lid lijkt uit te sluiten dat dergelijke aanvragen ook op schriftelijke wijze kunnen plaatsvinden.
De Raad neemt aan dat dit niet de bedoeling is, omdat niet iedereen van media als internet gebruik maakt of kan maken. Mensen die geen gebruik (kunnen) maken van internet, zouden dan geen gegevens meer uit het kentekenregister kunnen opvragen. De Raad meent dan ook dat het eerste lid van toepassing zal moeten blijven en het vijfde lid alleen de mogelijkheid van een alternatief kan bieden. In dit verband wijst het college op het stelsel van de Wet elektronisch verkeer, dat er ook vanuit gaat dat aanvragen via de gewone niet elektronische weg mogelijk moeten blijven.
Voorts vervalt, indien de aanvraag via internet wordt gedaan, door het uitsluiten van de toepassing van het gehele eerste lid van artikel 10 de eis dat de naam en het adres van de aanvrager alsmede de redenen van de aanvraag moeten worden opgegeven. In de toelichting wordt het vervallen van die eis niet gemotiveerd.
In verband met het vorenstaande adviseert het college de eerste zin van het vijfde lid in positieve zin op zodanige wijze te herformuleren dat daaruit slechts kan worden gelezen dat particulieren die andere gegevens aanvragen dan persoonlijke, dat bij wijze van alternatief ook kunnen doen op andere dan schriftelijke wijze. Bovendien dient de toelichting te worden aangevuld met een passage waarin het laten vervallen van de vorenbedoelde aan een aanvraag te stellen voorwaarden wordt gemotiveerd.
2. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W09.04.0478/V met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel II na “met ingang van” ter uitvoering van aanwijzing 178, eerste lid, onderdeel B, en tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving invoegen: de dag na.
Nader rapport (reactie op het advies) van 2 december 2004
1. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is de tekst van artikel 10, vijfde lid, herzien. Thans is het artikellid zo geformuleerd dat daaruit duidelijk blijkt dat particulieren die andere gegevens aanvragen dan persoonsgegevens, dat bij wijze van alternatief ook kunnen doen op andere dan schriftelijk wijze. Voorts is aan de nota van toelichting een zin toegevoegd waarin wordt uiteengezet waarom in geval van het aanvragen van andere dan persoonsgegevens het opgeven van de naam en het adres van de aanvrager alsmede de reden van de aanvraag niet noodzakelijk is.
2. Aan de door de Raad gemaakte redactionele kanttekening is gevolg gegeven.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
Met het voorgestelde ontwerpbesluit wordt een wijziging van het Kentekenreglement beoogd op grond waarvan particulieren op andere wijze dan schriftelijk bepaalde gegevens uit dat register kunnen opvragen.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking met betrekking tot de inhoud en formulering van het voorgestelde artikel 10, vijfde lid, van het Kentekenreglement.
1. Ingevolge artikel 10, eerste lid, van het Kentekenreglement kunnen schriftelijk gegevens worden opgevraagd. Het voorgestelde vijfde lid is zo geformuleerd dat het eerste lid buiten toepassing blijft als het een aanvraag betreft van particulieren die andere dan persoonsgegevens opvragen. Blijkens de bij het ontwerpbesluit behorende toelichting moet bij de nieuwe mogelijkheid voor het aanvragen van dit soort gegevens worden gedacht aan het aanvragen door gebruikmaking van internet. De negatief gestelde formulering van het vijfde lid lijkt uit te sluiten dat dergelijke aanvragen ook op schriftelijke wijze kunnen plaatsvinden.
De Raad neemt aan dat dit niet de bedoeling is, omdat niet iedereen van media als internet gebruik maakt of kan maken. Mensen die geen gebruik (kunnen) maken van internet, zouden dan geen gegevens meer uit het kentekenregister kunnen opvragen. De Raad meent dan ook dat het eerste lid van toepassing zal moeten blijven en het vijfde lid alleen de mogelijkheid van een alternatief kan bieden. In dit verband wijst het college op het stelsel van de Wet elektronisch verkeer, dat er ook vanuit gaat dat aanvragen via de gewone niet elektronische weg mogelijk moeten blijven.
Voorts vervalt, indien de aanvraag via internet wordt gedaan, door het uitsluiten van de toepassing van het gehele eerste lid van artikel 10 de eis dat de naam en het adres van de aanvrager alsmede de redenen van de aanvraag moeten worden opgegeven. In de toelichting wordt het vervallen van die eis niet gemotiveerd.
In verband met het vorenstaande adviseert het college de eerste zin van het vijfde lid in positieve zin op zodanige wijze te herformuleren dat daaruit slechts kan worden gelezen dat particulieren die andere gegevens aanvragen dan persoonlijke, dat bij wijze van alternatief ook kunnen doen op andere dan schriftelijke wijze. Bovendien dient de toelichting te worden aangevuld met een passage waarin het laten vervallen van de vorenbedoelde aan een aanvraag te stellen voorwaarden wordt gemotiveerd.
2. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W09.04.0478/V met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.
Ontwerpbesluit
- In artikel II na “met ingang van” ter uitvoering van aanwijzing 178, eerste lid, onderdeel B, en tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving invoegen: de dag na.
Nader rapport (reactie op het advies) van 2 december 2004
1. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is de tekst van artikel 10, vijfde lid, herzien. Thans is het artikellid zo geformuleerd dat daaruit duidelijk blijkt dat particulieren die andere gegevens aanvragen dan persoonsgegevens, dat bij wijze van alternatief ook kunnen doen op andere dan schriftelijk wijze. Voorts is aan de nota van toelichting een zin toegevoegd waarin wordt uiteengezet waarom in geval van het aanvragen van andere dan persoonsgegevens het opgeven van de naam en het adres van de aanvrager alsmede de reden van de aanvraag niet noodzakelijk is.
2. Aan de door de Raad gemaakte redactionele kanttekening is gevolg gegeven.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat